Naar Zuidland

Wienke, mijn negentienjarige dochter, is nu bijna vijf maanden in Australië. Begin dit jaar wijdde ik op deze plaats een stukje aan haar. Wat trok haar toch zo in dat kangoeroeland, vroeg ik mij af. Ze had er bijna niets over gelezen en ze kende niemand die er geweest was. Wel werd mij duidelijk dat Zuidland een heel goed imago heeft bij Nederlandse jongeren; haast massaal trekken ze er met hun rugzak heen, vastbesloten om allerlei baantjes te vinden en met de verdiende dollars hun reizen langs de kust en door het binnenland te financieren.

Als ik nog niet wist hoe populair `Down Under' bij onze adolescenten was, dan besefte ik dat na publicatie van mijn artikel wel. Vele ouders van backpackers lieten mij weten dat ik mij niet bezorgd hoefde te maken, want hun kinderen hadden een geweldige tijd in Australië. Ze kwamen elkaar overal in jeugdherbergen tegen en trokken vaak langdurig met elkaar op.

En inderdaad, Wienke is nog altijd even geestdriftig. Ze heeft de lach van de kookaburra gehoord; kangoeroebiefstuk beschouwt ze als een culinaire tractatie. Haar eerste week bracht ze op een manege – ze is een paardengek – boven Sydney door. Daarna volgde een uitstapje naar de grotten in de Blue Mountains. Langzaamaan zakte ze af naar Melbourne en verder naar Adelaide. Drie weken lang plukte ze druiven.

Tot haar schrik renden er vanuit de trossen soms spinnen over haar handen, waaronder een keer de `redback spider', wiens beet dodelijk is. Voordat de redback besefte wat er loos was, had de druivenplukster hem al linea recta naar de wijnranken teruggestuurd. Vooraf waren het juist de twee soorten gevaarlijke spinnen, die Australië herbergt, die haar angst aanjoegen. Hele slaapzalen vol buitenlandse jongeren raakten in Sydney in paniek toen daar de grote `huntsman' over de muren rende. Deze jager is weliswaar aan de forse kant, maar hij is niet gevaarlijk.

Onderweg spreekt ze voortdurend haar moerstaal, want Australië is zowel bij Nederlandse toeristen als bij emigranten geliefd.

In Adelaide stond ze, tijdens autoraces op het circuit, achter de bar. Daar zetten een paar jongeren, die een deel van haar plukgeld stalen, de eerste domper op haar reis. Het waren geen backpackers, verzekerde ze ons, maar jongelui uit de buurt.

Tussen de bedrijven door vond ze tijd om zich in `Cooper Creek' van Alan Moorehead te verdiepen. Ik had haar dit boek meegegeven om de lege uren te vullen. Van tevoren vond ik het maar vreemd dat zij weinig belangstelling toonde voor boeken over Australië. Zelf las ik, in het Groenlandse Scoresbysund, het scheepsjournaal van William Scoreby. Wat is er nu mooier dan Hermans' `Nooit meer slapen' te lezen in het zomerse Lapland? Zo hoor je in Zuidland belangstelling te tonen voor de ontdekkingsreis van Robert O'Hara Burke en William John Wills, die in de vorige eeuw in het hart van het continent omkwamen. Zij dachten dat er in het binnenland een groot meer te ontdekken viel; bovendien wilden zij als eersten de doorsteek van zuid naar noord maken. De expeditie eindigde in een catastrofe; beide mannen vonden in 1861 de hongerdood bij Cooper Creek.

Wienke kwam het tweetal in Melbourne tegen, waar zij versteend op het grasveld voor het parlementsgebouw staan. De baardige man is Burke, wiens hand op de schouder rust van Wills, die een dagboek bijhield. Op 20 augustus 1860 vertrok de `Victorian Exploring Expedition' met dertien mannen, drieëntwintig paarden, zevenentwintig kamelen en twintigduizend kilo bagage uit Melbourne. Spoedig kwamen ze bij de Murray River, een modderige rivier, volgens Wienke – ze raakte er zelfs haar slippers in kwijt.

Inmiddels heeft ze met de ware `outback' kennisgemaakt. Vanuit Adelaide reed ze met de bus door het droge rode hart van Australië naar Alice Springs (een stad die net als het Drentse Klazienaveen naar een vrouw vernoemd is). In deze pioniersstad bloeien de galerieën, waar de kunst van de Aboriginals aan de wanden hangt.

`Ze zitten graag bij elkaar in de droge bedding van de rivier', ze ze laatst over de telefoon. `Ze zijn heel luidruchtig.'

`In Cooper Creek?' vroeg ik.

`Nee, die stroomt hier niet. Dan moet je naar het zuidoosten.'

Sinds een paar weken werkt ze bij een paardenbedrijf. Net als vroeger op Ameland maakt ze buitenritjes met toeristen. Maar het ongeduld steekt alweer de kop op. Ayer's Rock heeft ze gezien, ze wil nu verder naar het tropische noorden en het Great Barrier Reef.

Ze belt elke week. We volgen haar reis op de voet. In juli is ze terug. Ze heeft een tijdje met een Ierse jongen opgetrokken, maar over een of ander Australisch vriendje horen we gelukkig niets. Nee, Wienke blijft heus niet in Down Under hangen.