Nederland moet kindsoldaten verbieden

Door toe te staan dat 17-jarige kinderen gerekruteerd mogen worden, laat Nederland een kans schieten om de inzet van kindsoldaten definitief te bestrijden, meent Maud Droogleever Fortuyn.

Op 17 juni is het ILO-Verdrag inzake het verbod op de ergste vormen kinderarbeid ondertekend. Internationaal is nu afgesproken dat men er alles aan zal doen om kinderen – dat wil zeggen personen onder de 18 jaar – te vrijwaren van werk dat overduidelijk schadelijk voor hen is. Denk aan kinderprostitutie, aan zestien uur per dag in mijnen werken, aan drugsrunners. Het is duidelijk dat de ondertekening van dit verdrag een enorme stap vooruit is in de strijd tegen kinderarbeid.

Maar tegelijkertijd is mede dankzij Nederland een belangrijke kans blijven liggen om een van de meest kwetsbare groepen kinderen te beschermen: die van de kindsoldaten. Want het ILO-Verdrag geldt maar voor een zeer beperkte groep kindsoldaten, namelijk voor hen die worden gedwongen of verplicht zijn deel te nemen aan gewapende conflicten. Een kind mag niet (en gelukkig maar) de hele dag batterijen uit elkaar halen, maar wel huis en haard verlaten om mee te gaan met het leger, waar het als `kanonnenvoer' verkenner mag spelen. Zolang het maar 15 jaar of ouder is en zegt het vrijwillig te doen. Dit is de uitkomst van moeizame onderhandelingen over de tekst van het ILO-Verdrag.

Wereldwijd vechten tenminste 300 duizend kinderen – meisjes en jongens – in legers of rebellenlegers. Dit zullen er in de toekomst waarschijnlijk alleen maar meer worden. Op sommige plekken woeden al jarenlang burgeroorlogen. Volwassen mannen worden schaars en dus vult men zijn legers aan met kinderen.

Het is een natuurlijke reactie op dit gegeven om er alles aan te willen doen om te voorkomen dat dit doorgaat. Maar hoe? Het fenomeen kindsoldaten kan onder meer worden aangepakt via internationale verdragen. Die bieden momenteel weinig bescherming.

Het Verdrag voor de Rechten van het Kind stelt de minimumleeftijd voor rekrutering en deelname aan conflicten op 15 jaar. Dat is een merkwaardige uitzondering in een verdrag dat verder gericht is op de grootst mogelijke ontplooiing van kinderen en hen wil voorbereiden op een volwaardig bestaan in een vrije samenleving, in een sfeer van begrip, vrede en verdraagzaamheid.

Deze merkwaardige uitzondering is niet iedereen ontgaan. Sinds 1992 wordt op internationaal niveau onderhandeld over een aanvullend protocol bij het Verdrag voor de Rechten van het Kind. Daarin zou de leeftijd voor rekrutering in het leger en deelname aan gewapende conflicten op 18 jaar moeten komen. Daar zijn de Afrikaanse landen (waar 40 procent van de kindsoldaten vecht) en heel wat westerse en andere niet-westerse landen het over eens. Zo had volgens deze landen ook in het bovengenoemde ILO-verdrag een verbod op kindsoldaten moeten komen. Tegen alle verwachtingen in heeft Nederland deze kans niet aangegrepen om kinderen te beschermen tegen oorlogsgeweld.

Nederland heeft, in het kielzog van de Verenigde Staten, met succes gelobbyd om slechts gedwongen deelname aan gewapende conflicten onder de definitie van de `ergste vormen van kinderarbeid' te laten vallen. En in de onderhandelingen over het protocol bij het Kinderrechtenverdrag stelt Nederland zich weliswaar op het standpunt dat achttien jaar de minimumleeftijd is voor deelname aan gewapende conflicten. Maar op hun zeventiende mogen ze al gerekruteerd worden.

Wat is nu de reden voor dit standpunt? In Nederland mogen zeventienjarigen in dienst. En Defensie wil dit zo houden omdat het bang is dat er anders onvoldoende nieuw personeel te vinden is. Veel jongeren komen op hun zeventiende van school en als ze pas op hun achttiende mogen tekenen voor het leger hebben ze voor die tijd al een ander beroep gekozen, zo redeneert Defensie. Volgens Defensie waren in december 1997 van de ruim 55.000 militairen 318 zeventien jaar. Defensie stelt dus dat de toekomst van het Nederlands leger afhankelijk is van een paar honderd zeventienjarigen.

Maar is het nou zo'n groot bezwaar dat zeventienjarigen al wel gerekruteerd mogen worden?

Ja, dat is een groot bezwaar als je tot doel hebt de inzet van kinderen in gewapende conflicten te stoppen. In het Nederlandse leger mag dan een duidelijke scheiding zijn tussen opleiding en deelname aan conflicten, in andere landen – en zeker in die landen waar veel kindsoldaten worden gebruikt – betekent rekrutering in de praktijk meevechten. Als Nederland het standpunt ondersteunt – en zelf naleeft – dat kinderen niet in een leger mogen worden opgenomen, kan het op internationaal niveau een belangrijke rol spelen in de bestrijding van de inzet van kindsoldaten. Maar nu maakt Nederland zichzelf monddood in een strijd die gewonnen moet worden om honderdduizenden kinderen te helpen en beschermen.

Maud Droogleever Fortuyn is beleidsmedewerker van UNICEF Nederland.