Boliviaanse boeren: coca of de dood

`Coca of de dood', antwoorden Boliviaanse boeren op de vraag of ze iets anders dan coca willen telen. Met coca valt nu eenmaal meer te verdienen dan met bananen.

,,De internationale gemeenschap moet goed beseffen dat haar geld niet gebruikt zal worden voor alternatieve ontwikkeling, maar voor het verjagen van dertigduizend boeren'', zegt Rolando Vargas. We rijden door de jungle van de Chapare, hét coca-gebied van Bolivia. Vargas, een vriendelijke oude Indiaan zonder voortanden, is één van de leiders van de grote vakbond van cocaboeren in deze streek. ,,De geschiedenis herhaalt zich al meer dan twintig jaar'', zegt Vargas. ,,Sinds 1978 zijn er miljarden aan de Chapare gedoneerd, maar niemand is er op vooruitgegaan, behalve het leger en de corrupte overheid.''

Een gemiddelde cocaboer verdient ongeveer honderd dollar in drie maanden, legt Vargas uit. Het is niet veel, maar altijd meer dan wat je met bananen of ananassen kunt verdienen. ,,Dat is de belangrijkste reden waarom alternatieve ontwikkeling niet werkt'', zegt Vargas, en hij trekt weer een overheidsdocument uit zijn tas om te bestuderen.

Om de paar kilometer zie ik ze voorbij komen. De afgekloven bordjes met Europese Unie, Verenigde Naties, of US-Aid erop geschreven. `Waar wij zijn, is vooruitgang', prijst de Amerikaanse overheidshulp zichzelf aan. Ik kijk nog eens goed, maar zie echt niets. Alleen jungle en een afgebrand cocaveldje waarop onkruid woekert. ,,De borden zijn wel handig'', glimlacht Vargas, en wijst op de kop van vakbondsvoorzitter Evo Morales die overal op de borden geplakt zit en sinds kort voor de cocaboeren in het Boliviaanse parlement zit.

Middenin de jungle, op het dorpsplein van het dorpje Isiboro houden tweeduizend cocaboeren – sommigen hebben acht uur door het oerwoud gelopen – een bijeenkomst om te protesteren tegen ,,de politiek van uitroeiing en genocide door president Banzer en de Verenigde Staten'', zegt Vargas. Toen de voormalige dictator Hugo Banzer twee jaar geleden president werd, braken moeilijke tijden aan voor de cocaboeren. Banzer nam zich voor de cocaproductie voor 2002 een halt toe te roepen en stuurde leger- en politie-eenheden naar Chapare.

De 38-jarige cocaboer Teófilo Mamáni draagt op zijn lichaam de sporen van oude confrontaties met de politie. Een paar gekneusde ribben en een traangasgranaat – in zijn been. Zoals bijna alle 35.000 cocaboeren in de Chapare is ook Mamáni al meer dan vijftien jaar actief in de bond. Vroeger, zegt hij, ,,hadden we de publieke opinie aan onze kant''. Totdat Banzer kwam.

Banzer beschuldigde de vakbond van `narco-guerrilla-activiteiten'. Mamáni's cocaveldje werd uitgerukt, zijn hut vernield en zijn overige gewassen (yuca en maïs) werden in beslag genomen. Een week later werd Mamáni gearresteerd en vier dagen lang gemarteld. Eerst werd hij geslagen, daarna tot zijn kin in de grond ingegraven. Ze duwden een pistool in zijn mond en haalden de trekker over, maar het bleek een schijnexecutie.

Intussen bereikt de demonstratie in Isiboro een hoogtepunt. `Viva la coca, Leve de coca', echoën de boeren in koor. `Coca o muerte', roept een vrouw, met een knipoog naar Che Guevara's `Socialismo o muerte'. Met geheven armen roepen de boeren terug: `Coca of de dood.' Vanaf het balkon spreekt Rodolfo Vargas de compañeros vurig toe. ,,We gaan door met coca planten. We zijn bereid voor ons bestaan te sterven.'' Luidruchtig beamen de boeren dit. Na afloop van de bijeenkomst zegt een verhitte Teófilo Mamáni: ,,Als ze ons het geweer in de mond zetten, besluiten we hoe we verder gaan. Zeker is alleen ons besluit dat we hier nooit levend weggaan.'' Hij slaat een doek om zijn schouders, maakt rechtsomkeert en begint aan de zes uur durende tocht naar huis.