Inspectie laakt zorg zuigeling en peuter

De consultatiebureaus hebben de laatste tien jaar onvoldoende gedaan om hun hulp aan zuigelingen en peuters te verbeteren. Net zoals in 1991 al het geval was, is de preventieve zorg onder de maat. De registratie van de kinderen door de bureaus is de laatste jaren zelfs fors verslechterd zodat niet meer duidelijk is hoeveel kinderen hulp krijgen en welke kinderen niet.

Dit blijkt uit het onderzoek dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg samen met TNO naar de jeugdzorg voor 0- tot 4-jarigen. Staatssecretaris Vliegenthart (Welzijn) heeft de bevindingen gisteren naar de Tweede Kamer gezonden. De Inspectie maakt zich zorgen over het functioneren van consultatiebureaus, maar kan door het ontbreken van voldoende betrouwbare gegevens niet zeggen of die zorg voor de gehele ouder- en kindzorg geldt.

De Inspectie vindt het onjuist dat thuiszorginstellingen proberen de hulp voor zuigelingen en peuters weer onder te brengen bij de gewone thuiszorg. Volgens haar moeten consultatiebureaus een zelfstandige poot blijven. Het is voor de Inspectie zelfs de vraag of de consultatiebureaus onder de paraplu van de thuiszorg moeten blijven nu deze niets heeft gedaan aan de tekortkomingen die al in 1991 werden geconstateerd. Beter zou zijn de hulp voor zuigelingen en peuters samen te voegen met de jeugdgezondheidszorg voor 4- tot 19-jarigen. Vliegenthart is daar voorstander van.

Eerder dit jaar signaleerde de Inspectie al een forse daling van het aantal consultatiebureaus. In 1998 werd er zeker 91 gesloten, dit jaar sluiten er naar verwachting 93 als gevolg van gedaalde klandizie.