Eveline Herfkens moet excelleren

Volgende week staat minister Eveline Herfkens (Ontwikkelingssamenwerking) in de Kamer weer eens in de schijnwerpers. Dan verdedigt zij haar landenlijst: de drastische beperking van het aantal landen waarmee Nederland voortaan een bilaterale hulprelatie wil onderhouden. Herfkens voelt zich op haar gemak in de schijnwerpers, waar ze haar leven lang naar heeft gezocht.

Wie je ook spreekt over de minister voor Ontwikkelingssamenwerking en waar je de archiefmappen over haar ook openslaat, de steeds terugkerende trefwoorden zijn: ambitie, ijver, enthousiasme en zelfverzekerdheid. Het zijn trefwoorden die kunnen helpen de soms grillig verlopen bliksemcarrière te verklaren die de nu 47-jarige Eveline Herfkens ondanks tussentijdse tegenvallers maakte.

Het trefwoord ambitie kan wellicht ook verklaren hoe een gemiddeld-keurige Haagse gymnasiaste uit een gegoed rooms-katholiek milieu, die natuurlijk lid werd van de behoudende Vereniging van Vrouwelijke Studenten te Leiden (VVSL), daarna in sneltreinvaart plotseling een radicaal-linkse ontwikkelingshulpspecialist in de PvdA werd. Haar vroegere leraar klassieke talen zegt daarover vandaag iets met de waarde van een sleutelzin: ,,Ze werd gedreven door haar ambtitie, ze moest eenvoudig excelleren, altijd. Het werd ontwikkelingshulp, maar volgens mij was het hoe en waar misschien niet eens zó belangrijk.''

Ruim twee weken geleden beleefde zij een bijzondere middag in het auditorium van het Institute of Social Studies (ISS) aan de Haagse Kortenaerkade, dat die middag bomvol zat met honderden cursisten uit Derde-Wereldlanden. Herfkens en haar Britse collega Clare Short zouden in debat gaan. Short mag na een vriendelijke introductie van oud-ISS-rector Bas de Gaay Fortman de aftrap doen. Ze blijkt een politieke dragonder. Een toehoorder onderbreekt haar met een kritische opmerking. Short maait de man neer: Onzin, u weet van niets, wat doet u voor de kost?

Nadat ze haar laatste uitroepteken heeft gezet, dankt De Gaay Fortman Short voor haar ,,inspirerende rede'' en geeft Herfkens het woord. Die grijpt naar de tweede viool door te zeggen dat zij het geheel eens is met haar vriendin Short. Ze vertelt hoeveel beter het IMF en de Wereldbank vandaag functioneren, hoeveel up hill battles zij moest voeren als lid van het bestuur van de Wereldbank, van 1990 tot 1996, hoe groot de arrogantie jegens de Derde Wereld daar destijds was. Ze biedt aardig tegen Short op, maar een debat wil het zo niet worden, al duurt de bijeenkomst nog een uur. Maar: Herfkens als echo, het was dus toch een bijzondere middag.

Ze is een van vier kinderen van een Shell-ingenieur, groeit op in Venezuela, waar, zegt zij later vaak, haar hart ging kloppen voor de Derde Wereld, en in het keurig-deftige Haagse Benoordenhout, waar ze de lagere school afmaakt en het Maerlant-lyceum bezoekt (gymnasium-B). Ze is lid van de jeugdgemeenteraad van Madurodam. Je ziet een meisje op een Britse sportfiets rijden, rieten mandje aan het stuur, clip op de voorvork voor de hockeystick, schotsgeruite rok. Een marineblauwe collegecoat in het wintertenue.

Daarna volgen meer open klinkers te Leiden, waar ze natuurlijk VVSL-lid wordt. Che Guevara lijkt nog niet in zicht. Ze doet na zes jaar doctoraal rechten in 1975, studeert ijverig, maakt ook tijd voor vriendschappen. ,,Maar niet voor verliefdheden'', zegt een spijtige tijdgenoot dertig jaar later.

In 1976 wordt ze ambtenaar op Ontwikkelingssamenwerking en begint tevens aan een sterke radicalisering in de PvdA, waar zij - dag Benoordenhout - spoedig in de linkervleugel opduikt en er bijdraagt aan de politieke polarisatie van het debat over ontwikkelingshulp. Voorzitter van de Evert Vermeerstichting wordt ze, de kweekvijver voor ontwikkelingswerk van de PvdA. Ze is dan volop op weg.

