Regering en rebellen Colombia praten over vrede

De Colombiaanse regering en de marxistische rebellenbeweging FARC zullen op 7 juli beginnen met onderhandelingen over vrede. Dat heeft een van de onderhandelaars namens de regering, Victor Ricardo, zaterdag bekendgemaakt.

De regering en de rebellen hebben vier maanden nodig gehad om het eens te worden over een datum en een agenda voor de aanstaande vredesbesprekingen, die een einde moeten maken aan de al 40 jaar durende burgeroorlog in Colombia.

President Andres Pastrana geeft de onderhandelingen hoge prioriteit. Een jaar geleden reisde hij naar de jungle voor een gesprek met FARC-leiders. Het was voor het eerst dat een staatshoofd een dergelijke ontmoeting had op Colombiaanse bodem. In mei sprak Pastrana weer met de rebellen om de vastgelopen onderhandelingen uit het slop te trekken.

Hoewel Pastrana's gedurfde toenaderingspogingen bewondering oogstten, wordt de president de laatste tijd steeds meer bekritiseerd door politici uit eigen land en door de Verenigde Staten. Pastrana zou te veel concessies doen aan de rebellen. Zo droeg hij in november vorig jaar een gebied ter grootte van Zwitserland over aan de FARC om de rebellen gunstig te stemmen.

Aanvankelijk zou de terugtrekking van het Colombiaanse leger uit dit gebied van tijdelijke aard zijn, maar vorige maand werd bekendgemaakt dat het gebied in handen van de rebellen mag blijven als de onderhandelingen door blijven gaan. Dit besluit leidde tot politieke spanningen in Colombia. De minister van Defensie trad af en in zijn kielzog een tiental officieren van het leger omdat in hun ogen het beleid van Pastrana zal leiden tot een permanente tweedeling van Colombia. De zittende legerleiding zwoer kort daarop trouw aan Pastrana om geruchten over aanstaande couppogingen de kop in te drukken.

De burgeroorlog in Colombia heeft 35.000 mensen het leven gekost. De regering wil voorlopig alleen met het FARC onderhandelen. Over een andere, kleinere groepering, het Nationale Bevrijdingsleger ELN, zei Pastrana vorige week dat deze niet langer als een bewapende groep met politieke motieven wordt beschouwd. Dat gebeurde nadat een ELN-leider erkende ,,dat met ontvoeringen geld wordt afgeperst''. (AP)