EZ: hoge ambities, geen extra geld

Het traditionele industriebeleid is dood. Het interventiebeleid van Economische Zaken richt zich nu op informatie en communicatie. Zonder er overigens extra geld voor uit te trekken.

Tientallen miljoenen guldens heeft kabelexploitant Casema de afgelopen jaren geïnvesteerd in zijn netwerk. Pay-tv, internet, telefoon – het kan allemaal worden aangeboden via de kabel. Het aanbieden van deze diensten stelde Casema zich enkele jaren geleden al tot doel. Maar het is nog steeds toekomstmuziek. Onduidelijke wet- en regelgeving en een overheid die maar niet kon beslissen wat de functie van de kabel moest worden waren daar debet aan. Toezichthouder Opta oordeelde onlangs dat het voor kabelmaatschappijen nagenoeg onmogelijk is met de huidige regels te werken. Als het aan minister Jorritsma ligt, is dat binnenkort echt verleden tijd.

Het oude industriebeleid (met directe steun aan noodlijdende bedrijven) draagt de minister definitief ten grave, zei ze gisteren bij de presentatie van EZ-nota's over industriebeleid en informatietechnologie. ,,Industriebeleid laat zich nogal eens leiden door nationale gevoelens. Dat oranjegevoel kost ons vooral geld.''

Dat is niet nieuw. De laatste financiële steun van de overheid aan een bedrijf ging naar vliegtuigbouwer Fokker. Nu krijgt alleen de sector scheepsbouw nog steun. Gisteren werd die overigens verhoogd met 15 miljoen voor 1999 en 2000 en nog eens 60 miljoen voor 2001 tot 2003.

Jorritsma kondigde in januari al aan het industriebeleid ,,tegen het licht te willen houden'' en te zullen ,,kappen in het woud aan regelingen''. De presentatie van Ruimte voor industriële vernieuwing en De Digitale Delta moet onderstrepen dat de overheid de weg naar de vernieuwing definitief heeft ingeslagen. Nederland, aldus EZ, loopt nu mee in de mondiale voorhoede van de informatie- en communicatietechnologie. ,,We moeten zorgen dat we in die kopgroep blijven'', zei Jorritsma. ,,Daarvoor is innovatie nodig.''

De minister wil daarom onderzoek- en ontwikkelingswerk (R&D) bevorderen, want hier blijft Nederland ver achter bij andere landen. Het Nederlandse bedijfsleven haalt slechts 25 procent van zijn omzet uit innovatieve producten. In de gehele EU is dat 31 procent, terwijl de Duitsers met 43 procent het hoogst scoren. Jorritsma: ,,We vernieuwen minder dan het buitenland, dat is een punt van zorg.''

De vernieuwing in haar eigen nota's is overigens gering. Het glasvezelnet als slagader voor informatietransport ontwikkelt zich gestaag, maar de aan exploitanten opgelegde beperkingen hebben een `revolutie' in het dienstenaanbod tot nog toe geremd. Jorritsma zei gisteren te willen onderzoeken wat aan de positie van de kabelbedrijven kan worden gedaan. De markt moet concurrerender worden en daar gaat de overheid wat aan proberen te doen.

Daarvoor is een sterke overheid en een slagvaardig algemeen economisch beleid nodig. Om de goede uitgangspositie van Nederland op het gebied van informatie- en communicatietechnologie vast te houden zal de overheid veel investeren in kennis. Voor investeringen in de fysieke communicatie-infrastructuur is echter op een geliberaliseerde markt geen taak weggelegd voor de overheid. Extra financiële middelen om de hoge ambities die de nota's op dit gebied melden te realiseren zitten er niet in.

Daar is werkgeversvereniging VNO-NCW het absoluut niet mee eens. Zij prijst de agenda van de overheid, maar voegt daaraan toe dat het kabinetsbeleid aangepast zal moeten worden om de ambities waar te maken. ,,Het budget daarvoor zal naar de mening van VNO-NCW ook reëel omhoog moeten.''