In euroland

ARME ROMANO PRODI. De voormalige Italiaanse premier, die er in slaagde om vorig jaar met bezuinigingsbeloftes het eenmansverzet van Gerrit Zalm tegen deelname van Italië aan de Economische en Monetaire Unie te breken, heeft een schram opgelopen in zijn nieuwe hoedanigheid als president designatus van de Europese Commissie. Prodi's waarschuwing dat Italië riskeert weer uit de EMU te vallen als het zijn economie niet verder aanpast, veroorzaakte gisteren een duikeling van de euro. Ondanks pogingen de munt omhoog te praten, zakte de koers bijna tot een nieuw historisch dieptepunt in zijn prille bestaan.

Is dat ernstig? Ja en nee. De interne prijsstabiliteit in euroland – het gebied van de elf landen die hun munten aan elkaar hebben geklonken – is niet direct in gevaar. Het gaat om de externe stabiliteit van de euro ten opzichte van de dollar. Die is vooral van psychologisch belang. Maar de nerveuze reactie van de financiële markten naar aanleiding van de uitspraak van de komende Commissiepresident heeft een diepere reden. Deze is gelegen in de verwarring over de vraag wie er nu eigenlijk voor of namens de euro spreekt.

IN DE VERENIGDE STATEN hebben de beleidsmakers hun les geleerd. In de jaren tachtig had heel Washington een mening over de dollar. ,,De koers van de dollar is niet hoog, die van andere munten is laag'', filosofeerde president Reagan. De permanente spraakverwarring leidde tot extreme uitschieters in de dollarkoers. Tegenwoordig laten alleen de voorzitter van de Amerikaanse centrale bank en de minister van Financiën zich uit over de dollar – en dan nog in bewoordingen waarbij het Orakel van Delphi een toonbeeld van helderheid was. Verder houdt iedereen – inclusief de president – stijf zijn mond. Het heeft een weldadige rust aan het Amerikaanse monetaire front gebracht.

In de Europese Unie is het lang niet zo ver en het is de vraag of het ooit zover komt. Euroland telt elf ministers van Financiën, elf centrale bankiers (plus de presidenten van de centrale banken van de Duitse deelstaten), zes directieleden van de Europese Centrale Bank, twintig Eurocommissarissen (van wie een voor monetaire zaken), twaalf regeringsleiders (twee voor Frankrijk) en talloos veel parlementariërs. Al met al tegen de honderd uiteenlopende geluiden die niet worden geregisseerd en evenmin gecoördineerd. Op de jongste Europese top in Keulen, twee weken geleden, wist de Duitse minister van Financiën, Eichel, met de grootste moeite de regeringsleiders ervan te weerhouden zich over de euro uit te spreken. Maar een afspraak wie voortaan het woord zou voeren over de euro zat er niet in.

IN EUROLAND bestaan uitgesproken politieke opvattingen over het economische kader die niet zijn uitgekristalliseerd tot een consistent monetair perspectief. Er zijn te veel uiteenlopende meningen over rente, wisselkoers, vraagstimulering, aanbodsprikkels, overheidstekorten, inflatie en economische hervormingen. Wat de koers van de euro betreft balanceren de deelnemende landen tussen `welwillende verwaarlozing' en `kunstmatige aanmoediging'. Dat is niet bevorderlijk voor de geloofwaardigheid. Die arme Prodi heeft met zijn uitspraak van gisteren alleen maar zichtbaar gemaakt wat op de achtergrond speelt. De financiële markten hebben dat goed doorzien.