Een nijpend tekort aan auto's van drie á vier ton

Luxe gebruiksvoorwerpen mogen voor de makers ervan qua omzet en aantallen niet zo veel zoden aan de dijk zetten, ze dragen wel onevenredig veel bij aan zowel het bedrijfsresultaat als aan het imago van een groot concern. Want waarom wordt er zo hard gevochten om Gucci? En waarom betaalde het Duitse Volkswagen vorig jaar na een gevecht met BMW alleen al voor het prestigieuze erfgoed van de ooit machtige Engelse auto-industrie, Rolls-Royce Motors Ltd – producent van Bentley's en Rolls-Royce's – een bedrag van anderhalf miljard gulden?

De markt voor luxe artikelen – ook auto's – groeit, de winstmarges nog meer, vooral in vergelijking met die van de populaire modellen. Vorig jaar verkocht Rolls-Royce, waartoe ook Bentley behoort, wereldwijd 1.600 stuks van de modellen Silver Seraph, Arnage en Continental, in de prijsklasse tussen 145.000 en 250.000 pond sterling. Voeg daarbij een handvol Ferrari's, Aston Martins en Lamborghini's, en je komt op een wereldwijde productie van hooguit 2.000 exclusieve speeltjes. Ze werden verkocht aan de rijken der aarde die in aantal en financieel vermogen alleen maar aan invloed winnen. Ze bezitten gemiddeld zes auto's en twintig procent heeft een privé-vliegtuig. Vooral in Azië zal die rijkdom duidelijk toenemen, wanneer de economische crisis daar achter de rug is.

VW heeft in ieder geval zwaar geïnvesteerd in die doelgroep, want naast Rolls-Royce Motors Ltd. kocht het concern in 1998 tevens het flamboyante Italiaanse Lamborghini, plus de naamsrechten van het legendarische vooroorlogse sportwagenmmerk Bugatti. De concurrentie slaapt niet, want ook bij Daimler-Chrysler staan superieure automodellen klaar, onder andere een dat de naam Mercedes-Maybach zal dragen, zo genoemd naar de vooroorlogse producent van Zeppelinmotoren en luxe twaalfcilinder auto's. En Jaguar mag van moederconcern Ford een (waarschijnlijk Daimler te noemen) limousine ontwikkelen die de alom geprezen XJ-modellen in luxe, verfijning en prijs nog zal overtreffen.

Naast vette winsten – de koper van een Bentley of Rolls-Royce zeurt niet om korting – vormt de uitstraling van zo'n topmerk op lagere activiteiten van een autoconcern een grote attractie. Zal de genoemde, allerduurste klasse naar ongeveer 3.500 eenheden per jaar groeien, de klasse van auto's rond de 250.000 gulden is wereldwijd jaarlijks goed voor ruim 135.000 verkopen. Daarin zit een groeipotentieel van 25 procent, maar dan praat je over bijna 35.000 auto's, voornamelijk af te zetten in Amerika en Azië.

Tussen de 80.000 en 145.000 pond is weinig te koop. Precies in die subtop van de exclusieve automarkt wil Volkswagen het merk Bentley gaan positioneren, om er per jaar 7.000 luxe en sportieve limousines en coupé's te slijten. De Duitsers hebben daar tenminste anderhalf miljard gulden voor uitgetrokken, een bedrag dat Rolls-Royce Motors Ltd als zelfstandige fabrikant nooit had kunnen ophoesten. Gebruikmakend van bestaande concerntechniek, onder andere motoren, transmissies en aluminium chassiscomponenten van Audi, zal over drie jaar een `kleine' Bentley op de markt komen die slechts 100.000 pond gaat kosten.

Volkswagen is ervan overtuigd daarmee meer exclusiviteit te bieden dan de duurste Mercedes-Benz S-klasse of BMW's 7-serie. Bij die ambitie plaatsen industrieanalisten echter vraagtekens. Het risico dat Bentley zijn Britse image verliest wegens te grote invloed door Duitse ontwikkelingstechnici en ontwerpers is namelijk levensgroot.

Het merk won in de jaren twintig vijf maal de 24-uursrace van Le Mans en excelleerde in de loop der jaren met technische innovatie, gecultiveerde sportiviteit en hoge afwerkingskwaliteit, steeds uitdrukkelijk onder Britse vlag. Maar de designafdeling van Bentley in Crewe, Engeland, staat inmiddels onder Volkswagenleiding en het tijdens de afgelopen tentoonstelling van Genève getoonde exotische Bentley-sportwagenconcept was in VW's hoofdkwartier in Wolfsburg, nabij Braunschweich, gebouwd, waarbij nota bene gebruik was gemaakt van Italiaanse Lamborghini-techniek.

Anglofielen gruwden, en de verkoop van Bentley en het zustermerk Rolls-Royce leden afgelopen jaar zwaar onder de verkwanseling van het Britse erfgoed aan de Duitsers, alle publicitaire garanties van VW dat Bentley Engels blijft ten spijt.

In dit spel rond de duurste auto's van de wereld speelt overigens de grote onzekerheid rond het merk Rolls-Royce zelf nog een pikante rol. Volkswagens bestuursvoorzitter Ferdinand Piëch schatte, in zijn gretigheid de twee beroemdste namen uit de autohistorie onder zijn hoede te krijgen, de kleine lettertjes in de conceptovereenkomst met voormalig Rolls-Royce eigenaar Vickers verkeerd in. Daarin stond dat de merknaam Rolls-Royce nog steeds in bezit was van de gelijknamige vliegtuigmotorenfabriek, waarvan de autofabriek meer dan vijfentwintig jaar geleden was afgesplitst en doorverkocht aan Vickers. En die naam kon alleen worden afgegeven aan een andere partij indien dat de reputatie van de naam Rolls-Royce niet zou aantasten.

Uiteraard wilde niemand dat argument openlijk gebruiken, want dan zou Piëch direct vragen wat er juridisch fout was met de reputatie van Volkswagen. Rolls Royce Aviation vond echter een slimme uitweg door de naam van Rolls-Royce voor toepassing op auto's voor een bescheiden bedrag van 40 miljoen pond door te spelen naar BMW, Volkswagens tegenbieder in de Bentley/Rolls-Royce transactie. BMW's vliegtuigdivisie en die van R-R onderhouden namelijk al jaren een succesvolle joint venture, en op die grond achtten de Britten het gerechtvaardigd de naam Rolls-Royce aan BMW te gunnen.

Zo is de curieuze situatie ontstaan dat Volkswagen eigenaar werd van Rolls-Royce Motors Ltd., maar de merknaam Rolls-Royce vanaf 2003 op een door BMW ontwikkelde auto zal prijken! De daardoor ontstane sfeer in Crewe laat zich natuurlijk raden. Werknemers van de fabriek waar nu nog Rollsen en Bentley's in een hal worden gebouwd, klagen over grote verdeeldheid en onzekerheid. Ze weten te melden dat de ontwikkeling van Rolls-Roycemodellen (waarin vanwege een samenwerkingsverband uit het verleden veel BMW-techniek is verwerkt) op een laag pitje staat en alle aandacht aan Bentley wordt geschonken. En omdat pas over drie jaar de nieuwe, door BMW ontwikkelde Rolls-Royce klaar is, zou de markt in de tussentijd wel eens onder de voeten van wat ooit bekend stond als `the best car in the world' kunnen wegvallen.