Soldatenoffers

De pennenvruchten van de heer Heldring lees ik veelal met genoegen en instemming. Maar op dinsdag 8 juni sloeg hij de plank mis: de moraal van een legerleiding die weigert risico's te nemen, acht hij op z'n minst discutabel. In het algemeen gesteld is dit uiteraard juist, maar in het desbetreffende stuk gaat het om een misschien toch nog noodzakelijk geachte grondoorlog in Kosovo, dus om mensenlevens.

Grote contingenten troepen die indertijd naar Vietnam werden gezonden, kregen ten afscheid in een plechtige toespraak van president Johnson te horen: ,,Er zijn er onder U, die niet zullen terugkeren, die in Vietnam zullen moeten sterven...''

Voor het eerst in de wereldgeschiedenis echter, is nu een oorlog gevoerd waarbij men geweigerd heeft mensenoffers te plengen op het altaar van Mars.

Geen lauwerkrans is groot genoeg om een legerleiding die dit presteerde te huldigen: in staat gesteld door de hoge ontwikkeling van wetenschap en techniek, is het haar gelukt een oorlog te winnen zonder zich daarbij te laten verleiden levens in de waagschaal te stellen, hoe de motivatie daartoe ook had mogen klinken.

Dat de oorlog ontzaglijk grote offers heeft gevergd, staat vast. Maar die zijn `slechts' van materiële aard. Via de diverse belastingstelsels worden ze, redelijk verdeeld, door de gehele Westerse bevolking gedragen.