Bestuur: weigeren Servische onterecht

Het weigeren van een Servische studente, Jelena Dadic, op grond van haar afkomst is ontoelaatbaar, vindt bestuursvoorzitter J. Tuytel van de Hogeschool Rotterdam. J. Carp, directeur van de academie van bouwkunst in Arnhem, onderdeel van de Hogeschool Rotterdam, wees de Servische af omdat haar land op dat moment in een oorlogssituatie verkeerde waar ook Nederland bij betrokken was. Bovendien repte ze in haar brief met geen woord over de wandaden van haar volk in Kosovo.

Iedereen is welkom op de Hogeschool Rotterdam, ongeacht ras, geloof, sexe of nationaliteit, zegt Tuytel.

,,Binnen de hogeschool hebben we tientallen verschillende nationaliteiten. We zullen nooit individuele studenten weigeren omdat ze uit een land komen waar een onzuiver regime aan het bewind is.''

De Servische studente kwam op formele gronden niet aanmerking voor een plaats op de academie, zegt Tuytel. ,,Dat heeft Carp haar ook geschreven in zijn afwijzingsbrief. Ze woont in een land dat niet tot de Europese Unie behoort, waardoor het vrijwel onmogelijk is om aan een werkvergunning te komen. Relevante werkervaring opdoen is echter een verplicht onderdeel van de opleiding. Bovendien is het een numerus fixusopleiding met veel meer aanmeldingen dan plaatsen waardoor er heel streng wordt geselecteerd.''

Volgens Tuytel had Carp het in zijn afwijzingsbrief bij die argumenten moeten laten. ,,Ik respecteer zijn privémening, maar die mag hij niet ventileren als directeur van de academie van bouwkunst.'' Carp kreeg het verzoek tot toelating van Dadic terwijl Nederland midden in de oorlog zat met Servië. Hij voelde zich bijzonder bij die oorlog betrokken omdat hij en zijn vrouw gedurende vijf jaar een gevluchte Kosovaarse student in huis hadden.

SP-Kamerlid Van Bommel zal vragen stellen aan minister Hermans (Onderwijs). Volgens Van Bommel geeft de directeur met deze actie een verkeerd signaal af.