Curieuze keuzes

Het schijnt geweldig goed te gaan hier. Een tijdje geleden zagen we minister-president Kok bij Bill Clinton op bezoek, onlangs zat hij naast Tony Blair, en beide leiders wilden niets liever dan van alles opsteken over het poldermodel omdat dat een bloeiende economie zou verenigen met een sociaal gezicht. Het was fijn om te zien hoe dankbaar Blair was voor de aanwijzingen van Kok, hoe gretig Clinton de woorden van zijn lippen dronk. Zo fijn dat je even dacht: het is waar, het gaat geweldig goed, wij hebben voortreffelijke politici.

Een mooi droombeeld. Misschien dat ze in Engeland en Amerika, waar de kloof tussen arm en rijk veel groter is dan hier, waar werklozen aan hun lot worden overgelaten en waar er veel meer schaamteloosheid aan de dag wordt gelegd als het gaat om verrijking, de indruk hebben dat hier het staatsinkomen tot op verstandige hoogte in dienst staat van de samenleving en dat onze politici erin slagen om aan iets anders dan aan geld te denken. Maar daar is niet veel van waar.

Zo hadden we pas Europese verkiezingen. Het is bekend, en het bleek ook weer, dat Europa de kiezers niet erg vermag te boeien. Daar moet iets aan gebeuren vinden de politici. En waar praten ze dus over, de avond van de verkiezingsdag: over hun eigen salaris. Dat vinden ze allemaal voor ons een belangrijk en interessant punt. Kiezers willen niets anders weten dan of de europarlementariërs niet te veel verdienen. Nu is het natuurlijk waar dat het een onaangenaam idee is om in Brussel vertegenwoordigd te worden door een corrupt zootje, maar het is toch verbluffend dat een vertegenwoordiger van GroenLinks, een partij die het in Europa allemaal anders, socialer, milieubewuster etc. wil aanpakken uitsluitend over zijn eigen onkostenvergoedingen weet te praten.

In eigen land gaat het niet veel beter. Na jarenlang bezuinigen in de gezondheidszorg is er nu geen verplegend personeel meer. De paar mensen die zich nog laten opleiden tot verpleegkundige kunnen niet aan het werk, want in de ziekenhuizen is niet voldoende personeel om leerling-verpleegkundigen te begeleiden.

In deze krant stond laatst een schrijnend verhaal over een psychotisch en agressief jongetje dat al een kameraadje had vermoord. Opvang was er niet voor hem, want de enige inrichting waar plaatsen zijn voor dergelijke gevallen moet inkrimpen en wellicht zelfs sluiten. Daar heeft men geen geld voor over. Dat zijn alleen maar kosten en het levert niets op, want van zwakzinnige jongetjes is economisch niets te verwachten.

Ook het onderwijs heeft men na jarenlang afknijpen zo goed als leraar-vrij weten te maken. Niemand wil meer voor de klas. Gymnastiekleraren geven wiskunde, uit Duitsland wordt versterking aangerukt, ouderen, op de arbeidsmarkt eerst niet meer in trek wegens hun gebrek aan dynamiek en geringe job-rotation, krijgen nu smeekbrieven thuisgestuurd of ze alsjeblieft weer willen komen.

Tegelijkertijd is het heil dat men verwacht uit het onderwijs heel groot, en niet ten onrechte. Maar dan moet er wel geld zijn, en leraren, die men niet ieder jaar een ander onderwijsplan moet opdringen tegen een zeer matig salaris.

Dat gaat dus allemaal erg goed. Toneelgezelschappen en orkesten worden bedreigd met strafkorting op hun subsidie als ze te veel bejaarden binnen halen en te weinig jongeren, maar over de grote grijze golf die eraan komt wordt niet nagedacht. In de bejaardenzorg is ook al geen overschot aan personeel. Voorzieningen zijn vol, wachtlijsten zijn lang, thuishulp is schaars. Als wij straks allemaal in verpleeghuizen zitten mogen we blij zijn als we één keer per dag op de po worden gezet, want voor meer is geen tijd.

Verstandig en toch sociaal. Economie met een menselijk gezicht.

Er worden ook curieuze keuzes gemaakt. Veel aandacht gaat nu uit naar de bestrijding van kinderporno. Terecht. Maar het jagen op kunst waarvan de suggestie uitgaat dat kinderen ook seksuele wezens zijn is een tikje overdreven. En het staat in een wonderlijk contrast tot al die winkels vol zeer goedkope kleren die met behulp van kinderarbeid vervaardigd zijn. Die worden niet verwijderd. Daar wordt niet op gecontroleerd, hooguit probeert een enkele actiegroep soms eens uit te zoeken welke bedrijven niet schromen om te profiteren van de armoede elders. Een foto van een kind dat in zijn blootje geposeerd heeft, is blijkbaar erg veel schadelijker voor de wereld dan het zwoegen van vijfjarigen.

En als kroon op ons sociale gezicht gaan we nu een vluchtelingenbeleid voeren gericht op `échte vluchtelingen' waarbij `het vluchtverhaal' het belangrijkste criterium wordt. Een goed vluchtverhaal moet controleerbaar zijn en het moet gaan over politieke vervolging, over discriminatie, over religieuze overtuiging. De historica Geertje Mak schreef laatst in Trouw over de moeilijkheden bij het controleren van dergelijke verhalen. Ze had voor haar onderzoek dossiers gelezen van Duitse vluchtelingen die in de jaren dertig Nederland probeerden binnen te komen omdat ze naar kampen gestuurd dreigden te worden, omdat ze wisten dat ze in levensgevaar verkeerden. De Nederlandse politie wist dat niet en geloofde de meesten ook niet. En dat is nog niet eens zo onbegrijpelijk, schrijft Mak, want de verhalen die die vluchtelingen vertelden rammelden vaak, of klonken niet zo geloofwaardig, of de vluchteling gaf een valse naam of nationaliteit op, of zijn verhaal leek sterk overdreven. ,,Daardoor ging ik, zelfs met alle kennis van het verdere verloop van de geschiedenis, soms twijfelen aan de oprechtheid van het vluchtverhaal'', schrijft Mak. Een veelzeggende uitspraak. Zo moeilijk is het dus, om iemand te geloven. Mak meent wel dat er nu zorgvuldiger beoordeeld wordt dan toen, maar ze blijft zorgelijk over de manier waarop het verhaal van een individu wordt afgewogen tegen onze kennis over een land. Dan verliest een vluchteling al gauw.

Ook wijst ze nog op de onoprechtheid van het criterium `echte vluchteling'. Wie straatarm is, uitgebuit wordt, geen werk heeft noch ooit zal krijgen in eigen land, die hoeft niet te denken dat hij naar Nederland kan vluchten. Dat is niet `echt'.

Wij spreken graag in het buitenland over onze economische bloei, maar de armoede van anderen vinden we niet zo interessant. Oud worden is evenmin interessant. Baantjes zonder carrièremogelijkheden, banen waar je geen auto van de zaak bij nodig hebt en waarin je niet op een dag de gelukkige eigenaar wordt van een mooi pakket aandelen waarmee je het geld nog meer kunt laten rollen, zijn ook niet interessant. Niet zo'n voorbeeld van krachtige economische politiek. Ouderwets. Sloverig. Zeurderig. We besteden ons geld liever anders. Aan leuke dingen voor nu. Snelwegen. Schiphol. En voor het groene gevoel een stiltegebiedje naast de snelweg.

,,Zo'', lachen we trots tegen het buitenland, ,,zo doen wij dat nu! Neemt u er gerust een voorbeeld aan!''