Brussel laat waterlinie nog intact

Na jaren van touwtrekken pakt de Europese politiek beschermingsconstructies van bedrijven aan. Die mogen zich niet meer verschansen op het moment dat er een overnamebod wordt gedaan. Maar wordt nu ook de Hollandse waterlinie bedreigd?

De gedachte `zij zijn groot en ik is klein' is niet alleen aan Calimero voorbehouden. Ook het Nederlandse bedrijfsleven heeft er al jaren last van. Om het gevaar van het grote buitenland af te wenden, heeft bijna elk groot beursfonds één of meer beschermingsconstructies. Na het politieke akkoord van de Europese Unie komen daar wel enkele barsten in, maar de meeste vestingwallen blijven vermoedelijk moeiteloos overeind.

,,Wanneer wij in Nederland als enige land ter wereld bijvoorbeeld certificering (het ontnemen van stemrecht op aandelen) blijven toestaan, dan zullen de Europese richtlijnen weinig gevolgen hebben'', zegt directeur P. de Vries van de Vereniging voor Effectenbezitters (VEB). ,,Via certificering kan een bedrijf zelf regelen hoe er tijdens aandeelhoudersvergaderingen wordt gestemd en daaraan veranderen de nieuwe regels niets.''

De Europese lidstaten hebben deze week besloten dat bedrijven waarop een bod is uitgebracht zich niet via trucs mogen verdedigen: het plotseling uitbrengen van beschermende aandelen, waardoor het belang van de overnemende partij verwatert, is over vier jaar niet meer toegestaan. Door deze zogeheten preferente aandelen konden aanvallen van ABN Amro (op Generale Bank) en WE (op KBB) gemakkelijk worden afgeslagen. Ook de slepende affaire tussen Gucci en LVMH zou anders zijn gelopen, omdat het uitgeven door Gucci van nieuwe aandelen aan een bevriende partij verboden wordt.

,,Het is alleen de vraag of bedrijven zich daarbij neerleggen. Veel stichtingen beschikken nu al over een optie op preferente aandelen, en van de uitwerking in Nederland hangt af of uitoefening van die bestaande opties verboden wordt'', aldus De Vries. ,,De Nederlandse wetgever moet dit soort zaken aanpakken, anders blijven de nieuwe maatregelen tandeloos.''

En tanden zijn nodig om de, van oudsher prima beschermde, Nederlandse beursfondsen aan te pakken. Koninklijke Olie gaf aan het begin van deze eeuw al prioriteitsaandelen uit om buitenlandse belagers op een afstand te houden. Later kwam de certificering in zwang, waardoor het stemrecht op aandelen bij een bevriend administratiekantoor kwam te liggen. ,,Aanvankelijk was dat bedoeld om steeds wisselende meerderheden bij aandeelhoudersvergaderingen te voorkomen. Pas later is die maatregel gebruikt om zich te verschansen'', aldus professor P. Moerland van de Katholieke Universiteit Brabant. De beschermende preferente aandelen dateren uit de jaren tachtig.

Als hoogleraar van de nieuwe post `corporate governance' en als lid van de Commissie Peters die de ondernemingsstructuur tegen het licht heeft gehouden is Moerland voorstander van het verminderen van beschermingsconstructies. ,,Door de dreiging van het grote buitenland zijn Nederlandse fondsen inderdaad beter beveiligd dan in de buurlanden. En die verdediging (zoals certificaten) wordt niet alleen bij dreigende overnames gebruikt, maar helaas ook in vredestijd. We moeten alleen niet vergeten dat beschermingsconstructies helemaal niet uniek zijn. In Duitsland hebben banken en bedrijven allerlei belangen in elkaar, hetgeen ook een beschermend effect heeft. En in Frankrijk, waar ook kernaandeelhouders beschermend werken, staat de overheid meestal klaar om bij een vijandige overname in te grijpen.''

De EU wil voorts dat de belangen van kleinere aandeelhouders over vier jaar, wanneer de overgangstermijn is verstreken, beter zijn beschermd. Een meerderheidsaandeelhouder wordt verplicht om bij het bezit van een bepaald percentage aandelen (in Nederland vermoedelijk 50 procent) een algemeen bod op de rest uit te brengen, waardoor het `uitroken' van kleinere aandeelhouders onmogelijk wordt. Dat laatste vindt De Vries een goede zaak, ook al pleit de vertegenwoordiger van de kleinere aandeelhouders voor een drempel van rond de 30 procent, zoals in Engeland.

Moerland vindt een drempel van 50 procent al goed. ,,Door het structuurregime in Nederland kunnen commissarissen eventueel misbruik van een grootaandeelhouder nog altijd tegenhouden.''

Volgens de VEB zal het aantal onvriendelijke overnames toenemen, wanneer beschermingsconstructies daadwerkelijk worden aangepakt. ,,Ik zou meer vijandige overnames toejuichen, maar voorlopig is meer dan de helft van de Nederlandse beursfondsen goed hiertegen beschermd. Daardoor is het bijvoorbeeld mogelijk dat een bedrijf als BolsWessanen maar doormoddert en steeds de prognoses mag bijstellen'', stelt De Vries.