Justitie bedreigt samenleving

In bijna alle grote strafzaken heeft het OM de afgelopen jaren geblunderd. Micha Kat meent dat door dit falen het OM een bedreiging vormt voor de maatschappelijke orde.

De potsierlijke pogingen van het Amsterdamse openbaar ministerie om enkele foto's die werden tentoongesteld in het kader van het Holland Festival onder de strafbaarstellingen met betrekking tot kinderporno te laten vallen, zijn door de rechter niet gehonoreerd. Het is niet dit rechterlijk oordeel dat verbazing wekt, het is de inspanning van het OM. Waar zijn 's lands officieren in 's hemelsnaam mee bezig als ze zich gaan richten op culturele evenementen waarbij van maatschappelijke of individuele schade in geen enkel opzicht sprake kan zijn? Dat het OM zelfs nog overweegt om in cassatie te gaan en een blamage ontkent, maakt het allemaal nog veel erger. Namens wie en met welke legitimiteit treedt het OM in dit soort zaken op? De organisatie van het Holland Festival heeft een zeer kansrijke zaak als het op zoek gaat naar financiële genoegdoening. Dat een dergelijke aberratie bij het Amsterdamse OM niet op zichzelf staat, bleek twee jaar geleden toen een boekverkoper werd gearresteerd omdat hij een exemplaar van Mein Kampf in de verkoop had.

Deze `kinderporno-zaak' is niet het enige voorbeeld waarin het OM handelt in strijd met de belangen van maatschappij of individu. In zowat alle grote strafzaken die het nieuws de laatste jaren bepalen, heeft het OM zodanig geblunderd en vaak zelfs aantoonbaar frauduleus gehandeld, dat je zo langzamerhand kunt stellen dat het OM een serieuze bedreiging gaat vormen voor de maatschappelijke orde. Het betreft hier zaken die prima facie zeker vervolgenswaardig zijn, maar waarin ofwel de waarheid opzettelijk werd gefalsificeerd, ofwel werd gerechercheerd in flagrante strijd met de wet, ofwel onder politieke druk aan een absurd avontuur werd begonnen ofwel tegen beter weten in werd gejaagd op fantomen die geen enkele voet in de werkelijkheid bleken te hebben. Het resultaat is steeds: enorm gezichtsverlies, afnemend gezag, torenhoge schadevergoedingen en het veroorzaken van veel individueel leed. Het standaardargument van de zijde van het OM tegen dit soort kritiek is altijd: dit zijn de enkele mislukkingen, 99 procent van alle zaken gaat goed en vlekkeloos. Dit argument snijdt echter geen hout. Waar het om gaat is juist om de zaken die de agenda van de media vaak jarenlang bepalen en beslissend zijn voor imago en beeldvorming. Bovendien is in deze zaken geen sprake van vergissingen of klassieke `beroepsfouten', maar van malicieuze manipulaties.

Een kort overzicht.

De balpenmoord (1991-1997). Reeds direct na de moord rapporteerde de politiearts dat hier sprake was van een noodlottige val. Dit stuk is buiten het dossier gehouden. Vervolgens zijn diverse getuigen à charge zwaar gemanipuleerd en zijn de dossiers waarin dit zou kunnen worden aangetoond vernietigd. De verantwoordelijken zijn disciplinair gestraft (maar niet vervolgd) en er moest een hoge schadeloosstelling worden uitgekeerd.

De zaak-Lancee (1996-1999). Het proces-verbaal waarmee de hele zaak begon bleek gefalsificeerd. Dit is de grootste schande die een rechtsstaat kan treffen en zou moeten leiden tot acuut ontslag en strafvervolging van de verantwoordelijken. Voor de verdenkingen bleek achteraf geen spat bewijs te bestaan. De missers van justitie leidden tot strafzaken tegen een rechercheur en een officier van justitie. Deze zaken werden geseponeerd. Enkele verantwoordelijken zijn op de vingers getikt en er moest een bedrag worden uitgekeerd van ruim een miljoen gulden.

De Delta-zaak (1994-1999). Een Haarlemse officier bedacht – aangestuurd door de media en de politiek – de `Delta-theorie' waarin een almachtige drugscrimineel aan de top zou zitten van een criminele piramide. Om de top van deze piramide te bereiken werd een onbekende (maar zeer grote) hoeveelheid soft- en harddrugs opzettelijk doorgelaten. Deze Delta is een hersenschim gebleken. De officier in eerste aanleg kreeg van het hof de kwalificatie `onprofessionele bewustzijnsvernauwing' om de oren omdat hij zonder medeweten van de AG bleef doorrechercheren in de appelfase. Getuigentrainingen moesten verhullen dat gebruik werd gemaakt van CID-tips die op last van de rechter vernietigd hadden moeten zijn. Op 34 aanhoudingen volgde geen enkele veroordeling.

De zaak-Bouterse (vanaf ca. 1990). Ongeacht de uitkomst heeft deze zaak reeds nu tot aanzienlijke schade geleid in politieke verhoudingen; zowel intern (ruzie in het vorige kabinet, verstoorde verhoudingen tussen het OM en de politiek) als extern (de relatie met Suriname). Verder gezichtsverlies is niet te voorkomen: wellicht zorgt een veroordeling bij verstek zonder enige executie nog voor het meeste gezichtsverlies (en voor verder verstoorde verhoudingen met Suriname). Het OM handelt in deze zaak in strijd met het landsbelang. Terecht noemde een officier van justitie deze zaak een `absurd avontuur'. Helaas is deze officier betrokken geweest bij de vernietiging van de ballpoint-dossiers, wat de vraag doet rijzen: wie bij het OM heeft nog schone handen?

