Stedelijk: contact met het MoMA

Het Stedelijk Museum in Amsterdam zal met het Museum of Modern Art (MoMA) in New York contact opnemen over het akkoord dat het MoMA heeft bereikt met de nazaten van de Russische avant-garde-schilder Kazimir Malevitsj. Vrijdag gaf het MoMA één schilderij van Malevitsj en een niet nader genoemd geldbedrag aan de nazaten, die in 1993 de zestien werken van Malevitsj die zich in het MoMA bevinden, hadden opgeëist. Volgens de Duitse kunstdetective Clemens Toussaint, die bij de claim van de nazaten van Malevitsj is betrokken, kan het Stedelijk ook een claim op zijn Malevitsj-collectie verwachten.

Het MoMA heeft de zestien werken van Malevitsj sinds 1935 in bruikleen. De werken zijn afkomstig uit de collectie die Malevitsj in 1927 in Berlijn had achtergelaten bij de Duitse architect Hugo Häring. Häring gaf de werken in bruikleen aan het Landesmuseum in Hannover. In 1935 gaf de toenamlige directeur van het Landesmuseum, Alexander Dorner, op zijn beurt de zestien werken in bruikleen aan het MoMA.

In 1958 verwierf het Stedelijk Museum 68 werken uit dezelfde, door Malevitsj in Berlijn achtergelaten collectie. Anders dan het MoMA kreeg het Stedelijk de werken van Malevitsj niet in bruikleen, maar kocht ze voor 110.000 gulden van Häring. De wettelijke status van de Amsterdamse Malevitsj-collectie is daarom anders dan die van de New-Yorkse, aldus het Stedelijk Museum. Niettemin wil het Stedelijk van het MoMA precies weten `op welke rechtsgronden zij tot hun besluit zijn gekomen'. Het museum onthoudt zich verder van commentaar.