De luiheid van een muziekvideo

Het verhaal achter de vooral in Engeland immens populaire single Everybody's free (to use sunscreen) van Baz Luhrman is inmiddels onderdeel van de hype geworden.

Regisseur van hippe Romeo en Juliet-verfilming remixt de soundtrack. Iemand in de studio haalt van het internet een epidemisch verspreid verhaaltje dat ironische wijze levenslessen debiteert en afkomstig zou zijn van Kurt Vonnegut, die afzwaaiende studenten aan het MIT in Boston toesprak. Dit moet de tekst van de single worden! Haastige nachtelijke research levert echter op dat niet de oude Vonnegut, maar ene Mary Schmidch, een enkele generaties jongere columniste van de Chicago Tribune de auteur is. Het lijkt een scène uit een speelfilm.

De bijbehorende videoclip klopt op het eerste gezicht schitterend bij de sonore stem die de afstuderende technologen toespreekt. De toon die de tekst aanslaat is behoorlijk ironisch (haal geen gekke dingen met je haar uit en doe zonnecrème op), en de stem is van het type Philip Bloemendal: geassocieerd met verstandige en wijze raad uit vervlogen dagen; een opvoedkundige toon die de overheid, de nieuwsmedia en zelfs het bedrijfsleven graag en vaak aansloegen in hun publieke mededelingen.

Wat we zien zijn veel familiekiekjes en homemovies, maar wel op het archaïsche 8mm celluloid, met strepen en een voor ons, video-mensen, onrealistisch aandoend, licht verhoogd tempo. Ja, het verleden, weet je nog.

Later in de clip zitten er nog geintjes met het grafisch ontwerp van reclames uit de jaren zestig. Alles lijkt te kloppen. Het is campy, grappig, en er is door die huiselijke scènes van aandoenlijk lelijke mensen toch een verband met de oproep voor oprechtheid en vriendschap en besef van eigen kwetsbaarheid.

Maar is het niet vreemd dat we nostalgische beeldtaal zien, die verwijst naar de jeugd van mensen die zo ongeveer veertig moeten zijn? Mensen die nu afstuderen beleefden hun tienerjaren in de jaren tachtig. Philip Bloemendal en zijn collega's waren toen allang camp. De reclametaal van de jaren zestig kwam alleen nog voor in de derde wereld of als retro-grapje. De muziek levert naar het einde van het nummer toe een mondharmonica (ergens tussen Stevie Wonder en Toots Thielemans in), die ook al een sentimentele noot lijkt te moeten raken.

Bij nader inzien klopt de video niet zo best bij het nummer, het biedt een tweedehands verleden. In de laatste alinea van de tekst staat dat advies (en dus ook deze toespraak) een vorm van nostalgie is en dat wordt als volgt gedefinieerd: het verleden uit het vuilnis vissen, afstoffen, de lelijke onderdelen wegpoetsen en het hergebruiken tegen een hogere prijs dan het waard is. Zo zou je de luiheid van de makers van deze muziekvideo ook kunnen omschrijven. Het moderne dans-deuntje, de internethype van de tekst, die een goede pastische van Vonnegut is, bieden veel meer kansen dan hier benut zijn.

(Fragmenten uit deze clip: www.nrc.nl)