`Gewone' vlinders stervenook snel uit

Het gaat slecht met de vlinders. Van de zeventig soorten dagvlinders die aan het begin van deze eeuw nog in Nederland voorkwamen zijn er inmiddels zeventien uitgestorven. Van de resterende 53 staan er dertig op de `Rode Lijst' van bedreigde diersoorten, zo meldt de Vlinderstichting.

Het ging al langer slecht met de zeldzame vlinders, maar het zijn nu ook de veelvoorkomende soorten die in aantal sterk dalen. Sinds 1990 zijn deze `gewone' vlinders met bijna de helft afgenomen, zoals de `witjes' waarvan er van de 25.000 à 30.000 in 1990 nog maar 10.000 à 15.000 overbleven. Met het zwartsprietdikkopje, het oranje zandoogje en het koevinkje gaat het wel goed.

Onderzoeker C. van Swaay van de Vlinderstichting wijt de daling van de zeldzame vlindersoorten aan het verdwijnen van hun leefgebieden. ,,Doordat het grondwaterpeil in veel landbouwgebieden kunstmatig laag wordt gehouden, zijn deze voor vlinders steeds minder geschikt.'' Ook de steeds meer geïsoleerde ligging van de beschermde natuurgebieden en de slechte zomers van de afgelopen jaren zijn boosdoeners.

Naar de teloorgang van de gewone vlinder kan Van Swaay alleen gissen. ,,Het is een ontwikkeling die misschien al langer gaande is, maar die we nu pas signaleren. Het gaat om sterke vlinders die van gras en brandnetels leven. Waarschijnlijk speelt het intensieve grondgebruik een rol. Vlinders hebben ruimte nodig.''

De Wageningse Vlinderstichting en het Centraal Bureau voor de Statistiek meten de vlinderpopulatie van april tot september op 250 locaties. Volgens Van Swaay is het directe belang van de vlindersterfte voor het milieu gering. ,,Met de vogels bijvoorbeeld zal het nog lang goed gaan. De vraag is of we willen dat bepaalde diersoorten in ons land te zien zijn.''