MANAGEMENT TODAY

De omvang van de investeringen en de winst bepalen de waarde van een onderneming. Beide aspecten bieden in voorkomende aspecten wel enige bescherming, maar zijn op zichzelf niet voldoende om het zelfstandig voortbestaan van een onderneming te waarborgen. Een onderneming die zich in de huidige economie wil handhaven moet dus niet alleen groot zijn, maar moet ook permanent topprestaties leveren.

John Kay van de Said Business School in Oxford en Lowell Bryan, bij McKinsey gespecialiseerd in fusies, schrijven in Management Today dat het vooral draait om niet-tastbare kapitaalsoorten als kennis, merken, vaardigheden en betrekkingen, en dat het bij prestaties met name gaat om specialisatie, te verstaan als het vermogen om iets, wat het ook is, beter te kunnen dan wie ook. Natuurlijk waardeerde de markt dit soort kwaliteiten altijd al. Maar het verschil met vroeger is globalisering. Dat wil zeggen dat kapitaalverschaffers anders dan voorheen meer letten op de niet-tastbare kapitaalsoorten dan op de omvang van de onderneming, dat de verdwijning van grenzen het gemakkelijker maakt om met een gespecialiseerd product een internationaal publiek te bereiken, en dat de digitalisering het steeds gemakkelijker maakt om zoveel taken uit te besteden dat een onderneming zich helemaal kan toespitsen op wat zij het beste kan.

De auteurs menen dat omvang en grootte minder belangrijk zijn dan ooit maar dat het management van veel grote ondernemingen die boodschap nog steeds niet heeft begrepen, getuige de fusies tssen BP en Amoco, Citigroup met Travellers en Ciba met Sandoz. Ze wijzen er op dat veel fusies uit de jaren zeventig en tachtig al lang weer ontrafeld zijn, omdat de omvang en de dominante positie op de markt leidden tot overmoed, isolement, en bureaucratie. Voorbeelden daarvan zijn volgens de auteurs US Steel, IBM, en General Motors.

Het maandblad Management Today is een uitgave van Management Publications.

www.bestpractice.haynet.com

JOURNAL OF DEVELOPMENT ECONOMICS

De meeste economische beleidsmakers en geleerden bij de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds, IMF, gaan er klakkeloos van uit dat liberalisering van de handel de economische groei bevordert. Ann Harrison van de Columbia University, en Gordon Hanson van de University of Michigan betogen in de Journal of Development Economics dat er wel veel studie is gedaan naar de effecten van liberalisering maar dat er heel wat puzzels over blijven.

De belangrijkste daarvan is dat de resultaten van alle serieuze studies over dit onderwerp discutabel blijven bij gebrek aan de juiste gegevens. Om hun betoog kracht bij te zetten analyseren de auteurs het werk van Jeff Sachs en Andrew Warner over dit onderwerp. Daaruit blijkt onder andere dat deze het begrip liberalisering hebben opgerekt tot dat van openheid, dat ze niet-economische criteria gebruikten, en dat de kwaliteit van hun gegevens te wensen overliet. De auteurs stellen vast dat de Wereldbank en het IMF wel goede gegevens verzamelen als ze bezig zijn met het beoordelen van een verzoek om lening, maar dat ze die niet systematisch bewaren en toegankelijk maken.

Een ander belangrijk punt is dat het verband tussen veranderingen in de handelspolitiek en inkomensongelijkheid ambivalent is. Zulke veranderingen leiden in landen als de Verenigde Staten en Canada wel tot verschuivingen in de werkgelegenheid, maar hebben weinig of geen invloed op de inkomens. In landen als Marokko en Mexico groeide de inkomensongelijkheid niet zozeer als gevolg van de veranderingen in de handelspolitiek, maar door toedoen van directe buitenlandse investeringen, en van technologische vernieuwingen.

De Journal of Development Economics is een uitgave van Elsevier Science.

www.elsevier.nl

BUSINESSWEEK

De Amerikaanse boeren beleven moeilijke tijden. De prijs van sojabonen is lager dan ze in vierentwintig jaar is geweest en de voorraden waren in geen tien jaar zo groot als nu. Daar komt bij dat de inkomsten uit export volgens het ministerie van Landbouw dit jaar zullen dalen van zestig tot negenenveertig miljard dollar. De producenten van zaden en chemicaliën zijn hun positie aan het consolideren en de boeren zien dit proces met argusogen aan. Want deze consolidatie betekent dat een steeds groter deel van de markt in handen komt van steeds minder producenten, zodat er van de veel geprezen marktwerking niet veel terechtkomt.

Er komen steeds meer boeren die hun producten niet meer op de open markt verkopen, maar die op contractbasis werken voor grote verkoopbedrijven. De sector zelf denkt dat deze vorm van landbouwen de komende vijf jaar zal groeien van tien tot dertig procent. De ontwikkeling van de biotechnologie versterkt deze trend, omdat de boeren steeds meer afhankelijk worden van de toeleveranciers van zaden. Ook het proces van schaalvergroting blijft doorgaan. Leidde de landbouwcrisis van de jaren tachtig al tot sluiting van 195.000 boerderijen, tussen 1984 en 1990 zullen nog veel meer kleinere bedrijven het loodje leggen, voorspelt het blad, onafhankelijk van het prijsniveau. Het bankwezen in Iowa gaat er van uit dat alleen bedrijven van minimaal 2.800 hectare zullen kunnen blijven voortbestaan.

Het mag dus geen verbazing wekken dat de boeren om hulp aankloppen bij de overheid, hoewel ze drie jaar geleden bij wet de vrijheid kregen om te verbouwen wat ze wilden, maar dan wel zonder steungaranties van de overheid. De sector was daar toen erg blij mee, herinnert BusinessWeek zich. Daarom is het niet terecht dat het Congres vlak voor de verkiezingen in 1998 toch weer 14,4 miljard dollar aan steun toezegde aan de boeren, bijna het dubbele van wat gebruikelijk was voordat de wetgeving van drie jaar geleden van kracht werd. Het zou beter zijn als de sector zelf een systeem zou bedenken waarin de boeren zich kunnen verzekeren tegen het mislukken van oogsten en tegenvallende opbrengsten.

Het weekblad BusinessWeek is verkrijgbaar in de kiosk.

www.businessweek.com