Heupworp blijft uit bij yen-interventies

Gebruik de kracht van de tegenstander, luidt het devies van de judoka. Uitgerekend de Bank van Japan treedt met haar yen-interventies die regel met voeten in haar gevecht met de valutamarkt.

Altijd inhaken op een bestaande trend, dat is de ongeschreven wet voor valutamarkt-interventies. Als de autoriteiten niet tevreden zijn met de wisselkoers van hun munt, en die met aan- of verkooptransacties willen sturen, dan heeft het weinig zin om dat tegen het heersende sentiment in de valutahandel in te doen.

De wet lijkt overal te gelden: centrale banken van de Verenigde Staten en Europa houden zich er in de regel aan. Zeker sinds tijdens de valutacrises in Europa van 1992 en 1993 bleek dat de kracht van de valutamarkt simpelweg te groot is om het tegen op te nemen.

Pas als de wisselkoers al een paar dagen in de door de autoriteiten gewenste richting gaat, dan kan ingrijpen dat proces versterken en versnellen. De handel staat op dat moment toch al op het verkeerde been, wordt benauwd over de ingenomen posities, en zal om die posities overhaast te sluiten precies dezelfde transacties moeten uitvoeren als de centrale bank doet. De markt helpt vanaf dat moment de centrale bank, zij het knarsetandend.

Het heeft veel weg van monetair judo, de Japanse vechtsport waarmee het gebruik van de kracht van de tegenstander ten eigen bate voorop staat. Judo staat voor `zachte weg'. Dat maakt het des te opmerkelijker dat een van de weinige grote centrale banken die in de regel juist hardhandig tegen de trend in interveniëren op de valutamarkt, de Bank van Japan is.

Op 10 juni, vorige week maandag 14 juni, vrijdag 18 juni en gisteren opnieuw verkocht de Bank van Japan op grote schaal yen tegen de dollar, en tegen de euro. De Europese Centrale Bank hielp, op verzoek van zijn Japanse tegenhanger, een handje met verkopen van yen tegen euro's. Vanuit Europees perspectief werden daar twee doelen mee gediend: een vriendendienst voor de Japanse confrères, en een steuntje in de rug voor de zwakke euro tegenover de Amerikaanse dollar. Het motief van de Japanse regering-Obuchi, die in het geval van valuta-interventies de Bank van Japan mag dirigeren, is helder. Juist nu de Japanse economie in het eerste kwartaal een voorzichtig herstel vertoonde, stuurt de valutahandel de yen omhoog. Van een koers van rond de 125 yen per dollar, versterkte de yen zich de afgelopen weken naar 117 yen per dollar. En die dure yen dreigt de motor van het herstel, de exportsector, te laten vastlopen.

In Japan zelf begint langzaam duidelijk te worden dat het spectaculaire cijfer dat de economie over het eerste kwartaal liet zien, een groei van 7,9 procent op jaarbasis ten opzichte van het vierde kwartaal van 1998, op zijn best een eenmalige piek is. Ten opzichte van het eerste kwartaal van 1998 groeide de economie, met 0,1 procent, maar net. De stroom van cijfers over het huidige, tweede, kwartaal suggereert een nieuwe terugslag.

De economie van Japan zal het ook dit en volgend jaar niet moeten hebben van de particuliere consumptie. De vraag moet daarom van twee andere kanten komen: de overheid en het buitenland. Terwijl er dit najaar al weer een fors pakket van overheidsuitgaven, voornamelijk publieke investeringen, wordt verwacht is de ontwikkeling van de export van vitaal belang voor de economische groei.

De meeste prognoses gaan uit van een krimp van tegen de 1 procent voor de Japanse economie in het nu lopende jaar 1999, zij het dat die krimp aanmerkelijk milder uitvalt dan de kleine 2 procent die begin dit jaar nog werd verwacht. Alarmerend is dat voor het eerst in drie jaar de netto-export geen bijdrage aan de economische groei dreigt te leveren. Zodat dit jaar de overheidsinvesteringen zo'n beetje de enige kurk zijn waar de Japanse economie op drijft.

De ontwikkeling van de Japanse handelsbalans vertoont een sterke samenhang, een vertraging van ongeveer een jaar, met de koers van de yen. En dat betekent dat het lot van de economie in handen ligt van een yen die niet al te duur mag worden. Maar wat is duur? De zakenbank Goldman Sachs, die veel moeite stopt in het uitrekenen van theoretische evenwichtskoersen tussen de belangrijke valuta`s, komt op 130 yen per dollar als een wisselkoers die de verhoudingen eind dit jaar goed zou weerspiegelen. Maar op de korte termijn zien veel valuta-analisten de yen juist verder aansterken, het meest als gevolg van internationale beleggingsstromen die Japan en zijn yen als tussenstap gebruiken.

Moet de Bank van Japan daar tegen vechten? Twee weken van yen-interventies brachten de munt terug van 117 yen per dollar naar een zwakkere koers van 122 yen vanmorgen. Het stabiliseren van de koers is volgens het Japanse ministerie van Financiën het officiële doel van de ingreep. Daarmee is de armklem verheven tot de hoogste ambitie in de strijd met de markt. Terwijl er met wat meer geduld een fraaie uchimata in gezeten had.