Katoenterreur

Goeroemserai, in Oezbekistan, is het domein van Achma- dzjon Adylov. Ook al zit de legendarische voorzitter van de Lenin-kolchoze in de gevangenis, zijn onderdanen sidderen nog steeds voor zijn naam. De communisten exploiteerden Centraal-Azië als één grote katoenplantage. En ook na de val van de Sovjet-Unie bleef het slavenstelsel intact.

Herten hield hij, en pauwen. ,,Papa had een heuse dierentuin'', zegt Ibrahim Aka, half naar achteren gedraaid over de voorbank. Het Daewoo-busje, een broodvormig blik zonder vering, boldert over de slecht geplaveide wegen van het Fergana-bekken in het hart van Centraal-Azië. Op gezette tijden doet Ibrahim zijn met Arabische tekens beschilderde hoofddeksel af en buigt hij zich voorover tegen het dashboard, of we nu richting Mekka rijden of niet.

Vroeger, als bevoorrader van de veldkeuken, doorkruiste Ibrahim deze vallei dagelijks om de arbeidsploegen die hier woestijnduinen egaliseerden en irrigatiekanalen groeven hun middagmaal te brengen. Nu is hij met pensioen; en het tachtig kilometer brede dal is een onafzienbaar katoenveld, dooraderd met betonnen gootjes.

Ten noorden van de Syr Darja, de rivier die de oases langs dit deel van de zijderoute drenkt, begint het domein van Achmadzjon `Papa' Adylov. Held van de Socialistische Arbeid. Drievoudig ontvanger van de Lenin-orde. Voorzitter van de Lenin-kolchoze en directeur van de Productie Associatie PAP.

Ibrahim heeft Adylov twee keer ontmoet. ,,Hij regeerde als een khan. Ik herinner me een bruiloft; iedereen danste, dronk en was vrolijk. Totdat hij binnenkwam – een klein mannetje, met een wandelstok. Op slag verstomde het gedruis en sprongen we in het gelid. We sidderden.'' Ook al is Papa voor het laatst in 1994 in de Fergana-vallei gesignaleerd, nog altijd huiveren zijn vroegere onderdanen bij het horen van zijn naam.

Zo schrok de chauffeur van het Daewoo-busje zich rot toen Ibrahim instapte, even dacht hij namelijk dat het Adylov was. ,,Ik lijk inderdaad op hem'', zegt de gedrongen Ibrahim, weinig gevleid. Hij heeft een rossig hoofd, geribbeld als het zand van de Kizilkoemwoestijn. Maar de vrome Ibrahim Aka is slechts onze loodsman, de kenner van het irrigatiestelsel, die weet hoe je tussen de kanaaltjes door moet navigeren om in Goeroemserai te komen, de nederzetting uit duizend-en-een-nacht die jarenlang door Adylovs privé-politie van de buitenwereld was afgesneden.

Tijdens de `katoenprocessen', tien jaar geleden, was de mythische figuur Adylov gekooid aan het publiek getoond. Het woord Adylovism raakte in heel de USSR ingeburgerd als de term voor ultieme wetteloosheid en immoreel gedrag. Via de rechtbankverslagen op tv kon het brede publiek kennisnemen van het nepotisme en de corruptie van zo ongeveer het voltallige bestuursapparaat van de Socialistische Republiek Oezbekistan, dat onder de verantwoordelijkheid van secretaris-generaal Sjaraf Rasjidov collectief de cijfers van de katoenproductie bleek te hebben vervalst. Hoewel de kromgegroeide Adylov de verpersoonlijking van het Oezbeekse katoenschandaal werd, stond – voor wie er oog voor had – in feite het hele Sovjet-systeem in de beklaagdenbank.

Binnen het bedrog dat de Sovjet-Unie op zichzelf was, had de leugen van de nimmer gerealiseerde recordoogsten beter kunnen gedijen dan de katoenplant zelf. Het door Moskou opgelegde quotum van zes miljoen ton ruwe katoen, een magische hoeveelheid die de opgezweepte Oezbeken ten koste van hun ruggen (ervaren plukkers bukken tienduizend keer per dag), hun onderwijs (scholen blijven in de oogstmaanden dicht) en hun land (dat bedekt is met een korst van landbouwgif) in 1982 zouden hebben geoogst, was niet meer dan een boosaardig sprookje.

Zozeer was er geknoeid met de statistieken, en al zo lang, dat de ware omvang van de oogst niet meer te achterhalen viel. Jaar in jaar uit had Moskou betaald voor niet-geleverde grondstof, miljoenen roebels, geld waar partijleider Rasjidov zijn paleizen van had laten bouwen, in elke provincie één.

