Geen collectieve schuld

Er is een geschiedenis vóór de oorlog, de samenloop van gebeurtenissen die tot de oorlog heeft geleid. Er is de geschiedenis van de oorlog zelf. En nu zijn we bezig aan de geschiedenis van na de oorlog, de geschiedenis in wording, de politiek. Nu komt het erop aan `de lessen te trekken'.

De lange voorgeschiedenis, van Westerse kant, bestaat uit een aaneenschakeling van aarzelingen en vergissingen die is afgesloten met een oorlog waarvan de duur, de intensiteit en de gevolgen zijn onderschat. Van Servische kant werden de aarzelingen beschouwd als gezochte gelegenheden om de etnische zuiveringen voort te zetten. Daarna heeft Miloševic zich fataal vergist in wat er voor de NAVO op het spel stond toen de bombardementen eenmaal waren begonnen. De oorlog was, van beide kanten, een klassieke voortzetting van een politiek waarbij wederzijds het uithoudingsvermogen van de tegenstander ten slotte werd onderschat. Natuurlijk trok de NAVO aan het langste eind. Op straffe van opheffing kòn het bondgenootschap de strijd met de wapens niet verliezen. Als er nu `lessen' te trekken zijn, komen die voort uit de manier waarop er niet is verloren.

Volgens een nieuwe theorie is de afgelopen maanden aangetoond dat het in deze tijd mogelijk is een oorlog uit humanitaire motieven te voeren. Door het feit op zichzelf dat de geloofwaardigheid van het Westerse bondgenootschap op het spel stond, wordt het uitgangspunt van deze zienswijze al ondermijnd. De geloofwaardigheid van een macht is niet `humanitair'. Het andere doel, de orde op de Balkan, is dat evenmin. Het heeft alleen een jaar of tien geduurd voor in het Westen is ingezien dat de Balkan, met alle volkenkundige en historische eigenaardigheden, in geopolitiek en hoe langer hoe meer ook in economisch opzicht een deel van Europa is. De invloed en dus de oorzaken van permanente onrust vallen op den duur niet tot een deel van de regio te beperken. De buurlanden van Joegoslavië hebben er veel meer dan één wezenlijk belang bij dat daar niet tot in lengte van dagen etnische vetes worden uitgevochten. Dat is het onvermijdelijk gevolg van alle integratie. Het is een bewijs van kortzichtigheid dat het Westen zolang heeft gedacht het Joegoslavisch complex te kunnen quarantaineren. Deze oorlog was niet `humanitair'. Een humanitaire ramp is de aanleiding ertoe geweest, en hoe men het ook wendt of keert, de oorlog zelf heeft deze ramp in eerste aanleg vergroot.

Een andere les zou inhouden dat het, in tegenstelling tot wat de traditionele krijgstheorie wil, mogelijk is met uitsluitend een luchtoorlog de vijand op de knieën te krijgen. Deskundigen die aan deze blijkbaar nu verouderde theorie vasthielden, hebben in het openbaar deemoedig hun vergissing beleden. Voorbarig. Het Servische leger is niet verslagen, heeft zich zoals het destijds werd genoemd `in goede orde teruggetrokken', bevindt zich, verre van dodelijk gewond, achter veilige grenzen. De opperbevelhebber, de president, is nog steeds de baas en niet ernstig bedreigd door de oppositie (als we de laatste berichten mogen geloven). Evenmin als de oorlog een humanitaire mag heten, kan dit resultaat een overwinning worden genoemd. Dat is iets anders dan dat het in eerste aanleg beoogde resultaat is bereikt: de Kosovaren kunnen terugkeren, naar steden en dorpen die ze nauwelijks herkennen. We zijn blij dat ze het er levend van hebben afgebracht en dat KFOR de etnische contrazuivering voorkomt, maar dat is nog geen zegepraal.

Een duidelijke les van deze oorlog die voorlopig niet valt te betwijfelen, is, dunkt mij, dat de luchtoorlog zonder gesneuvelden aan eigen kant, de enige `humanitaire' is die het Westen onder deze en dergelijke omstandigheden kan voeren. Zelfs de opbouw van een leger op de grond, het dreigen met grondtroepen voor het gevecht, is voor de publieke opinie van de Verenigde Staten niet meer aanvaardbaar. Deze oorlog heeft nog eens duidelijk gemaakt waar de binnengrenzen van de NAVO liggen. Dat zijn de steeds wisselende grenzen die door de Amerikaanse binnenlandse politiek worden gesteld. En omdat Europa zonder de Verenigde Staten niet tot enige grote militaire operatie in staat is, zijn deze binnengrenzen ook die van Europa en van de NAVO.

Uit deze les volgen er twee. De luchtmachten in het Westen zullen aanspraak gaan maken op een groter aandeel van het defensiebudget. In het Pentagon is het touwtrekken tussen de onderdelen van de krijgsmacht al begonnen; bij ons gaat het nu om het aantal F16's. De tweede, de complementaire les is voor de arme landen, in het bijzonder de landen die door etnische, territoriale of welke oorzaken dan ook, `humanitaire' problemen van internationaal opvallend formaat hebben. Zullen ze niet alles in het werk stellen om hun luchtafweer dusdanig op orde te brengen dat daarmee ook vliegtuigen die hoger dan tienduizend meter vliegen, kunnen worden geraakt? De Joegoslavische oorlog is een uitnodiging aan de wapentechnologie om relatief goedkope, hoogreikende raketten te bouwen. Het Westen maakt zich zorgen over de bewapening van de Derde Wereld. Het is niet uitgesloten dat het hierna een zorg extra krijgt.

Dan is er een latere les; dat wil zeggen de les die nog ontbreekt. Het Westen weet niet goed wat het met de Serviërs onder Miloševic aan moet. Zullen we het hele volk straffen voor wat zijn dictator heeft aangericht, zoals dat al jaren met de bevolking van Irak gebeurt? Wordt het, met medewerking van het Westen, als het ware door zijn dictator gegijzeld tot het hem heeft afgezet? `Humanitair' zou je zoiets niet meteen noemen; eerder reine Realpolitik.

Toch, na meer dan twee maanden oorlog uit humanitaire motieven, dreigt het deze kant op te gaan. Toegegeven, het is een dilemma. Er worden grote plannen gemaakt: een alomvattend concept voor het herstel van de hele Balkan. Maar de Serviërs zullen niet mogen meedoen zolang ze niet hebben gedaan wat de NAVO niet gelukt is: Miloševic afzetten. Tot het zo ver is, wordt het volk feitelijk een collectieve schuld toegeschreven. (In het klein heeft de directeur van de Arnhemse Academie voor Bouwkunst, de heer John Carp, al laten zien hoe dat moet: hij heeft een Servische kandidaat-studente geweigerd omdat ze Servische is). De positie van Miloševic indirect versterken door zijn land zonder restricties te laten meedelen in de hulp voor de wederopbouw is absurd; de Serviërs te straffen omdat ze leven onder een dictatuur waaraan tallozen part noch deel hebben, ze te veroordelen tot collectieve Verelendung, druist in tegen de hoge humanitaire beginselen die `we' in ons oorlogsvaandel hebben geschreven. Dat zou de politiek van een klein Versailles zijn. Deze dictator wordt niet op een dienblad binnengebracht. Na de smart bombs is het tijd voor slimme politici.