De Iglo-zaak (1990-1999). Een eenvoudige drugszaak wordt door het Rotterdamse OM opgeblazen tot een Delta-zaak in het klein. Hierbij wordt een opzetje gemaakt dat niet anders kan worden beoordeeld dan als crimineel: de beperkingen van de verdachten worden opgeheven in de veronderstelling dat ze contact zullen opnemen met hun advocaten die een consigliere-rol wordt toebedacht. De advocaten worden meervoudig (op kantoor en thuis) en in strijd met alle wettelijke voorschriften getapt. De status van de getapten wordt in de stukken bewust verdoezeld. Het hof oordeelde hier dat sprake is `van een grove veronachtzaming van de positie van de advocaat die op dat moment geen verdachte was en een miskenning van het belang dat de wetgever hecht aan de vertrouwelijkheid van hetgeen door een advocaat als zodanig wordt gezegd, geschreven of gedaan'. De staat wacht een schadeclaim van meerdere miljoenen. Een buitengewoon ernstig feit in deze zaak is dat de Orde van Advocaten met het OM in bed ligt en de bewuste en strafrechtelijk geheel gezuiverde advocaat nu tuchtrechtelijk wil gaan aanpakken. De schadeclaim zal er alleen maar hoger om worden.

De zaak-Tjoelker (1997-1999). Het OM moet de vernedering ondergaan in requisitoir vrijspraak te vragen voor de vierde verdachte omdat de hele zaak een grote zeepbel is. Sorgdrager wilde echter dat deze vervolging coûte que coûte werd doorgezet, ook al bleek direct na de moord dat er tegen deze verdachte geen zaak was. Hiermee is de zaak-Tjoelker zeer onbevredigend geeïndigd en vormt ze weer een smet op het blazoen van het OM. Weer is een jong leven geknakt, maar ernstiger is dat deze figuur het enorme gevaar aangeeft van een OM dat via de omstreden `aanwijzingsbevoegdheid' kan worden gecommandeerd door de politiek.

Hoe kan het gebeuren dat het OM zo vaak en zo structureel optreedt als een criminele organisatie? Een zestal verklaringen.

Het OM raakt steeds meer opgefokt door de media en verliest de realiteit uit het oog. Zo werd van de Tjoelker-zaak een nationale zaak gemaakt door burgemeester Apotheker, die daags na de moord zei: ,,Hier werd Meindert Tjoelker als gevolg van redeloos geweld door vier mannen geslagen en geschopt. Doodgeschopt.''

Het OM raakt in de macht van de politiek. Politici kijken niet naar strafdossiers, maar naar het electoraat. Als zij zich gaan bemoeien met vervolgingen treedt een noodlottige neerwaartse spiraal in werking.

Bij het OM zitten onvoldoende goede mensen. De typologie van de hoofdofficier is: zelfingenomen, zegelring, zeer beperkte visie op mens en maatschappij en structureel onvermogen om in te gaan op of zelfs te luisteren naar kritiek. Het zijn de types die het nog aardig zouden doen in de jaren '70, maar de ontwikkelingen van vandaag niet kunnen begrijpen.

Door zijn arrogante optreden jaagt het OM de politie steeds weer tegen zich in het harnas. Het cultuurverschil is te groot. De politie wil scoren, los van het OM. Dieptepunt was de poging van het Groningse OM de schuld voor de zaak-Lancee geheel in de schoenen te schuiven van de politie. Dit heeft de verhoudingen intens verziekt.

Mantel der liefde. Hoe falend of frauduleus officieren ook handelen, ze worden niet of veel te licht gestraft. De behandeling van het Groningse OM na de zaak-Lancee (alle strafzaken tegen OM en recherche werden geseponeerd) is een nationale schande, veel ernstiger dan de gouden handdruk voor procureur-generaal Rutger van Randwijck. De Rotterdamse officier die het opzetje bedacht om verscheidene advocaten te tappen, moet worden ontslagen.

Het OM komt in de ban van volgzaamheid en carrièrejagerij. Door de piramidestructuur ontstaan tal van nieuwe gezagslijnen die uiteindelijk allemaal samenkomen bij het college van procureurs-generaal en de minister. Onafhankelijke geesten worden niet meer geaccepteerd.

Het OM beseft zelf ook dat het zo niet langer kan. Dat blijkt uit het plan tot het implementeren van een eigen code of conduct waarin wordt gegrossierd in termen als `we zullen altijd de hoogste standaarden hanteren van integriteit en zorgvuldigheid' en `we zullen altijd op zoek gaan naar de waarheid en het college behulpzaam zijn in het vinden van de waarheid'. Ook zal het OM, getuige een Europees conceptstuk dat model staat voor deze code, `vrij zijn van politieke beïnvloeding'. Het is een bekend verschijnsel: organisaties die ethisch in de gevarenzone belanden, reageren door het aannemen van de zwaarst denkbare ethische en morele codes.

Het OM is beland in een neerwaartse spiraal, zeker nu via de commissie-Kalsbeek en het `Fort team'-rapport aanwijzingen bestaan dat sprake is van nog veel ernstiger feiten. De remedie is echter betrekkelijk eenvoudig: wees eerlijk, laat je niet opfokken en durf pas op de plaats te maken als iets fout gaat. Voor dit soort `basisethiek des levens' zijn geen ronkende codes of conduct nodig. Voor het OM zijn dit soort fundamentele uitgangspunten echter te eenvoudig.

Micha Kat is juridisch journalist.