In Hongarije won het woord

Op 16 juni 1989 werd het lichaam van Imre Nagy, de politiek leider van de mislukte Hongaarse opstand van 1956, uit een geheim graf opgedolven voor een openbare en eervolle herbegrafenis. Een enorme mensenmassa was samengestroomd op het Heldenplein in Boedapest en luisterde naar een onbekende studentenleider, Viktor Orbán, die vroeg om het vertrek van de Russische troepen en om democratie. Tien jaar later is hij premier van Hongarije en maakt hij de balans op van de omwenteling.

In de taalwetenschap kennen we de zogenaamde performatieve werkwoorden. Door het werkwoord uit te spreken verrichten we de handeling die het aanduidt: we dopen een schip, we verklaren een huwelijk voor gesloten. In andere voormalige communistische landen zijn democratische veranderingen soms met geweld gepaard gegaan. In Hongarije zijn de veranderingen louter door de macht van het woord teweeggebracht. Woorden bleken revolutionair te zijn. De taal bewerkstelligde een fundamentele doorbraak in het bestaan van hele naties.

De toespraken die tien jaar geleden werden gehouden bij de herbegrafenis van ex-premier Imre Nagy, in 1958 door de communistische collaborateurs van het binnengevallen Sovjet-leger ter dood gebracht, hebben tot dat proces bijgedragen. Woorden die eisten dat de Russische troepen het Hongaarse grondgebied zouden verlaten, culmineerden in de ineenstorting van het communistische regime. Zo effectief kunnen woorden zijn, vooral als er tweehonderdduizend mensen op een plein naar komen luisteren!

Onder het communisme was de taal die werd gebruikt in de politiek en het openbare leven, en zelfs in de literatuur, als een geheime code. Weliswaar was iedereen zich min of meer bewust van de implicaties van wat politici en journalisten zeiden, maar er bestond een gapende kloof tussen die taal en de taal die mensen op gedempte toon onder vier ogen gebruikten. In 1989 was de eerste manifestatie van een ontluikende democratie de stortvloed aan vrij geuite meningen ontketend door tientallen jaren van gedwongen zwijgen. Mensen zaten aan de televisie gekluisterd en genoten van de nieuwe politici die openlijk een taal hanteerden die lange tijd verboden was geweest. De toespraak die ik hield op 16 juni 1989, bij de herbegrafenis van Imre Nagy, bracht ieders stille verlangen naar vrije verkiezingen en een onafhankelijk, democratisch Hongarije aan het daglicht.

Principes gedogen geen dubbelzinnigheid of gradaties. Na de toespraak werd ik terechtgewezen voor mijn eis dat de Sovjet-troepen ons land zouden verlaten. De leden van mijn partij, Fidesz, waren er echter van overtuigd dat onze aanspraken op een vrij Hongarije gewettigd waren, en de geschiedenis heeft ons gelijk gegeven. ,,Een ogenblik van inzicht is soms een leven aan ervaringen waard'', heeft Oliver Wendel Holmes ooit gezegd, en we beseften dat de tijd rijp was. Michail Gorbatsjov had zijn eigen doos van Pandora geopend. En toen die eenmaal open was, liet de waarheid zich er met geen geweld meer instoppen.

Wat de ene generatie ziet als luxe, ziet een andere als noodzaak. Onafhankelijkheid was onontbeerlijk voor de overige doelen waarnaar wij streefden. Een hele generatie zag democratie, mensenrechten en een martkeconomie als luxeartikelen. Nu kunnen we ons het leven zonder die drie niet meer voorstellen. Ze vormen de grondslag voor het Hongaarse leven.

Tien jaar geleden, toen de volkeren die voorheen achter het IJzeren Gordijn hadden geleefd, duidelijk werd dat het communisme niet meer bestond, wisten we dat we een democratie moesten vestigen. Maar wat betekent het vestigen van een democratie? Welnu, het betekende dat we een staat moesten opbouwen, een democratische staat.

De afgelopen tien jaar hebben we nieuwe staten opgebouwd, vijfjarenplannen vervangen door markten, en de meeste staatsbezittingen geprivatiseerd. Meer dan 80 procent van Hongarije's bnp wordt nu geproduceerd door de particuliere sector; 75 procent van de Hongaarse handel vindt plaats met leden van de Europese Unie. In Hongarije, en eveneens in enkele andere landen van Midden-Europa, is het post-communisme praktisch voorbij.

