Sociale onzekerheid

DE EERSTE RONDE in het debat over de uitvoering van de sociale zekerheid dat gisteren in de Tweede Kamer werd gehouden, heeft voornamelijk tijd opgeleverd. Nieuwe nota's, onderzoeken en evaluaties zullen ertoe leiden dat besluitvorming over de verdere inrichting van het sociale zekerheidsstelsel voorlopig uitblijft. Hoewel in het regeerakkoord van de paarse coalitie nog fier wordt gesproken over een geheel nieuw uitvoeringsstelsel, ziet het er niet naar uit dat een geheel vernieuwd sociaal zekerheidsgebouw nog deze regeerperiode zal worden geopend.

In dit geval is het uitstel maar goed ook. Het slagveld in de ideeënvorming over de uitvoeringsstructuur is inmiddels zo groot dat elke aangedragen oplossing tot een veelvoud aan problemen zou hebben geleid. De (financiële) belangen van de diverse betrokken partijen zijn dermate groot dat een open benadering van het vraagstuk op dit moment nauwelijks mogelijk is.

In haar essentie was een andere uitvoering van de sociale zekerheidswetgeving ooit bedoeld om mensen met een uitkering door middel van zo min mogelijk drempels zo snel mogelijk weer aan het werk te helpen. Iemand met een uitkering zou zich nog maar bij één loket hoeven te melden. Sinds deze gedachte begin jaren tachtig opkwam heeft bijna iedere bij de `uitkeringsindustrie' betrokken instantie haar eigen model ontwikkeld. De systeembouwers van het ministerie van Sociale Zaken hebben de afgelopen jaren geheel in lijn met het paarse denken getracht het goede van de markt te combineren met het primaat van het publieke domein.

Het resultaat dat minister De Vries en zijn staatssecretaris Hoogervorst eerder dit jaar presenteerden was weliswaar een gebouw met één loket, maar daarachter een doolhof van instituten met elk hun eigen belangen. Op papier klopte het model misschien, maar de uitvoeringspraktijk kon er geen kant mee op. Van zichtbare verbetering voor de uitkeringsgerechtigde – de bedoeling van de operatie – was geen sprake meer.

DE TWEEDE KAMER heeft dit gelukkig tijdig ingezien. Twijfel over de werking van het door het kabinet voorgestelde systeem overheerst. Wat de verschillende partijen dan wél willen, is overigens de vraag. Wensen en ideeën zijn er volop, maar enige richting ontbreekt. De vergelijking met de ambitieuze plannen van begin jaren negentig voor de stelselherziening van het ziektekostenstelsel dringt zich op. Ook dit `grand design' sneuvelde door zijn veelomvattendheid en tegenstrijdige belangen.

In de sociale zekerheid staat iets dergelijks te gebeuren. Te hopen is slechts dat men heeft geleerd van de verlammende gang van zaken rondom het ziektekostenstelsel en niet in een eindeloze prestigestrijd verzeild raakt. Het was te doen om doelmatige uitkeringen. Daarbij hoort een doelmatige benadering.