Porto wil een plaats in de kunstwereld

Begin deze maand ging in Porto de uitbreiding open van het Serralves museum voor moderne kunst. De uitbreiding werd ontworpen door Alvaro Siza, de architect die ook de uitbreiding van het Stedelijk Museum in Amsterdam voor zijn rekening neemt.

Het beton was hier en daar en nog nat, de grasmatten in de tuin hadden nog geen wortel kunnen schieten en speciale schermen moesten de graafmachines en betonmolens aan het oog moeten onttrekken van de hooggeëerde gasten. Maar begin deze maand opende geheel volgens plan in Porto het nieuwe gebouw van het museum voor moderne kunsten Serralves. In een park is tegen de heuvels van de Portugese havenstad een museum verrezen naar ontwerp van architect Álvaro Siza Vieira (66 jaar) waarmee Portugal een plaats wil veroveren in de internationale kunstwereld.

,,Kijk de eerste installatie hangt er al'', grapt de Álvaro Siza, wijzend naar een lange waslijn aan de zijkant van het gebouw waar werkmansgoed hangt te drogen. Het was de laatste weken een race tegen de klok, una locura, gekkenwerk, moppert de bouwmeester. Een stenen richel die niet goed aansluit, een gaatje op de verkeerde plaats geboord, het stuckwerk bobbelig: de vruchten van haastwerk en kostenbesparing ontgaan het speurend oog van de architect niet.

Toch heeft Siza na onder meer het Portugese paviljoen op de Expo in Lissabon vorig jaar andermaal een gebouw afgeleverd dat reeds bij oplevering geldt als een klassieker in zijn repertoire. In strakke, simpele lijnen, de wit-grijs gepleisterde wanden onderbroken door erkers is het hoofdgebouw tegen een licht hellend vlak geplaatst. Twee asymmetrische vleugels rijzen op uit het lage dal.

Al sinds 1989 heeft Porto een museum voor moderne kunst in de vorm van het Casa Serralves, een in roze tinten uitgevoerde art-deco-villa die wordt omringd door achttien hectare aan parken en tuinen. Het nieuwe gebouw, dat voor ruim vijftig miljoen gulden werd neergezet, vormt een aanzienlijke aanvulling met zijn 4.500 vierkante meter aaan tentoonstellingsruimte, een multifunctionele theater- en congreszaal en een bibliotheek. Het is de ambitie van museum-directeur Vicente Todolí (40) een vaste plaats te veroveren binnen de internationale podia voor moderne kunsten. ,,De combinatie van kunst, architectuur en een prachtig landschap maakt Serralves uniek'', zegt Todolí, enigszins vlekkig uitgeslagen van de spanningen.

Baselitz, Serra, Nauman, Polke, Kounellis en een groot aantal Portugese artiesten uit de vaste collectie worden gepresenteerd in de openingstentoonstelling Circa 1968 die tot in augustus valt te zien. De schilderijen maken deel uit van de permanente collectie, die zich vooral concentreert op kunst vanaf eind jaren zestig. Later dit jaar staan er een groot aantal tijdelijke exposities op het programma met werk van onder anderen de Russisiche constructivist El Lissitzky en de Nederlander René Daniëls en een hommage aan de de Amerikaanse choreograaf Merce Cunningham. Het budget van ongeveer 10 miljoen gulden voor kunstaankopen in de komende vijf jaar noopt tot enige creativiteit bij de verder uitbreiding van de collectie. Met de aankoop van werk van opkomende artiesten hoopt Todolí de verzameling verder gestalte te geven. ,,Het gaat ons in eerste instantie om ongemakkelijke kunstwerken. We willen geen snelweg van de kunst creëren. Secundaire paden en zelfs doodlopende wegen kunnen interressant zijn'', meent de museumdirecteur.

De architectuur van Siza is een attractie op zichzelf. De panaromaruiten, maar vooral de regelbare daklichten in de plafonds maken dat het natuurlijk daglicht een belangrijke rol speelt in de tentoonstellingsruimten. ,,Zonder licht is er geen architectuur'', parafraseert Siza de Amerikaanse architect Louis Kahn. De uitbreiding van Serralves riep een gelijksoortige discussie op als twee jaar geleden bij de opening van het Güggenheimmuseum in Bilbao, de blinkende oceaanstomer van architect Frank Gehry. Het gebouw zou de aandacht te veel opeisen en afleiden van kunst die er in tentoongesteld wordt. Een kunstmatige discussie meent de architect. ,,Het idee van architectonische neutraliteit is een mythe'', vindt Siza.

Of in het nieuwe museum van Serralves elementen terug te vinden zijn voor zijn plannen voor de uitbreiding van het Stedelijk Museum in Amsterdam waagt Siza te betwijfelen. Volgens zijn vaste aanpak is het ontwerp sterk afhankelijk van de omgeving. ,,Hier werken we in een ruim park en naast een bestaand art deco huis, dat is van een totaal ander karakter dat Stedelijk met zijn speciale relatie tot het Concertgebouw en het Rijksmuseum'', aldus Siza. Zijn werk in Amsterdam beschouwt hij overigens als ,,een verloren zaak'', de herinrichting van het Museumplein ,,een ramp in alle opzichten''. Vooral de piramidale uitbouw van de ondergrondse parkeergarage, reeds bekend als ,,ezelsoor'', blijft Siza danig dwarszitten. Het blokkeert het uitzicht vanaf de patio's van het museum op het omliggende park, aldus de architect. ,,Rudi Fuchs heeft me ervan overtuigd er geen aandacht meer aan te besteden'', zegt Siza.

Het nieuwe Serralves museum komt op het juiste moment voor Porto, nu deze stad samen met Rotterdam is uitgeroepen tot culturele hoofdstad van Europa in het jaar 2001. Het voorbereiden van dit project heeft in Porto al tot enige polemiek aanleiding gegeven. Zo weigerde architect Siza, die met de stad als vaste uitvalsbasis als een van de culturele trekkers van Porto beschouwd kan worden, mee te doen aan de inschrijving voor het Casa da Música, het nieuwe muziektheater dat in 2001 gereed moet zijn. ,,Het is waanzin om met een dergelijk korte voorbereidingstijd een goed gebouw neer te zetten'', meent de bouwmeester.

Van de zeven architecten die wel belangstelling voor het project toonden bleven er uiteindelijk maar drie over die binnen anderhalf jaar het theater uit de grond denken te kunnen stampen: de Nederlander Rem Koolhaas, de Franse Dominique Perrault en de Amerikaan Rafael Viñoly presenteerden begin deze maand hun plannen. De definitieve keuze wordt voor het einde van de maand verwacht.

Álvaro Siza meent dat het haastwerk bij het muziektheater exemplarisch is voor de aanpak van de organisatie tot dusver. ,,Er is sprake van een algehele desoriëntatie'', aldus de architect. De renovatie van de sterk aan verval onderhevige binnenstad geniet een belangrijke prioriteit, maar voor het overige zijn de plannen nog uiterst vaag en dringt de tijd. Zo wordt de architectuur als gemeenschappelijke traditie van Rotterdam en Porto door de organisatie van `Porto 2001' wel genoemd als een mogelijkheid voor gemeenschappelijke activiteiten, maar zijn er volgens Siza nog weinig concrete stappen ondernomen.