Wordt het Moskou, of toch de gevangenis?

Soms bevind je je op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. In een kamp van geologen bijvoorbeeld, in het Pamir-gebergte, boven de boomgrens, vlakbij Afghanistan, net op het moment dat Moskou zich op de Balkan begint te roeren.

,,Russische troepen staan op het punt om Kosovo binnen te trekken'', meldt de wereldontvanger. Dat is nieuws dat je als correspondent niet zou mogen missen. Oleg, de fotograaf, zou de intocht van de Russen willen meemaken. Maar: de reis naar deze uithoek der uithoeken heeft een week geduurd, inclusief een afmattende voettocht van elf uur. Het werk zit erop, goddank. Nu als de donder naar Moskou, maar hoe? Konden we onszelf er maar naartoe stralen.

In het dal beneden wacht Husein met zijn jeep. De afdaling neemt de hele dag in beslag. Trillend van vermoeidheid komen we tegen het vallen van de avond aan bij het lemen huisje van onze lokale gids Mardonna. Husein veert op: ,,Ik heb tot Allah gebeden dat jullie vandaag terugkwamen.''

Pas aan het eind van de volgende dag, zaterdag, bereiken we het stadje Khorog aan de grens met Afghanistan. Daar landen soms vliegtuigjes, maar de baan is leeg. ,,De laatste vlucht was op 29 mei'', zegt de bewaker van het strookje asfalt. Alleen bij windstil, wolkenloos weer kan hier tussen de bergtoppen iets landen. De telefoon in Khorog werkt niet; de televisie wel: de Russen hebben het vliegveld van Pristina bezet, tot ongeloof van de NAVO. Wat een stunt, en wat een ellende om voorlopig vast te zitten in een stadje waar 's nachts Afghaanse opiumdealers proberen te infiltreren, 728 kilometer van het eerstvolgende, werkende vliegveld (in de stad Osj in het land Kirgizië).

,,Potentiële rallycoureurs leggen deze amper verharde weg in twintig uur af, maar het is beter om op twee volle dagen te rekenen'', schrijft de reisgids Lonely Planet, en we voelen ons erg eenzaam. We hebben niet eens een auto, want Husein mist de juiste papieren voor deze ,,Pamir-highway''.

Om middernacht vinden we twee jongens met een jeep van Russische makelij die ons tot halverwege willen brengen. We vertrekken voor dag en dauw, op zondag. In de cabine walmt benzinelucht, het gevaarte klimt loeiend tegen de bergen op. Er is constant wat loos: de remmen doen het plotseling niet meer. Of de motor begint te koken.

,,Eruit, eruit'', schreeuwt de chauffeur bij kilometerpaal 185. We waren weggedommeld, maar nu er vlammen uit het dashboard slaan, duiken we klaarwakker in de nog vochtige berm. De elektronische circuits zijn dood, maar de motor blijkt het nog te doen. Rond lunchtijd rijden we het meest desolate plaatsje op aarde binnen: het door stofstormen geteisterde Moergab, 4100 meter hoog. In de bazaar staan twee jeeps die de tocht moeten kunnen volbrengen. Vanuit de laadbak verkoopt Jarkimbay, een oude Kirgies, hompen geitenvlees. Wij kopen hem ,,los'' en bieden honderd dollar extra. ,,We willen graag naar Osj.'' ,,Vandaag nog? Dat is negen tot tien uur rijden. De grens met Kirgizië gaat bij zonsondergang dicht.'' We knikken, we hebben inderdaad haast.

Daas van het zuurstofgebrek, en in vervoering door het strijklicht op de Lenin-piek (7134 meter), krijgen we ineens vleugels, zo voelt het. Diep in de nacht levert Yarkimbay ons af bij Hotel Intoerist, in het lommerrijke Osj. Dat betekent: een telefoon en warm water. De krant blijkt inderdaad nerveus: waar is onze man in Moskou? ,,We komen eraan'', breng ik uit. Maar na een paar uur slaap komt de domper: rechtstreekse vluchten van Osj naar Moskou bestaan al een jaar niet meer. De eerstvolgende lijnvlucht gaat via Bisjkek, over twee dagen.

Rest ons één uitweg: via het buurland Oezbekistan, een politiestaat waar iedereen voortdurend wordt gecontroleerd. Ik heb geen Oezbeeks visum in mijn paspoort. De route naar Tasjkent, vanwaar er nachtvluchten op Moskou vertrekken, wordt dus een smeergeldroute. Het is 34 graden. De hordeloop per taxi, bus en vliegtuig kost het beste deel van de dag, alsook vele dollarbiljetten, maar 's middags melden we ons in Tasjkent bij de luchthaven Aviakassa. Hoeveel loketten er ook zijn, plaats in de Boeing 767 is er niet. Gewapper met greenbacks helpt niet, totdat een jonge Oezbeek ons aanspreekt: ,,Tickets nodig?''

Hij blijkt ,,biljetor'' van beroep, een verkoper van vliegtuigstoelen aan de hoogst biedende. We spreken een prijs af: 300 dollar. Wat volgt is een urenlange tocht langs ministeries, hotels en het hoofdkantoor van Oezbekistan Airlines.

Biljetor draagt stapels bankbiljetten in een krant onder zijn arm. Om ons vertrouwen te wekken heeft hij beloofd het benodigde omkoopgeld zelf voor te schieten. Maar zonder paspoorten kan hij niets: die moeten we afgeven. Oleg zegt: ,,Over een uur heeft biljetor de Nederlandse nationaliteit.'' Maar hij komt terug, met tickets en al. Geldige? Dat zal blijken. 's Avonds bij het inchecken maken we een wedje: ,,Wordt het Moskou, of toch de gevangenis?''