Omsingeld II

Lidia Ginzburg uit Leningrad publiceerde veertig jaar na dato het mooiste boek over het beleg. In `Omsingeld' beschrijft ze al het grote en kleine. De gebombardeerde huizen: `Bonte rijen doorgesneden kamertjes met een heel gebleven rond kacheltje.' De taktieken bij het wachten op brood. Het lopen met een uitgehongerd lijf, een `uiterst weerzinwekkende dansles' waarbij alles draait om de wil. De techniek van het warmblijven in bed, bij extreme kou. `De meeste mensen hielden maandenlang 's nachts hun kleren aan. Ze verloren hun lichaam uit 't zicht. Het zakte dichtgemetseld in een diepte waar het geleidelijk veranderde en degenereerde.'

Anna Smirnova vertelde me dat ze in februari 1942 zo'n honger had dat ze zich niet meer kon bewegen. Ze redde het op het nippertje. Daarna kon ze bij een amusementsgroepje van het Rode Leger komen. `We traden dagelijks op aan het front. We hadden wat liedjes, een schetsje over een domme Duitser, ik hield een vrolijke toespraak, een ander meisje danste, dat was alles. De soldaten waren gek op ons. We kwamen voor hen uit een andere wereld, en toch sliepen we in dezelfde bevroren loopgraven.'

Begin 1943 hoorden ze van de overwinning in Stalingrad. Een officier bracht het nieuws het tijdens hun voorstelling. `Al die afgeleefde frontsoldaten begonnen te juichen en te zingen, alle mutsen gingen omhoog, die zaal was te klein! Na die dag werd de wanhoop minder.'

Op 27 januari 1944, na 872 dagen, werd Leningrad ontzet. Van de ongeveer twee miljoen inwoners had naar schatting eenderde het beleg niet overleefd.