Sluipende poema's

Als twee sluipende poema's draaien ze om elkaar heen. Schoppende benen en klauwende handen in een vloeiende dansbeweging. Even komt het gevecht tot ontlading op het ritme van de trommels. Dan tuimelen ze weer los van elkaar. Als acrobaten en dansers. Maar nog steeds twee vechtende katten die elkaar in gaten houden.

Capo-eeeira, zingen de jongens die in een kring om de strijders staan. De trance-achtige zang vult de ruimte tussen het afgekloven beton vol kogelgaten. ,,Wat is dat voor schip dat is aangekomen'', vraagt de voorzanger middenin de stoffige sloppenwijk van Rio de Janeiro. ,,Het is een galei met slaven uit Angola'', zingt het koor. ,,Ze zijn aan armen en benen geketend in de boot. Velen zijn door honger en zweepslagen dood.''

Capoeira is slavenverzet. In de zestiende eeuw kwam het als Afrikaanse vechtsport met de slaven naar Brazilië. De Portugese slavenhouders waren als de dood voor de beheerste bewegingen, de kracht en behendigheid van de zwarte capoeira-strijders. Van het begin af was de sport bedoeld als voorbereiding tot opstand.

Om de blanke meesters om de tuin de leiden werden de vechtbewegingen vervat in dans. Trommels en de Braziliaanse berimbau begonnen de sierlijk bewegingen van de strijders te begeleiden. Maar de dans werd verboden. Eeuwenlang werd capoeira op geheime plekken in het oerwoud beoefend of op veldjes aan de rand van de stad. De berimbau – een éénsnarig instrument waartegen met een stokje wordt getikt – diende als waarschuwing tegen de komst van de slavenhouder, en later de politie. Want tot 1920 was capoeira in Brazilië nog steeds verboden. In zwarte steden als Rio of Salvador hield de politie regelmatig razzia's te paard en sloot soms duizenden dansers op.

,,Mijn vader wilde niet dat ik capoeira deed, omdat het iets was voor negers en criminelen'', grijnst de 28-jarige `professor Apache'. Hij is een boom van een getatoeerde neger, en alles wat je jezelf voorstelt bij een `zware jongen'. In zijn linker voortand glimt een diamantje. Hét symbool van de drugshandelaar in de sloppenwijken van Rio. ,,Jarenlang sprak ik alleen met een pistool.''

In de sloppenwijk zijn geen voorbeelden van advocaten of dokters met stropdas, verklaart Apache. ,,De enige stropdassen die je hier ziet zijn die van dokters en advocaten die hun snuifje coke komen kopen.'' In de sloppenwijk, zegt hij, heb je het voorbeeld van vaders die moeders slaan, en moeders die kinderen slaan. Dan is er nog de drugsdealer die op iedereen schiet.

Zoals voor steeds meer zwarte jongeren in Brazilië heeft capoeira ook Apache's leven veranderd. Niet roken, niet drinken, geen drugs of pistolen. Naar school gaan als voorwaarde om op de capoeira-academie te komen. En een verbod om bij een drugsbende te gaan, want ,,een dode capoeirista beweegt niet meer''.

Trappend springt Apache vooruit en duikt dan achterwaarts in een salto. ,,Het is niet dansen en niet vechten'', verklaart hij terwijl hij met één van zijn leerlingen over het beton sluipt. ,,Het is een soort neuken met condoom.'' Doel van de vechtdans is niet winnen. De enige winnaar is capoeira zelf, het genot van de beweging en het spel. Na elk `spel' geven de partners geven elkaar de hand, terwijl in de cirkel twee anderen wervelen.

De leerlingen oefenen drie uur per dag. Dure spullen of apparaten zijn er niet voor nodig. Alleen blote voeten en aarde, beton of cement. ,,Gisteravond overvielen ze me. Mannen met geweren dwongen me mijn motor in te leveren'', vertelt Apache. ,,Tegen zo'n paar geweren doet ook capoiera niets meer'', lacht hij.

Toch wil hij niet terug naar zijn gewapende bende van vroeger. ,,Capoeira verandert je hoofd'', zegt Jumbo (13). ,,Het vertelt wat je waard bent. De rijken willen dat de mensen in de sloppenwijken drinken en elkaar doodschieten. Dat doen wij dus lekker niet'', zegt hij, en met een katachtige sprong zit hij van een liggende opeens in een aanvallende positie.

Dit is de tweede aflevering in een serie over opmerkelijke buitenlandse sporten.