Peking laat multinationals nu wel saneren

De voorgenomen reorganisatie van Unilever in China toont aan hoe moeizaam ondernemen in dat land blijft. Maar zij laat ook zien dat de protectionistische Chinese overheid vaker door de knieën gaat in de hoop buitenlandse bedrijven voor het land te behouden.

Het lijkt zo simpel. Je bent een buitenlandse multinational en actief in een nieuwe markt. Ooit ben je daar begonnen met een aantal kleine bedrijven. Maar inmiddels zijn sommigen van die bedrijven uitgegroeid tot volwassen ondernemingen, terwijl anderen het minder goed doen. Dus besluit je te reorganiseren. De kleintjes worden samen een grote, de minder succesvolle stoot je af. Dat bespaart de kosten en verhoogt de effectiviteit. Logisch toch? Niet in protectionistisch China.

De voorgenomen reorganisatie van de Chinese activiteiten van de zeep- en voedingsmiddelenproducent Unilever, is om die reden opmerkelijk. Het Brits-Nederlandse bedrijf, dat al langer in China actief is, voegt vier van zijn joint-ventures samen tot één werkmaatschappij, waarvan Unilever voor tweederde eigenaar wordt. Bovendien heeft het bedrijf inmiddels één van zijn joint-ventures afgestoten en is een wasmiddelenfabriek voor onbepaalde tijd gesloten. Buitenlandse ondernemingen worden dergelijke structurele maatregelen doorgaans onmogelijk gemaakt en het tweederde meerderheidsbelang dat Unilever krijgt wanneer de samenvoeging wordt goed gekeurd (en volgens Unilever is die goedkeuring bijna rond), is vrijwel ongekend in China.

,,Het is zeer ongebruikelijk'', bevestigt een woordvoerder van Unilever in China het nieuws desgevraagd. ,,Wij liggen goed bij de overheid'', aldus de woordvoerder. ,,Het bewijst dat men vertrouwen heeft in onze onderneming.'' Volgens de Chinese wetgeving, die veel sectoren van de Chinese markt afschermt van de buitenlandse concurrentie, kunnen buitenlandse ondernemingen binnen de retailindustrie en de groothandel niet beschikken over een meerderheidbelang. De goedkeuring van de bedrijfsvorm die Unilever nu in de planning heeft, toont aan dat de Chinese overheid veelbelovende bedrijven die moeite hebben winst te maken in China, tegemoet wil komen.

,,De Chinese overheid weet natuurlijk ook dat veel buitenlandse ondernemingen het moeilijk hebben in China'', aldus een buitenlandse jurist, werkzaam in Peking. ,,En ze leren langzamerhand, dat wanneer zij die buitenlandse bedrijven de controle over samenwerkende inefficiënte Chinese ondernemingen via een joint-venture blijven weigeren, die bedrijven uiteindelijk zullen vertrekken.'' En dat kan China in het huidige moeizame economische klimaat niet gebruiken.

Volgens de woordvoerder van Unilever hebben de vier joint-venturebedrijven een belangrijke rol gespeeld bij het op gang brengen van de productie en distributie van de zeep- en voedingsmiddelen in China. ,,Ik cijfer hun rol niet weg. De Chinese partners begrijpen de locale markt.'' Maar in de zeven jaar dat het concern op grote schaal activeiten heeft ontplooid in China, zijn de onafhankelijke bedrijven een last geworden. Voor veel zaken moet dubbel worden betaald, de distributie is complex en in sommige gevallen worden in verschillende fabrieken dezelfde producten gemaakt. ,,We hebben van alles vier'', zegt de woordvoerder.

Het besluit tot de reorganisatie is volgens de woordvoerder een logisch gevolg van de ontwikkelingen die het bedrijf heeft doorgemaakt. ,,We willen verder groeien, localiseren en ons distributienetwerk uitbreiden. Dat gaat beter met een fusieonderneming.'' Maar de praktijk leert dat reorganiseren niet eenvoudig is voor buitenlandse ondernemingen in China. Toen Unilever begin deze maand besloot haar wasmiddelenfabriek in Shanghai stil te leggen, eisten de 160 werknemers, na onderhandelingen die 12 uur zouden hebben geduurd, genoegdoening van het bedrijf. Volgens Unilever was er geen sprake van de bezetting die door de Chinese werknemers is geclaimd en is voor het merendeel van hen een nieuwe werkplek gevonden. ,,We zijn zeer genereus geweest en de overheid denkt daar net zo over.''

Succesvol opereren en saneren blijkt daarom vooral een kwestie te zijn van goede contacten met de lokale overheid. ,,In de soort van industrie waarin wij werkzaam zijn, heb je altijd te maken met staatsbedrijven en uiteindelijk onderhandel je dus met de overheid.'' En die is Unilever gunstig gezind.,,Herstructureren is niet moeilijk in China'', zegt de woorvoerder. ,,In Nederland verloopt het overleg over dit soort ingrijpende veranderingen veel moeizamer.''