Academie weigert Servische studente

De Servische studente Jelena Dadic is niet welkom op de academie van bouwkunst in Arnhem. Directeur John Carp liet haar onlangs weten dat hij geen studente kan aannemen afkomstig uit een land dat een ander volk wreed onderdrukt.

Carp onderstreept dat hij geen eenmansactie tegen Serviërs heeft willen ontketenen, maar een signaal wil afgeven naar andere hogescholen en universiteiten omdat ,,ook zij te maken kunnen krijgen met een dergelijk dilemma''.

Vooral het feit dat Dadic in haar brief waarin ze solliciteert naar een studieplaats met geen woord repte over de oorlogssituatie waarin haar land verkeerde, schoot Carp in het verkeerde keelgat. ,,Ik vind dat tamelijk brutaal.'' Als ze had geschreven dat ze wil vluchten uit Servië omdat ze het niet eens is met het regime, had Carp geen probleem gehad. ,,Er studeren hier ook twee Iraakse vluchtelingen. Maar uit niets bleek dat ze in de gaten had wat voor een ellende haar land veroorzaakt.''

Carp geeft toe dat hij zich persoonlijk sterk bij de oorlog in Kosovo betrokken voelt omdat hij en zijn vrouw vijf jaar onderdak hebben geboden aan een Kosovaarse student.

Zijn standpunt heeft veel reacties losgemaakt onder collega's en studenten. Dadic is niet persoonlijk verantwoordelijk te stellen voor de misdaden van haar volk, er zijn zoveel ons onwelgevallige regimes in de wereld, zo kreeg Carp te horen. ,,Maar met landen als Birma of Soedan hebben we niet net wekenlang oorlog gevoerd'', vindt directeur Carp. ,,Op het moment dat ik haar brief kreeg was de oorlog in volle gang.''

Verschillende collega's hadden liever gezien dat Carp Dadic op formele gronden had afgewezen. Zo is haar kennis van het Nederlands waarschijnlijk onvoldoende om de studie af te kunnen ronden. Directeur Carp: ,,Ik vond het lafhartig om me te verschuilen achter bureaucratische regeltjes. Mijn persoonlijke mening is niet te scheiden van de formele kant van de zaak.''