Vertrouwen in Golkar

,,Alhamdulillah, Godzijdank, hebben de mensen hier gewoon weer voor Golkar gestemd'', zegt Sarwo Edhie. Hij behoort tot een invloedrijke familie en is 15 maanden geleden gekozen tot dorpshoofd van de desa Kepakisan, een dorp op het hoog boven Wonosobo gelegen, meestal in nevelen gehulde Dieng-plateau.

De hoogvlakte is bezaaid met hindoe-tempels uit een grijs verleden. Met de moderne tijden zijn daar geothermische energiecentrales bijgekomen op plaatsen waar vulkanische zwaveldampen ontsnappen aan de aardkorst.

De desa Kepakisan is een Golkar-enclave in een streek waar de bevolking vorige week overwegend heeft gestemd op Megawati's Strijdende PDI. De vrome moslims van Dieng leven in kleine dorpen met grote moskeeën. Dat men hier relatief welvarend is, blijkt ook uit het feit dat de boeren, in tegenstelling tot andere delen van Java, meestal eigenaar zijn van het land dat zij bebouwen.

De mensen hierboven zien er anders uit dan de mensen uit het dal: hun huid is donkerder en hun gelaatstrekken lijken meer op die van bergvolken als die in Nepal of Tibet. Volgens de legende zijn zij de nazaten van de oorspronkelijke hindoe-bevolking die met de komst van de islam uit de laagvlakte werd verdreven.

Op een ruw stenen muurtje aan de ingang van Kepakisan zitten bij het vallen van de avond drie mannen, aardappelboeren zoals er veel in de streek zijn. Ze weten zich niet goed raad met de vraag waarom de meerderheid hier in afwijking van andere dorpen op de regeringspartij gestemd heeft. Ligt het misschien aan de kepala desa, het dorpshoofd? ,,Ja, hij is geen slechte kerel'', zegt een van de mannen dan. ,,Hij zit er pas een jaar of zo.''

Dorpshoofd Sarwo Edhie vertelt dat hij vorig jaar drie concurrenten had bij de verkiezingen. Zijn huis beschikt over een flinke ontvangstkamer met vele zitplaatsen, wat past bij zijn positie. Op tafel staan in een zwerm van vliegen potten met koekjes en andere zoetigheden. Aan de muur hangen foto's van Sarwo's ooms en overgrootvader die ook allemaal dorpsburgemeester zijn geweest. Sarwo bezit een hectare aardappelland, wat meer is dan het gemiddelde, en hij pacht soms ook van dorpsgenoten grond bij. ,,In dit tijdperk van hervorming hebben de mensen zich van Golkar afgekeerd omdat de partij zich vaak schuldig heeft gemaakt aan machtsmisbruik'', erkent Sarwo. ,,Maar hier is dat Godzijdank niet gebeurd, omdat de mensen mij en mijn vrouw nog steeds vertrouwen.''

Sarwo's echtgenote, Naniek Surtiati, blijkt namens Golkar in de volksvertegenwoordiging van het regentschap Banjarnegara te zitten. Nanieks haar gaat schuil onder een rode jilbab die reikt totaan haar middel. Ze vertelt dat zij de oprichtster was van de kleutersschool in het dorp en bevriend raakte met de vrouw van de camat, het districtshoofd, die in het schoolbestuur zat. Toen er voor de laatste verkiezingen in 1997 kandidaten werden gezocht, belandde Naniek via haar connectie op de lijst. ,,Sindsdien heb ik keihard gewerkt'', zegt Naniek met een serene glimlach.

Samen hebben ze veel goeds gedaan voor de lokale gemeenschap, zo probeert Sarwo Edhie het stemgedrag in zijn dorp te verklaren. Opererend als een soort bestuurlijke tandem regelde het echtpaar een nieuwe school voor hun dorp, zij zorgden voor de aanleg van elektriciteit, voor rijstsubsidies en voor verbeteringen bij het lokale gezondheidscentrum.

,,Ik beheer ook een apart fonds voor de boeren hier. En terwijl het geld in andere dorpen allang op is, staat er nog altijd 15 miljoen roepia op mijn rekening'', zegt Sarwo Edhie. En hij voegt er laconiek aan toe dat hij hoopt later te kunnen leven van de rente op dat bedrag. ,,Dat is een soort pensioen.''

Naniek hoopt, als God het wil, opnieuw in het regentschapsbestuur te worden gekozen. ,,Dat moeten we afwachten want er zijn nu maar drie zetels beschikbaar voor de buitengebieden.'' ,,Nee'', ze gaat geen oppositie voeren tegen de Strijdende PDI van Megawati, zegt ze. Haar man verduidelijkt: ,,Oppositie kennen we hier niet. Iedereen behoort constructief mee te werken in het bestuur.''