LAVEREN TUSSEN GEZELLIG EN SERIEUS

VIJF JAAr geleden werd de Stichting Cosmicus opgericht door een groep studenten van Turkse afkomst. Het is een club van studerende wereldburgers met hooggestemde idealen. Niet direct een studentenvereniging zegt Ercümend Öztürk, voorzitter van de afdeling Utrecht. ``Dat roept het beeld op van weinig doen en veel feesten. Wij feesten ook, maar we doen daarnaast veel dingen die wij belangrijk vinden voor de maatschappij.''

Een organisatie van studenten zou hij Cosmicus liever noemen. Maar weer niet een organisatie van allochtone studenten. Die zijn weliswaar in grote meerderheid lid, maar het is juist de bedoeling dat door de activiteiten van Cosmicus de samenwerking tussen autochtonen en allochtonen wordt bevorderd. Tja, en dan zijn er nog die vervelende woorden allochtoon en autochtoon. ``Ik ben Nederlander'', zegt voorzitter Ercümend stralend vanachter zijn brillenglazen. ``Van Turkse afkomst, okay.''

Aysel Akdeniz (24) vindt de term `nieuwe Nederlanders' wel aardig, maar ook een beetje omslachtig. ``Ach'', zegt haar broer Ahmet Akdeniz (25), ``iedere keer moet er weer een nieuwe naam worden bedacht als de oude een negatieve bijklank krijgt.''

Ercümend, Aysel en Ahmet zijn voorbeelden van succesvolle migrantenkinderen. Ercümend is bijna afgestudeerd aan de Heao, waar hij commerciele economie doet. Aysel zit op dezelfde Heao, en is deze zomer klaar met bedrijfseconomie. En Ahmet is afgestudeerd medisch bioloog, maar intussen ook vierdejaars geneeskunde. Hij werd tot vier keer toe uitgeloot. Alledrie zijn ze actief in Cosmicus. Zo coördineert Aysel het mentorproject. ``De schooluitval onder allochtone leerlingen is vrij hoog'', legt Aysel uit. ``Met dit project hopen we dat tegen te gaan. Leerlingen uit de onderbouw kunnen een jaar lang begeleid worden door een student van de universiteit of de hogeschool die dezelfde culturele achtergrond heeft. Zo'n mentor heeft een voorbeeldfunctie en stimuleert de leerling om verder te studeren en zich te ontplooien. Daarnaast probeert de mentor de ouders bij het onderwijs te betrekken door te benadrukken dat contact met de school erg belangrijk is.''

De doelstellingen van Cosmicus mogen dan niet gering zijn, de uitwerking ervan is heel praktisch. ``Kijk'', zegt Ercümend, ``wij hebben het ver geschopt in het onderwijs, we hebben ons kunnen ontplooien. Daarom willen we iets terugdoen, nu al, tijdens onze studie. Wij voelen ons maatschappelijk betrokken en we weten dat in het onderwijs veel gedaan kan worden voor de allochtone leerlingen. Wij willen dat meer van deze leerlingen doorstuderen en net zo succesvol worden als wij. Door activiteiten op te zetten en uit te voeren ontplooien we natuurlijk ook onszelf en dragen we bij aan wederzijdse integratie.''

Een goed voorbeeld van die beoogde wederzijdse integratie vindt het drietal de cursussen die Cosmicus organiseert voor allochtone leerlingen uit groep 7 en 8 van de basisschool. Het doel is om deze leerlingen aan het eind van basisschool goed voor te bereiden op de Cito-toets. ``Veel allochtone leerlingen scoren niet optimaal op de Cito-toets'', zegt Ahmet, ``sommige kinderen hebben nog nooit zo'n toets gezien voordat ze hem moeten doen. Ze scoren daardoor slecht en krijgen een te laag advies voor het voortgezet onderwijs.'' Cosmicus heeft contact gelegd met de Domstad Pabo en aankomende docenten geworven om deze tienweekse cursus met kleine groepjes allochtone leerlingen uit te voeren. De belangstelling onder de Pabo-studenten was buitengewoon groot, vertelt Aysel. ``We hoopten op tien studenten, maar er meldden zich 35. Het waren bijna allemaal autochtone studenten. Voor een flink aantal was het de eerste keer dat ze zo intensief werkte met allochtone leerlingen.''

