Linke soep

``t Zijn de kleine dingen die het doen, die het doen', wie dat liedje zong ben ik vergeten, maar het verwoordt een diepe waarheid. Het Wereldwijde Web bijvoorbeeld, bestaat dankzij en ontleent zijn kracht aan een van zijn nietigste bouwsteentjes, de hyperlink. Ze staan op bijna elke webpagina, er zijn er dus miljarden. U ziet ze in de vorm van knopjes, plaatjes of een (gewoonlijk blauw en onderstreept) stukje tekst waarop u kunt klikken, waarna een andere pagina op het scherm verschijnt. Hyperlinks verbinden de pagina's van het web met elkaar en maken het daardoor tot meer dan een overmaatse oudpapierbak. Het zijn als het ware levende voetnoten van het type `zie ook'. Ze verwijzen niet alleen naar een bepaalde plek op een bepaalde pagina, kortom naar een bestand ergens op het Internet, maar brengen u ook met één klik naar de aangegeven plaats. Plaatjes op webpagina's komen daar ook al met behulp van een soort hyperlink. Een speciale plaatjeslink waarin niet het internetadres van een webpagina staat, maar dat van het plaatje. Een prachtuitvinding dus, maar toch wordt er al heel wat afgeruziet over links, en zijn sommige zelfs al door de rechter verboden.

Dat laatste gebeurde dezer dagen in Amsterdam, waar de zoveelste veldslag tussen de Scientology kerk en haar tegenstanders werd uitgevochten. De core-business van Scientology, ooit door Gerrit Komrij plastisch omschreven als `de stankbel aan de Nieuwezijds', draait om een aantal werken die worden toegeschreven aan oprichter L. Ron Hubbard. De organisatie beschouwt ze als hoogst geheim, slechts na langdurige, dure studie toegankelijk voor uitverkorenen. Scientology wordt verbeten bestreden door tegenstanders en ex-gelovigen, die menen dat de hele poppenkast alleen dient om mensen financieel uit te kleden en geestelijk te gronde te richten. Een daarvan, ene Fishman, publiceerde een aantal jaren geleden in een schotschrift delen van de geheime kroonjuwelen van Scientology. Dat `Fishman affidavit' verscheen op een goed moment ook op verschillende plekken op het internet, onder meer op de pagina van schrijfster en Parool-columniste Karin Spaink. Scientology weerde zich geducht, onder meer door iedereen aan te pakken wegens schending van haar auteursrechten op Hubbards geheime teksten. Spaink en haar bentgenoten haalden bakzeil, maar handhaafden wat citaten, evenals links naar pagina's waar Hubbards onthullingen nog wel te vinden waren. En daarover ging het bij de Amsterdamse rechter: publiceren mocht niet van Scientology, citeren ook niet, en verwijzen naar pagina's waar een van beide gebeurde evenmin. Tevens stelde Scientology de providers waar haar tegenstanders hun pagina's onderbrachten medeverantwoordelijk. Die providers zouden overtredende gebruikers moeten afsluiten, en hun namen aan Scientology doorgeven.

Scientology kreeg gedeeltelijk zijn zin. De rechter oordeelde dat providers die weten dat een gebruiker het auteursrecht overtrad het gewraakte materiaal ontoegankelijk moeten maken en naam en adres van de overtreder op verzoek aan de auteursrechthebbende moeten geven. Het eerste is wel begrijpelijk, over het tweede kun je twijfelen. Stel dat bij een boekhandel een stapel roofdrukken van werken van W.F. Hermans in beslag genomen wordt. Moet de boekhandelaar dan naam en adres van de leverancier aan de erven Hermans verstrekken?

Zoals Scientology vroeg, betrok de rechter ook verwijzingen in zijn vonnis. Links naar sites met wederrechtelijke publicaties dus, terwijl een link op zichzelf natuurlijk geen publicatie is. Hij deed dat jammer genoeg zonder nadere motivering, maar toch valt er wel iets voor te zeggen. Een link naar een pagina met een roofdruk kun je vergelijken met een advertentie of artikel waarin staat: `Roofdrukken van W.F Hermans zijn te verkrijgen bij Homme's Handel, Acaciastraat 7, Groningen'. Juridisch welingelichte kringen melden dat je dat beter niet kunt doen, omdat het akelig veel wegheeft van aanzetten tot een overtreding of misdrijf. Maar er doemen ook rare problemen op: wat doe je bijvoorbeeld met een link naar een pagina die een of meer foute links bevat?

Gelukkig beperkte de rechter zich tot gevallen waarin providers met kracht van argumenten verteld was dat er fout materiaal of foute links op hun servers stond. Zelf actief zoeken hoeven providers goddank niet. Providers hebben met hun tengels van de zaken van hun klanten af te blijven Ze kunnen bovendien onmogelijk weten welk willekeurig stukje tekst en welk plaatje auteursrechtelijk beschermd is, laat staan of de rechthebbende in gebruik ervan heeft toegestemd. Dat geldt voor links nog sterker. Een link is slechts een internetadres, waaraan verder niets te zien is.

Er zal in de nabije toekomst geprobeerd worden om het gebruik van links nog veel verder in te perken, en net als nu zullen het wel weer niet de sympathiekste partijen zijn die het hardst op hun rechten staan. Maar het blijven rechten. Het eerste jachtterrein zullen plaatjes zijn. Een plaatjeslink kan naar een eigen afbeelding verwijzen, maar net zo makkelijk naar een plaatje op een willekeurig ander toegankelijk internetadres. Het is dus doodeenvoudig om de plaatjes op je pagina te `roven' van andermans site. Een ander geval dat onder vuur zal komen liggen is `framing'. Dat is als je een link maakt naar andermans pagina op zo'n manier, dat die pagina in beeld komt alsof hij een stukje is van je eigen pagina.

Zelfs daar zal het niet bij blijven, getuige de New York Times, een krant die al bewezen heeft met zijn eigen rechten een stuk zorgvuldiger om te springen dan met die van anderen. Dit boegbeeld van denkend Amerika wil de internetboekhandel Amazon.com via de rechter verbieden om bij haar boeken met een link te verwijzen naar de door de New York Times zelf op het web gezette toepasselijke recensies. Niet vanwege schending van auteursrechten – de krant wil immers juist zo veel mogelijk lezers trekken – maar vanwege een exclusief dealtje met Amazons concurrent Bertelsmann. Dat is andere koek. Of beter, linke soep die riekt naar misbruik van auteursrechtelijke bescherming als instrument om concurrenten de markt uit te werken.