Buitenbeentjes

Gewoon onderwijs is duur, speciaal onderwijs nog veel duurder. Deze tautologische noodzakelijkheid weerhoudt de paarse coalitie er niet van om de almaar stijgende kosten zoveel mogelijk in te dammen. En gelijk hebben ze – zonder financiële cerberus aan het roer wordt het een zootje. In voorbereiding, of misschien zelfs al in werking, is een grootscheepse bezuinigingsoperatie, eufemistisch getiteld `Weer samen naar school'. De kern hiervan is dat meer kinderen die wegens leer- of gedragsproblemen of een handicap totnutoe in aanmerking kwamen voor het speciaal onderwijs binnen het gewone onderwijs moeten blijven.

Zo'n snoeiplan is vervelend genoeg, maar ergerniswekkender is het hypocriete ideeënvertoon over onderwijsverbetering. Bezuinigingen worden gecamoufleerd onder een wollige deken van doelstellingen als: meer diversiteit op school, acceptatie van afwijkingen en subvaliditeit, een einde maken aan de hokjesgeest en niet te vergeten, terughoudendheid bij het uitdelen van voor de kinderziel schadelijk geachte `labels'. In deze visie kan Jantje beter doorgaan zijn klasje te terroriseren met hyperactief gedrag, want als je hem naar het speciaal onderwijs stuurt, zou hij wel eens het idee kunnen krijgen dat hij `anders' is dan andere kinderen en die klap komt hij nooit meer te boven. Beter (en goedkoper) is het om zoveel mogelijk kinderen van zo divers mogelijk pluimage samen onder een paraplu te stoppen. Gezellig ook, zo samen in dat tolerante onderwijssysteem.

Hoe deze verbreding van de hoofdstroom zich laat accorderen met de groeiende vraag van ouders naar individuele aandacht en begeleiding voor hun kinderen is onduidelijk. Ook het normaalste kind komt met een gebruiksaanwijzing. Leerkrachten in het reguliere onderwijs worden geacht oog te hebben voor bijspijkerbare leerachterstanden, dyslexie, problemen thuis (echtscheiding), hoogbegaafdheid en sociaal-emotionele fricties in de klas (pesten). Dit mijnenveld zal uitgebreid worden met extra bommen en granaten. Ga er maar aan staan.

Je zou verwachten dat ouders met kinderen in het speciaal onderwijs wantrouwend tegen dit nieuwe concept zouden aankijken. Misschien is dit in het algemeen ook wel zo, maar uit de kranten valt dat in ieder geval niet op te maken. Als het gaat over kinderen met handicaps eisen veel ouders juist een gewone school op. Onlangs werd de Stichting Inclusief Onderwijs opgericht die een radicale afschaffing van alle speciale scholen nastreeft. Dit moet sommige onderwijshervormers als muziek in de oren hebben geklonken. Een persoonsgebonden budget met de opdracht om zelf rond te shoppen voor hulp en begeleiding is toch altijd goedkoper dan de wirwar aan speciale scholen, afgestemd op verschillende behoeften? En wat niet ingekocht kan worden, knapt de gewone leerkracht wel op. Die is toch al gewend aan het verstrekken van onderwijs op maat, dus daar kan best nog een verstandelijk gehandicapt kind bij, of een doof kind met tolk in het kielzog, of een spraakgestoord spastisch kind.

Ouders die inclusief onderwijs voorstaan eisen eigenlijk het recht op normaalheid voor hun kind. Opmerkelijk in de pleidooien voor integratie en in het daarmee samenhangende idee dat een gehandicapt kind meer opsteekt te midden van gewone kinderen is het dédain dat er uit spreekt voor het speciaal onderwijs. Alsof het gaat om een vergaarbak voor idioten, die elkaars ontwikkeling alleen maar zitten af te remmen. Dit lijkt me in flagrante tegenspraak met het doel van het speciaal onderwijs dat uiteindelijk ook gericht is op integratie maar dan via werk.

Met emotionele integratie, het deel uitmaken van een vriendenclubje, wedijveren, ruziemaken, überhaupt een echte vriend vinden zal een verstandelijk, dan wel zwaar lichamelijk gehandicapt kind op een gewone school onevenredig veel moeite hebben. Een klas kan opgevoed worden tot tolerantie en acceptatie van het anders zijn, misschien zelfs tot het bejubelen van verschillen, maar je kunt geen vriendschappen regisseren. Het hoogst bereikbare in deze configuratie is een muur van beleefdheid om de outsider heen.