Tien weken lang werd er in Utrecht op twee plekken en drie tijdstippen geoefend voor de Cito-toets. Er kwamen meer dan honderd allochtone leerlingen op af. Allemaal via mond op mondreclame en ze kwamen zelfs van ver buiten Utrecht. ``De kinderen waren erg enthousiast'', vertelt Ahmet, ``ze kregen veel aandacht want ze werkten in kleine groepjes. En het was gewoon heel gezellig. Dat vinden we erg belangrijk. Wij van Cosmicus laveren altijd tussen gezellig en serieus.'' Ook de aankomende leerkrachten vonden het leuk om te doen. De Cosmicus-cursussen zijn nu opgenomen in het programma van de Pabo en studenten kunnen er studiepunten voor krijgen.

De Stichting Cosmicus heeft afdelingen in Amsterdam, Rotterdam, Nijmegen, Utrecht, Den Haag en Leiden. In Tilburg toont men belangstelling. Binnen de algemene doelstellingen van de stichting heeft iedere afdeling de vrijheid om zijn eigen beleid te ontwikkelen. In Utrecht is dat vooral gericht op de verbetering van onderwijsdeelname bij allochtone leerlingen. Maar daarnaast organiseert de afdeling ook elk jaar een landelijk symposium (bijvoorbeeld over multi-etnisch ondernemen) en worden er literaire avonden gehouden. In Rotterdam zijn de studenten meer op het motiveren en steunen van elkaar gericht. Immers, ook onder de succesvolle allochtone studenten is het uitvalpercentage tijdens de eerste jaren van het hoger onderwijs nog vrij hoog. In Amsterdam kunnen leden deelnemen aan de Schrijversshool ter bevordering van het schrijftalent en wordt er onder de titel `Gifted Child' iets georganiseerd voor hoogbegaafde allochtone kinderen. De afdeling Utrecht wordt financieel ondersteund door de gemeente, de universiteit en de Hogeschool van Utrecht. Sinds een half jaar beschikken ze over een werkruimte hoog in een gebouw van de universiteit. De kamer moet weliswaar worden gedeeld met de kortgebroekte jongens van studentenzeilvereniging Histos, maar het uitzicht over de historische binnenstad en de Domtoren is adembenemend. Bovendien leidt zo'n hecht nabuurschap ook weer tot werderzijdse integratie: binnenkort gaan ze met z'n allen zeilen.

De actieve leden – in Utrecht ruim vijftig, landelijk ongeveer 300 – betalen als donateur maandelijks een bijdrage van gemiddeld tien gulden. Bijna alle donateurs zijn van buitenlandse – vooral Turkse – komaf. ``Dat zouden we graag doorbreken, daarom willen we ons ook niet als allochtone studentenorganisatie presenteren'', zegt voorzitter Ercümend. ``Maar de groep mensen die incidenteel meewerkt aan een project is veel diverser. Zoals de voornamelijk Nederlandse Pabo-studenten die meedraaien in de Cito-cursus.

Ercümend steekt ongeveer veertig uur per week in het voorzitterschap van Cosmicus. Dat hij daardoor studievertraging heeft opgelopen vindt hij niet zo'n ramp, maar het zou toch prettig zijn als hogeschool en universiteit compensatie boden voor dit bestuurswerk. ``Het hoger onderwijs wil toch graag meer allochtone studenten krijgen?'' zegt Ercümend. ``Nou, wij dragen daar met onze organisatie aan bij.'' Maar hij doet dit werk ook omdat het hem een schat aan ervaring oplevert die hij later in zijn beroepsleven goed denkt te kunnen gebruiken. ``Omgaan met mensen, leidinggeven aan vrijwilligers, contacten met officiele instanties'', zijn de vaardigheden die hij opsomt. En hij krijgt er veel voor terug dat belangrijker is dan geld: waardering, dankbaarheid en een tevreden gevoel omdat je mensen hebt geholpen. Aysel: ``Het is belangrijker dat je iets op maatschappelijk gebied hebt gepresteerd, dan dat je alleen maar negens hebt gehaald.''