Kosovo in quarantaine

WAAR POLITIEKE leiders en generaals zich maandenlang het hoofd over hebben gebroken, is geschied. Zonder slag of stoot, zonder ook maar een schot te hebben gelost heeft het Joegoslavische leger Kosovo verlaten. Meer dan honderdduizend NAVO-soldaten en bloedige gevechten zouden volgens de berekeningen nodig zijn geweest om in een `grondoorlog' hetzelfde resultaat te hebben kunnen behalen. Nu volstaat de Atlantische Verdragsorganisatie met minder dan de helft aan manschappen. Militair gesproken had de interventie in Kosovo voor het Westen slechter kunnen verlopen.

Dat op zichzelf is een opsteker, maar het laat onverlet de vele duizenden doden onder de burgerbevolking, de tienduizenden gemaltraiteerden en de honderdduizenden van huis en haard verdrevenen. De slag om de wederopbouw, om een geweldloos en leefbaar Kosovo moet nu beginnen. De steun van het Westen kan niet worden gemist, temeer niet omdat ook buurlanden als Albanië, Macedonië en Bulgarije, de armste onder de Europese armen, veel te lijden hebben gehad van de gevolgen van het groot-Servische denken en het antwoord van de NAVO daarop. De Europese Unie is hier een voortrekkersrol toebedacht, een unieke kans om te bewijzen dat Europese saamhorigheid en lotsverbondenheid meer is dan stof voor hoogdravende, verder tot weinig verplichtingen leidende redevoeringen.

DIT WEEKEINDE heeft de G8 haar zegen gegeven aan de operatie Joint Guardian, het NAVO-plus vervolg op Allied Force, de luchtacties tegen Joegoslavië. President Jeltsin gedroeg zich in Keulen als iemand die zich eindelijk weer eens onder vrienden bevond. Hij had daar ook wel reden voor. Rusland zal militair aanwezig zijn in alle sectoren van de NAVO-vredesmacht, zodat het huzarenstukje op het vliegveld van Priština toch nog een voor alle partijen aanvaardbaar einde kan krijgen. Bovendien heeft het dwarsliggen en het uitdelen van speldenprikken in de kwestie-Kosovo het Kremlin precies opgeleverd wat het nastreefde: enig herstel van gezag in eigen land zonder de relatie met het Westen te verspelen. Het bondgenootschap is Jeltsin zelfs dankbaar voor zijn bemiddeling in de eindfase van het conflict.

Na Bosnië wordt nu Kosovo in internationale quarantaine geplaatst. In Kosovo zal het moeilijker zijn de onderlinge haat te beteugelen. Met de terugkeer van de vluchtelingen ontstaat het gevaar van regelrechte confrontaties tussen de verschillende bevolkingsgroepen en dreigen wraakacties van het UÇK op achtergebleven of noodgedwongen terugkerende Servische burgers (Miloševic weigert deze mensen een veilige haven). Voor de NAVO ligt een zware taak in het verschiet die zij bovendien moet delen met andere internationale organisaties. Maar als de vrede, naar het voorbeeld van Bosnië, kan worden bewaard, is veel gewonnen.