MARIANNE FAITHFULL

Na haar cd met liederen van Kurt Weill (The Seven Deadly Sins, 1998), maakte Marianne Faithfull weer een `pop-cd'. Maar al zingt Faithfull popsongs, haar gebarsten stem is altijd gedragen en meer verhalend dan opzwepend. Op Vagabond Ways vertelt ze over haar leven. Niet alleen de titel is autobiografisch, ook de inhoud van de nummers. Faithfull schreef ze zelf en met hulp van anderen, zoals oude getrouwen Barry Reynolds en Daniel Lanois. Ze nam het in 1968 door Roger Waters geschreven Incarceration of a Flower Child op, dat haar op het lijf geschreven is; ze waagde zich aan Leonard Cohens Tower of Song.

Opmerkelijk is de toon van ingehouden plezier. Faithfull kreeg ooit de grootste erkenning voor haar grimmige verslagen van de zelfkant. Maar hier heeft ze steeds een glimlach om haar lippen terwijl ze vertelt hoe het was: het was erg, maar ach, we hebben het overleefd en misschien namen we onszelf wel wat te serieus.

Ze valt in het openingsnummer meteen met de deur in huis: `Oh Doctor please, I drink and I take drugs/ I love sex and I move around a lot (..)/ Yes I guess I do have vagabond ways.' Zo'n zelfschets wordt ironisch door de groteskheid en door de glimlach die door haar woorden heen schemert. Het melodrama dat op de loer ligt als je Marianne Faithfull heet, wordt hier prachtig omzeild: doordat de begeleiding van kreupele pianoakkoorden en voorzichtige drums ver naar de achtergrond is gemixt en doordat Faithfull haar vroegere, in drank en drugs gedrenkte leven inmiddels van een afstandje kan bekijken.

Marianne Faithfull. Vagabond Ways (Virgin 7243 8 47759 26)