Luxe papyrus

Eindelijk is er helderheid gekomen in de geruchten over een bijzondere papyrus met een landkaart en unieke tekeningen. Het is waar, hij bestaat.

ONDER PAPYROLOGEN gaat al enkele jaren het gerucht dat er ergens, in privé-bezit, een bijzondere papyrus zou bestaan met onder andere een antieke landkaart. Papyrologe Bärbel Kramer, hoogleraar aan de Universiteit van Trier, en haar collega Claudio Gallazzi uit Milaan hebben onlangs in het vaktijdschrift Archiv für Papyrusforschung met een beschrijving van de papyrus en een kort commentaar een tipje van de sluier opgelicht. Op de bewaard gebleven fragmenten van de 2,5 meter lange en 32,5 centimeter hoge papyrusrol staat volgens het tweetal inderdaad de oudste Griekse geografische landkaart. Waarschijnlijk van Spanje. Maar dat is nog niet alles. Er staat ook een tekst op van de Griekse geograaf Artemidoros van Efese, van wie tot nog toe alleen fragmenten via citaten bij andere auteurs waren overgeleverd. En of dat nog niet genoeg is bevat de rol ook het eerst bewaard gebleven voorbeelden- en schetsenboek van een atelier.

De papyrus kwam tevoorschijn na het losweken van een heel pakket papyri die opgerold hadden gezeten. In het pakket zaten ook Griekse documenten uit de tijd van Nero tot en met Domitianus, die geschreven zijn in Antaiopolis bij Alexandrië. Kramer en Gallazzi denken daarom dat de papyrus ook in een van de twee plaatsen is gemaakt.

Ze stellen zich voor dat het als volgt is gegaan. Een klant bestelt een luxe uitgave van het werk van een Griekse geograaf. Dat moet, op grond van het handschrift van de tekst, in de eerste eeuw voor Christus zijn geweest. De naam van de schrijver komt in de tekst niet voor. Maar het begin van de tekst, een beschrijving van Spanje, komt overeen met een citaat van Artemidoros bij de zesde-eeuwse schrijver Stefanos van Byzantium. Van Artemidoros (floruit 104-101 v.Chr.) is bekend dat hij door het Middellandse-Zeegebied gereisd heeft en een beschrijving van de wereld in elf boeken heeft gemaakt. Latere geografen, onder wie Strabo (64 v.Chr. - ca. 23 na Chr.), putten veel uit zijn werken.

De tekst wordt met een vaste hand zo geschreven dat tussen de kolommen ruimte overblijft voor geografische kaarten. Het tekenen hiervan is specialistenwerk dat in een atelier gebeurt. Met groepjes van daken, lijnen en vierkantjes geeft de kaartenmaker plaatsen, stromen en wegen met rustplaatsen weer. Namen ontbreken, evenals de andere kaarten die de overige opengelaten ruimten tussen de tekstkolommen hadden moeten vullen. Waarschijnlijk, menen Kramer en Gallazzi, heeft de klant zijn bestelling afgezegd en heeft de kaartenmaker daarom zijn werk niet afgemaakt.

De kaart van wat Kramer en Gallazzi als Spanje beschouwen – ``wat moet je anders bij een beschrijving van `Iberia en Hispania' verwachten'', zegt Kramer – is de eerste geografische kaart die rechtstreeks uit de oudheid is overgeleverd. Andere reeds bekende antieke routekaarten, zoals de Tabula Peutingeriana, een kaart die de (langgerekte) wereld uit het begin van de derde eeuw na Christus voorstelt, zijn overgeleverd via middeleeuwse kopieën.

De speciale tekstuitgave gaat na het afzeggen dus niet door. Het is echter zonde om de gebruikte papyrusrol weg te gooien, want de hele achterzijde kan nog worden gebruikt. Hierop verschijnt een bonte verzameling tekeningen van vogels, zoogdieren, amfibieën, vissen en fabeldieren als de sterrenhond. Hun namen staan er bij, in het Grieks van een ongeoefende hand. Met een rieten pen zijn ook kleine scènes getekend: een zeemonster dat met een zwaardvis vecht, een griffioen die met zijn prooi (een katachtig jong?) wegvliegt. `Het Nijlmozaïek in Palestrina', is de eerste associatie die opkomt.

Dat hebben Kramer en Gallazzi blijkbaar ook gedacht, want ze beschouwen de achterkant als een soort catalogus, als een voorbeeldenboek van mozaïekleggers of wandschilderaars in hetzelfde atelier. De twee papyrologen dateren het voorbeeldenboek vanwege de stijl van de bijschriften in het begin van de eerste eeuw na Christus.

Na enkele jaren trouwe dienst komen er slijtplekken in de papyrus. Het atelier maakt een nieuw voorbeeldenboek en de papyrus wordt voor de tweede keer voor iets anders gebruikt. De voorzijde die nog voor tweederde leeg was wordt nu gebruikt voor schetsen van handen, voeten en hoofden. Twee hoofden, waarvan één en profil, zijn getooid met een volle baard en een weelderige haardos – beide tekeningen zijn van hoge kwaliteit. De gedetailleerde studies van handen, voeten en nog vier andere hoofden zijn volgens Kramer duidelijk minder goed uitgevoerd. De Duitse interpreteert de schetsen dan ook als stijloefeningen van leerlingen in het atelier.

De huidige eigenaar wil de papyrus verkopen. Er is een belangstellende, maar Kramer wil die niet noemen. In welingelichte kringen circuleert de naam van het steenrijke Amerikaanse Getty Research Center, dat de papyrus naar verluidt voor één miljoen dollar wil aanschaffen. Het Center zou nog aarzelen, omdat de papyrus zo uniek is. En uniek maakt in de kunsthandel ook verdacht.

Vandaar, zegt Kramer, haar en Gallazzi's publicatie. ``Wij hebben desgevraagd al een expertrapport gemaakt en gezegd dat de papyrus echt is. Door de publicatie in een vooraanstaand vaktijdschrift hopen wij de mogelijke koper een zetje in de rug te geven.'' Pas na aankoop mag de papyrus in zijn geheel worden gepubliceerd en kan het echte wetenschappelijke werk beginnen.