De stap naar de Tweede Kamer is maar een kwestie van tijd, in 1981 is het zover. ,,Ze omhelsde destijds iedere actiegroep die langskwam, ze was zeer anti-Amerikaans, anti-Wereldbank en jegens de meeste Derde-Wereldlanden ook anti-gouvernementeel'', zegt CDA-senator mr. J. (Jos) J.A. van Gennip, die destijds directeur was van de rooms-katholieke medefinancieringsorganisatie CEBEMO (1971-1984) en die van 1984 tot 1990 op Buitenlandse Zaken plaatsvervangend directeur Internationale Samenwerking was. ,,Ze was zeer populistisch, ze probeerde bij iedere actiegroep in het gevlei te komen. Dat ging razendsnel voor iemand uit een traditioneel rooms-katholiek gezin uit het Benoordenhout (waar Van Gennip ook woont), kort daarvoor was ze nog voorzitter van het Haagse jongerendecanaat.

,,Maar die felheid van toen heeft ze behouden, want met dezelfde felheid waarmee ze destijds internationale systemen als het IMF en de Wereldbank bestreed verdedigt ze die instituten nu als minister. Dat geldt trouwens voor meer dingen. Bijvoorbeeld voor haar huidige voorkeur voor kanalisering van hulp via internationale organisaties en haar voorkeur voor programmahulp (geld dat een ontwikkelingsland naar eigen inzicht kan besteden) boven projecthulp (waarbij Den Haag toeziet op keuze en uitvoering en daaraan vaak meewerkt).

,,Destijds lag die voorkeur andersom. Ze mag dan bezwaar maken tegen het woord `ontpronking', maar dat is gelukkig wèl precies wat ze doet. Wat dat betreft is ze haar leermeester vóórgeraakt'', zegt Van Gennip.

Herfkens wil af van het `beheersprobleem' dat zij van Pronk erfde door de Nederlandse bilaterale hulprelaties te beperken van circa 125 tot negentien landen, die aan eisen van goed bestuur en armoede moeten voldoen. Gaat ze daarmee eigenlijk niet gedeeltelijk in tegen de in 1995 opgezette Herijking van het buitenlands beleid, waarin toch een zekere vergroting en verzelfstandiging van de Nederlandse ambassades wordt voorzien op het gebied van de (project) hulp? Ja, dat ziet Van Gennip ook zo. ,,Maar dat gaat zó duidelijk in tegen Pronk, dat kan Herfkens moeilijk van de daken roepen''.

Trefwoord ambitie. Toen zij midden jaren zeventig, net afgestudeerd, kwam solliciteren op Ontwikkelingssamenwerking kon Eveline Herfkens als jurist eigenlijk niet worden aangenomen. Minister Pronk had binnenskamers namelijk gezegd dat hij graag een econoom voor de baan in kwestie had. ,,Maar ze was zó ambtieus, gedreven haast, ze bracht zoveel kwaliteit en enthousiasme mee dat ik dacht: die moet het worden'', zegt staatsraad Godert Posthumus, destijds directeur Financieel-economische Ontwikkelingssamenwerking, die haar aannam. ,,Daar heb ik nooit spijt van gehad'', zegt Posthumus in zijn kamer in de Raad van State. ,,Ze was een keiharde werker, ze drong zichzelf snel op de voorgrond.'' Hij was en is zelf lid van de PvdA en wordt even iets kritischer. ,,Ze behoorde al spoedig tot de linkervleugel van de PvdA, en daar werd steeds meer over ontwikkelingshulp gedacht onder het motto dat je er de samenleving mee moest veranderen. Eveline is aanvankelijk ook op die lijn terechtgekomen. Daar was ik het niet mee eens, want daardoor ontstond de verkeerde indruk dat ontwikkelingssamenwerking iets van `links' is, terwijl het de meeste mensen veel meer gewoon om hulp aan arme landen gaat.''

Vijftien jaar later, Posthumus zit dan in de bestuursraad van het IMF in Washington (sinds '86), ontmoet hij die gedreven sollicitante opnieuw. Maar nu als collega, want Herfkens heeft het intussen (1990) tot een zelfde functie bij de Wereldbank gebracht. Ze betrekt een flat in het Watergate-complex en gedraagt zich volgens Posthumus ,,net zoals ik haar in herinnering had: als een workaholic''. Overigens zorgen de internationale oriëntatie en de ervaringen bij de Wereldbank ervoor ,,dat zij veel van haar oorspronkelijke opvattingen moest laten varen'', weet Postumus nog.

Klopt het verhaal dat Herfkens zoveel aan de hervormingen bij de Wereldbank heeft bijgedragen? ,,Ach, in zulke verhalen wordt wel eens wat overdreven, het zijn de grote landen die de dienst uitmaken'', zegt hij behoedzaam. Van Gennip is daarover scherper. ,,Haar Washingtonse jaren waren beslissend voor de verandering van haar opvattingen, zij heeft er de Wereldbank niet veranderd, maar de toenmalige Wereldbank-chef Barber Conable heeft haar in evenwicht gebracht''.

