Tennissters houden zichzelf voor de gek

Gesteund door niemand minder dan John McEnroe hervatten de topspeelsters op Wimbledon hun campagne voor een honorarium dat gelijkwaardig is aan dat van de mannen. Uit recente peilingen is namelijk gebleken dat tennispartijen van de vrouwen op televisie beter worden bekeken dan die van de mannen. Wedstrijden van de Nederlandse tennissters zijn in die onderzoeken vermoedelijk buiten beschouwing gelaten. Hoewel drie van de vier Hollandse deelnemers op Wimbledon gisteren de tweede ronde bereikten, stelt het Nederlandse vrouwentennis internationaal niets meer voor.

Door het chronische blessureleed van Brenda Schultz-McCarthy zijn modale speelsters als Miriam Oremans en Kristie Boogert bij gebrek aan concurrentie in eigen land gebombardeerd tot vaandeldragers. Hoewel het Nederlandse team in de FedCup door België al op zijn beperkingen werd gewezen, weigeren Oremans en Boogert te erkennen dat hun spel niet meer van deze tijd is. Met een air alsof ze zojuist Martina Hingis van de baan had geslagen, presenteerde Boogert zich gisteren na haar knappe overwinning op Chanda Rubin (6-4 en 7-5) aan de media. Gelet op haar matige resultaten van de afgelopen jaren was enige bescheidenheid op zijn plaats geweest.

Boogert had bovendien vorige week in Rosmalen nog een treurspel opgevoerd tegen Oremans, al hekelde de 26-jarige speelster uit Zuid-Beijerland op vinnige toon de zure commentaren na die zwakke partij uit de kwartfinales. De zege op Rubin kwam dus min of meer uit de lucht vallen, al voelt de donkere Amerikaanse zich traditioneel niet thuis op gras. Boogert greep de winst op de nummer 23 van de WTA-ranking echter ten onrechte aan voor een klaagzang over een gebrek aan erkenning. Uitvoerig belichtte Boogert haar fysieke malheur van de laatste jaren.

Feit is dat ze te lang heeft gewoekerd met haar onmiskenbare talenten en in dat opzicht zou de zege op Rubin wellicht een mentale doorbraak kunnen zijn. Maar zo mocht haar overwinning in de grillige partij tegen de Amerikaanse niet worden uitgelegd. ,,Ik vind dat ik erg goed gespeeld heb'', zei Boogert met een pruillip. ,,Maar dat doe ik al weken, al wordt dat niet opgemerkt.'' Besefte dan niemand dat Boogert eindelijk eens negen toernooien op rij kon spelen zonder lichamelijk ongemak en dat nu eenmaal alles moest kloppen in haar risicovolle spel?

Ze staat nu 87ste op de wereldranglijst, een positie die recht doet aan haar wisselvallige prestaties van dit jaar. Maar in gedachten zweeft Boogert in de top-50, omdat ze blijkbaar de huidige trend in het vrouwentennis over het hoofd heeft gezien. Technisch verzorgd tennis staat niet langer garant voor een positie aan de top. Wie kracht niet aan souplesse en techniek kan koppelen, is tegenwoordig veroordeeld tot een rol in de marge. Dat ondervond Miriam Oremans gisteren op het centre court tegen Venus Williams, die het bulldozer-tennis zo ongeveer heeft uitgevonden. Maar Oremans staarde zich na haar nederlaag (6-1 en 7-5) blind op de geflatteerde cijfers in de tweede set.

Het zorgvuldig gekoesterde zelfbeeld van Oremans doet zo langzamerhand grotesk aan. Hoewel Venus Williams voor Wimbledon niet eens de moeite nam een toernooi op gras te spelen, dolde ze tot 6-1 en 4-0 met een speelster die zichzelf als een specialiste op gras beschouwt. Maar het soms stijlvolle slagenrepertoire van Oremans ontbeert kracht en met dat wapen werd de 26-jarige Berlicumse door de oudste van de Williams-zusjes gisteren krachtig om de oren geslagen.

Hoewel Oremans na het verlies in de eerste ronde op Wimbledon terugvalt in de rangen der anoniemen, stelt ze zich ten doel terug te keren naar de 25ste plaats. Dromen kan ook een feest zijn. Gierend van de pret produceerde Venus Williams een ace met een snelheid van bijna 200 kilometer per uur. Of Oremans van dat geweld niet moedeloos was geworden? ,,Ik sloeg een service met een snelheid van 180 kilometer per uur'', klonk het pedant. Daar was de Amerikaanse atlete natuurlijk vreselijk van geschrokken gelet op haar verwoestende returns.

Op Roland Garros had de 19-jarige Williams in het wonderlijke duel met de Oostenrijke Schwartz geleerd dat zelfoverschatting dodelijk kan zijn. Maar het onderschatten van een tegenstander kan net zo destructief zijn en dat overkwam Williams tegen Oremans bij een 5-2 voorsprong in de tweede set, erkende ze glimlachend. De Nederlandse had het heel anders gezien. Aanvankelijk was ze geïmponeerd door de aanblik van ,,dat lange eind'' bij het net. ,,Maar ik maakte Williams toch een beetje gek met met mijn slagen'', sprak ze voldaan. De realiteit was dat niet Williams, maar Oremans verkrampte toen de eenzijdige partij op 5-5 nog een serieuze krachtmeting dreigde te worden.

Met twee dubbele fouten op rij bespoedigde Oremans het einde van een partij die door Williams hooguit als een trainingspotje zal zijn opgevat. Bondscoach Hans Felius kon zich echter troosten met de uitschieter van Boogert en de overwinningen van Amanda Hopmans (6-4 en 6-2 tegen de Tsjechische Kleinova) en qualifier Seda Noorlander, die in twee sets (6-3 en 6-3) de Canadese Jana Nejedly versloeg. Maar achter die gevestigde orde gaapt een kloof, die niet snel zal worden overbrugd. Die wetenschap biedt Felius meer stof tot nadenken dan de betrekkelijke successen van zijn speelsters op Wimbledon.