KRANT MET GEZAG

Voor een verwoed krantenlezer is Japan een paradijs. Elke krant publiceert dagelijks zowel een ochtend- als een avondeditie. Alleen op zondag slaat men de avondeditie over. Dertien kranten per week dus, met alleen maar nieuws. Aan veel bijlagen in het weekend, zoals bij Nederlandse kranten, doen ze in Japan niet.

Japans wordt van boven naar beneden gelezen, van rechts naar links en - voor ons - van achter naar voren. Alleen heeft men de neiging soms iets horizontaal te schrijven en dan gaat het opeens van links naar rechts, zoals de naam van de krant bovenin. Het nieuws brengen de kranten graag gedetailleerd en daardoor zijn ze voor de alles-willen-weten-lezer. Elke ochtend is er bijvoorbeeld een kolom waarin precies staat wat de premier de dag ervoor op welk tijdstip heeft gedaan. Kwartaalcijfers over groei of krimp van de economie worden niet afgedaan met een omschrijvend artikel, maar gaan vergezeld van uitgebreide tabellen waarin het bruto binnenlands produkt volledig wordt uitgesplitst en vergeleken met de cijfers van de vier voorgaande kwartalen. De bijgaande avondeditie van de Yomiuri Shinbun – letterlijk vertaalt de `lezen-verkopen-krant' – van 1 juni opent rechtsboven met de kop: `Mannelijke werkloosheid: voor het eerst op 5 procent'. Deze editie toont verder een foto van scholieren die op 1 juni voor het eerst in zomeruniform naar school gaan.

Japanse kranten vervullen de functie van notulisten van de samenleving. De kennis bij Japanse kranten is enorm. Dankzij hun grote oplagen – de Yomiuri Shinbun is de grootste krant ter wereld met een dagelijkse oplage van ruim tien miljoen exemplaren – hebben ze genoeg redacteuren om een verslaggever een maand te laten werken aan een artikeltje van een paar A-viertjes. Maar bij analyses en commentaren wijken ze niet af van begaande paden. Het `notulistenkarakter' van een krant als de Yomiuri brengt een irriterende braafheid met zich mee. Alsof men deel uitmaakt van de gevestigde orde en geen vraagtekens mag zetten bij de beweegredenen en doeleinden van politici en ambtenaren. (Tekst: Hans van der Lugt)