Naar Brussel

FRITS BOLKESTEIN kan zich opmaken voor zijn verhuizing naar Brussel. Het kabinet heeft besloten om de oud-VVD-leider voor te dragen als de Nederlandse kandidaat voor de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Europese Unie. Dat is een felicitatie waard. Bolkestein heeft een lange staat van dienst in de Nederlandse politiek en hij is alleszins geëquipeerd voor een belangwekkende internationale positie. Voor de zakenman die in de politiek ging, de backbencher die staatssecretaris en minister werd, de publicist en vrijhandelaar, de oppositieleider en doorbraak-liberaal die de samenwerking van de VVD met de PvdA mogelijk maakte, is `Brussel' een prachtige afsluiting van zijn carrière.

Maar wel een afsluiting met kanttekeningen. Waarbij de vraag niet zozeer is of Bolkestein geschikt is als Eurocommissaris, maar of de VVD, de partij die sinds de oprichting van de Europese Gemeenschap in 1957 nog nooit een commissaris heeft geleverd, de beste kandidaat uit haar gelederen naar voren heeft geschoven.

De Nederlandse lijsttrekkers voor de verkiezingen van het Europarlement – dat overigens de voordrachten voor de nieuwe Commissieleden moet bekrachtigen – hebben bezwaar tegen Bolkestein gemaakt omdat hij zich tot zeer recent vooral als een Euroscepticus heeft laten kennen. Dit snijdt geen hout. Ten eerste zitten er wel vaker Eurosceptici in de Commissie – de Brit Sir Leon Brittan bijvoorbeeld – en ten tweede kan een sceptisch geluid in de boezem van Europa geen kwaad. Overigens heeft Bolkestein zijn kritische opstelling jegens de Europese integratie het afgelopen half jaar danig afgezwakt.

TIJDENS DE kabinetsformatie van Paars-II, afgelopen zomer, zouden formateur Kok en onderhandelaar Bolkestein een afspraak over de Europese kandidatuur van de VVD-leider hebben gemaakt. Hoe dit te rijmen valt met Bolkesteins bereidheid dit voorjaar om voorzitter van de Amsterdamse Kunstraad te worden is niet helder. Kennelijk wedde hij in een vroeg stadium ook al op een interessante bijbaan. Dat doet onwillekeurig denken aan de wijze waarop sommige Eurocommissarissen, zoals de Française Edith Cresson, hun functie vervulden. Zij werd slechts enkele dagen van de week in Brussel gesignaleerd. Of zou het voorzitterschap van de Kunstraad een `reserve-optie' zijn geweest?

De kanttekeningen zijn van andere aard. Afgezien van het VVD-fractieleiderschap heeft Bolkestein nauwelijks ambtelijke managementservaring – niet onbelangrijk voor het leiden van een Directoraat-Generaal. Zijn belangrijkste onderhandelingservaringen zijn de formatiebesprekingen van Paars-I en -II. Met alle respect voor het Haagse Binnenhof: dat is van een heel andere orde dan een nieuwe wereldhandelsronde, een landbouwmarathon of de toetredingsbesprekingen met Oost-Europese landen.

Misschien heeft premier Kok met Commissievoorzitter Prodi afgesproken welke post Bolkestein in Brussel zal krijgen, maar als dat al zo is, is dat niet bekendgemaakt. Tenzij het kabinet van mening is dat toerisme, onderwijs of een van de drie portefeuilles voor de betrekkingen met de Derde Wereld ook al prachtig is, had Nederland eerst naar de zwaarte van de post moeten kijken in het verlengde van een duidelijk nationaal belang. Transport, fiscale zaken, monetair beleid, begrotingsbeleid, buitenlandse handel en landbouw komen daarvoor in aanmerking. Oud-staatssecretaris Patijn of de ministers Jorritsma of Zalm zouden hiervoor heel goed hebben kunnen fungeren.

DE VVD HEEFT het niet aangedurfd om een andere kandidaat uit haar geledingen naar voren te schuiven dan de solitaire oud-partijleider. Bolkestein is alle succes toegewenst in Brussel, maar de partij heeft met zijn kandidatuur ook kansen laten liggen.