ABRIKOZENTAART (2)

De amandelcrème, waarmee de deegbodem voor deze taart voor de helft wordt gevuld, kan desnoods lang van te voren worden gemaakt. Het recept voor de benodigde appelgelei werd vorig jaar op deze plaats gegeven en is inmiddels onder Windfall Jelly opgenomen in het Derde NRC Handelsblad Kookboek. Maar aangelengd diksap vermengd met een kleine hoeveelheid geleipoeder, levert ook aardige taartgelei op.

Bereiding: Maal de geblancheerde amandelen samen met de bloem in een food processor tot een fijn mengsel. Roer boter en suiker in een kom tot een luchtige crème. Roer het droge amandelmengsel erdoor, de citroenrasp, het ei en het restant van het losgeklopte ei dat voor het taartdeeg werd gebruikt (recept 17 juni). Laat het mengsel, afgedekt met folie, op een koele plaats rusten tot gebruik. Roer vlak voor gebruik de crème fraîche door het dikke amandelmengsel zodat een luchtige, soepele crème wordt verkregen. Strijk de amandelcrème gelijkmatig uit over de voorbereide taartbodem. Leg de abrikozen in twee concentrische cirkels op de amandelcrème met de snijkant naar boven; leg een kers (of desnoods een beetje kersenjam) in de holte van iedere abrikooshelft. Bak de taart 15 minuten in het midden van een voorverwarmde oven (225° C), temper de oventemperatuur tot 200° C en bak de taart nog 30 minuten, of tot het deeg krokant is en de amandelcrème goudgeel en gerezen. Neem de taart uit de oven en bestrijk het oppervlak met de appelgelei, die samen met 1/2 eetlepel water in een pannetje tot smelten werd gebracht. Laat de taart afkoelen alvorens te serveren.