Posthumus: ,,Ze was competent, kende haar zaakjes goed. Vooral voor de Oost-Europese landengroep die zij erbij kreeg heeft ze veel goed werk gedaan. Maar, inderdaad, ze kreeg die baan bij wijze van compensatie''. Namelijk omdat partijleider Kok haar even eerder, in de formatie-1990, al had gevraagd voor het ministerschap op Ontwikkelingssamenwerking in het derde kabinet-Lubbers maar dat aanbod uiteindelijk alsnog had moeten intrekken ten gunste van Jan Pronk. Zoiets zou zich trouwens in 1994 herhalen. Maar die tweede klap kwam voor Herfkens minder hard aan, ze was toen immers al bewindvoerder bij de Wereldbank (1990-'96), wat qua gewicht niet minder is dan een Nederlandse ministerspost.

De VVD laat het PvdA-lid Herfkens soms schrikken. De VVD is namelijk openlijk reuze tevreden over haar en haar nieuwe `ontpronkende' beleid en haar goede relatie met de hoofdbewoner op Buitenlandse Zaken, VVD-minister Jozias van Aartsen. Het Tweede-Kamerlid Frans Weisglas, zelf ook midden jaren zeventig begonnen als OS-ambtenaar, ,,we hebben nog even op dezelfde directie gezeten'', noemt haar ,,rustiger, kalmer, minder spring-in-'t-veld dan vroeger''.

,,Het is een goed mens, dat superenthousiaste en haar werkkracht heeft ze gehouden en van dat drammerige van vroeger is ze veel kwijtgeraakt. Ze is nooit, anders dan de vroege Pronk, die zelf bij iedere waterput ging kijken, een echte liefhebster van al die projecthulp met Haagse bemoeienis geweest'', zegt Weisglas. En bij de Wereldbank en in haar aansluitende jaren als Nederlands vertegenwoordiger bij de VN in Genève (1996-'98) heeft zij die mening verder ontwikkeld en ging zij ook steeds meer het belang van de internationale handel zien. ,,Daarin was zij Pronk voor, ze is ook eerder realistisch gaan denken over de rol van het bedrijfsleven'', constateert hij. Moedig is zij ook, want de vruchten van de beperking van al die projecthulp in de Derde Wereld zal vooral haar opvolger plukken, waarschuwt Weisglas, ,,want je kunt niet zomaar een project beëindigen, dat duurt vaak vier tot vijf jaar''.

Blijft de vraag hoe dat keurige, en volgens leraren en klasgenoten helemaal niet zo opvallende, meisje uit het Haagse Benoordenhout ooit in een paar jaar tijd opstoomde naar de linkervleugel van de destijds tamelijk wilde PvdA. Mr. Inge Kaarsemaker, zes jaar klasgenote op het Maerlant-lyceum in Den Haag en medestudente aan de universiteit in Leiden, kan dat niet verklaren: ,,Ze was een gemiddelde leerling, niet iemand van wie ik dacht dat ze het zover zou brengen. Ze kon heel gezellig zijn. Met tennissen dacht ze wel eens, ook als ze verloor, dat ze beter speelde dan een ander, dat ging met meer dingen zo. Over politiek sprak zij nooit''. Klasgenoot Lex Levisson, tegenwoordig ambtenaar: ,,Ik trok veel met haar op, mocht haar graag, we zijn nog eens met vakantie naar Engeland geweest. Ze had in Venezuela gewoond, dat wisten we, maar wij hebben nooit iets gemerkt van haar belangstelling voor de Derde Wereld.''

Aardrijkskundeleraar De Kiefte herinnert zich de ,,tomeloze ambitie'' van zijn leerlinge Eveline Herfkens. ,,Ze wilde altijd de beste zijn, de tranen stonden haar in de ogen als dat niet lukte. Ik heb haar later, in de vroege jaren tachtig, nog eens gesproken toen ze net lid van de Tweede Kamer was geworden. Haar ambitie was er nog helemaal. `Ik mik op een ministerspost en ik ben er klaar voor', zei zij.''

Heiko van Hensbergen, leraar klassieke talen, heeft Herfkens zes jaar les gegeven. ,,Ik heb bij haar nooit wat gemerkt van politieke of maatschappelijke belangstelling. Ik vond haar een redelijke maar niet zo'n aardige leerling; ze was op het krankzinnige af ambitieus en kon absoluut geen teleurstellingen verdragen, dan raakte ze helemaal overstuur. Ze zakte voor haar eindexamen wegens onvoldoendes voor de klassieke talen en was totaal uit balans. Ze wilde per se geen herexamens doen. Ik moest een paar keer op huisbezoek om haar ervan te overtuigen dat ze daarmee alleen zichzelf strafte.

,,Ik organiseerde toneel op het Maerlant. Eveline kon dat eigenlijk niet zo goed, maar we hadden grote conflicten als ze de gewenste rol niet kreeg. Ik herinner me dat ze daarover een keer woedend haar beklag bij de rector ging doen en daarna, toen hij haar geen gelijk gaf, anderhalf uur krijsend door de gang liep. Maar ik begrijp uit de krant dat ze haar temperament tegenwoordig wat beter onder controle heeft.''