Maar de val van het communisme heeft ons doen beseffen dat het niet alleen de individuele vrijheid, maar ook het gemeenschapsgevoel had aangetast. Onze taak bestond dus niet alleen in de wederopbouw van de staat, maar ook die van de samenleving – het gezin, de nationale tradities en het cultureel erfgoed. Onze pas bevrijde samenlevingen moesten nu de taal van hun eigen geledingen leren, zoals we ook een nieuwe economische en politieke taal leerden.

Door elkaars talen te leren, door samenwerking op basis van gemeenschappelijke waarden en belangen en van historische banden, heeft Midden-Europa getoond welke spectaculaire resultaten er kunnen worden behaald. De Visegrád-groep, CEFTA en het Centraal-Europees Initiatief hebben een bloeiend vrijhandelsstelsel tot stand gebracht en een toenemende investeringsstroom tussen landen in de regio.

In een breder verband schrijdt de reïntegratie van Hongarije in de Westerse institutionele structuren met gestage pas voort, zij het nog niet in het gewenste tempo. Met het NAVO-lidmaatschap van Polen, de Tsjechische Republiek en Hongarije is de wereldorde van Jalta ten einde gekomen. Dit overtreft niet alleen wat tien jaar geleden op het Heldenplein nog klonk als vloeken in de kerk, maar doet ook historisch recht aan de Hongaarse vrijheidsstrijders van 1956, die voor Hongarije's onafhankelijkheid hadden gestreden maar door Sovjet-tanks werden overweldigd. Het tragische conflict in Kosovo dat uitbrak slechts enkele dagen nadat Hongarije lid van de NAVO was geworden, bevestigde ons in de overtuiging dat onze veiligheid slechts binnen NAVO-verband gewaarborgd was.

Hongarije viert volgend jaar zijn 1000-jarig bestaan als staat, en oefening in het dialect van de Europese beschaving hebben we dus allesbehalve nodig. Wat we nog wel moeten leren zijn de subtiliteiten in het jargon van de Europese Unie. Want eerlijk is eerlijk, daarvan raakt de tong wel eens in de knoop. De toetredingsbesprekingen zijn afgelopen november begonnen, en de EU-top van Berlijn heeft de weg naar uitbreiding vrijgemaakt. Maar de datum van onze toetreding moet worden vastgelegd en mag niet verborgen blijven in een mist van woorden.

Bij de derde democratische algemene verkiezingen in 1998 kozen de Hongaren voor een radicale breuk met het verleden. Ze brachten hun stem uit op een generatie politici die niet de smet van de oude compromissen dragen. Hongarije is het eerste land in Midden-Europa waar deze generatieverschuiving is opgetreden. De nieuwe regering heeft een nieuwe stijl van werken waarbij de obscure bureaucratische bombarie van de oude generatie is afgeschaft. Wij hebben ons ten doel gesteld begrijpelijke boodschappen in te kleden in verstaanbare taal. Wij stellen ons met Wittgenstein op het standpunt dat alles wat gezegd kan worden duidelijk kan worden gezegd.

Sommigen menen wellicht dat het gevaarlijk is een regering te vormen met iemand van nog geen veertig aan het hoofd. Maar de afgelopen tien jaar waren in Hongarije anders dan een gewoon decennium in een gevestigde democratie. In deze jaren heeft het Parlement de democratische werking van het land een stramien gegeven en zo hersteld wat in veertig jaar dictatuur terzijde was geschoven. Onze wetgeving had soms veel weg van een geforceerde mars. Niemand wist precies hoe je communistische structuren verandert in een democratie. Terwijl anderen spraken over de overgang, namen wij de benodigde maatregelen.

Vooruitgang is onmogelijk zonder verandering. We leven op een tijdstip in de geschiedenis waarop de veranderingen in zo'n stroomversnelling zijn geraakt dat we het heden pas zien wanneer het al weer achter ons ligt. Met dit in gedachten moeten we onze toekomst met zorg plannen. Succes is geen poort, maar een trap. In Hongarije hebben we geleerd dat je om onze doelen te bereiken de performatieve functie van het werkwoord moet voltooien. In de woorden van Emily Dickinson: ,,Men zegt, een woord sterft als het is gezegd; Ik zeg: dan pas begint zijn leven echt.''

Viktor Orbán is premier van Hongarije. © Project Syndicate