De dichtende secretaris-generaal (hij bezong de ontginning van maagdelijke gronden in verzen) ontkwam aan een rechterlijk vonnis doordat hij in 1984 stierf, maar 30.000 van zijn volgelingen werden door Moskou aangeklaagd, van wie er 2.700 daadwerkelijk in het gevang belandden. Vrijwel elke apparatsjik had meegedaan aan het Grote Oplichten, soms uit zelfverrijking, maar dikwijls omdat de lat van de productiequota eenvoudig te hoog lag. En mislukkingen kwamen in het systeem dat zij dienden nu eenmaal niet voor.

De top van de fraudepiramide reikte tot in het Kremlin, waar de schoonzoon van Brezjnev een koffer vol geld had aangenomen in ruil voor het toedekken van de zwendel.

Leeuwenkuil

Het meest notoir was de zaak-Adylov, tegen wie 47.000 bewijsstukken waren verzameld. In de nazomer van 1984 was hij opgepakt op beschuldiging van diefstal (van vee en katoen), valsheid in geschrifte, verduistering van overheidsgeld, omkoperij, maar ook van mishandeling en meervoudige moord. In de Literatoernaja Gazeta, die door de glasnost vrij kon ademen, vertelden getuigen dat Adylov ongehoorzame arbeiders in holen onder de grond opsloot, dat hij ze 's winters met ijswater overgoot, dat hij de meisjes van Goeroemserai placht te ontmaagden, ja dat hij eens een verklikker met een stoomwals in het asfalt had gerold.

,,Papa was een hele sluwe vos', zegt Ibrahim, wanneer we Goeroemserai naderen. ,,Hij nodigde partijleider Rasjidov uit en liet dan in het geheim filmen hoe hij dronken werd.''

Maar hoe bloeddorstig Adylov was, dat wisten alleen de dertigduizend slaven op zijn Sovjet-plantage. Het verhaal gaat dat hij net als keizer Nebukadnezar een leeuwenkuil had.

,,Welnee'', zegt Ibrahim. ,,Waar zou hij die beesten vandaan hebben kunnen halen? Uit Afrika? Hij had alleen wat Siberische tijgers.''

Achmadzjon Adylov was de zoon van een basmatsji die door de bolsjewieken was vermoord. De basmatsji waren mannen met tulbanden en geweren die in naam van de profeet Mohammed de Fergana-vallei verdedigden. Deze vlakte herbergde al in de tweede eeuw voor Christus een sterk ontwikkelde beschaving, gebaseerd op bevloeide boomgaarden en gierstvelden. Altijd waren er veroveraars van buitenaf, zoals de hordes van Dzjengis Khan, die het dichtbevolkte dal onderwierpen of probeerden te onderwerpen. Wie er regeerde, deed dat met totalitaire overgave, zoals Timoer de Lamme, de veertiende-eeuwse geweldenaar die een ongekende wreedheid paarde aan een exquise smaak op architectonisch gebied - waarvan de moskeeën in de oasestad Samarkand nog altijd getuigen.

De Russische tsaar Alexander II, wiens kozakkenleger eind vorige eeuw grote delen van Centraal-Azië onder de voet liep, gooide het op een akkoordje met de plaatselijke emir, die als een schatplichtig gouverneur over het dal mocht blijven heersen. De bolsjewieken daarentegen probeerden na de revolutie hun absolute gezag op te leggen en dat had de taaie partizanenstrijd van de basmatsji opgeroepen. Mannen als Adylovs vader maakten de bergstreek tot in de jaren dertig onveilig, maar uiteindelijk werd hun verzet gebroken.

Adylov rebelleerde niet, hij kwam niet in opstand tegen het systeem, maar maakte er gebruik van. Sterker: het leek wel of hij het naar zijn hand wist te zetten. Begonnen als tractormachinist werkte hij zich op tot boekhouder en hoofdboekhouder van de Lenin-kolchoze. Door zijn vriendschap met Rasjidov, de partijbaas van Oezbekistan, wist hij zichzelf vervolgens als `gekozen' kolchozevoorzitter meester te maken van het socialistische landgoed.

Hij plantte wijngaarden, fokte renpaarden en liet zich op zijn reizen vergezellen door privé-koks en een rijdende keuken. Niet alleen omdat hij steevast een geroosterd lam voor de lunch wenste, maar ook uit angst voor vergiftiging. Zijn macht was zo groot dat partijbonzen in Fergana, voor ze benoemd werden, een proeve van loyaliteit aan Adylov dienden af te leggen, zoals het schoonlikken van zijn schoenen.

,,In de vermomming van het socialisme had hij een middeleeuws koninkrijkje gesticht'', constateerde de Literatoernaja Gazeta ten tijde van de katoenprocessen.

Hoe was het mogelijk? Stond de dictatuur van het proletariaat niet borg voor de uitroeiing van lokale potentaten? En was het communisme niet ontworpen om de ophoping van fortuin in handen van enkelen teniet te doen?

Niemand minder dan Karl Marx had (in 1853) gewezen op het tirannieke karakter van wat hij `oriëntaalse landbouw' noemde. Beschavingen met `een kunstmatige irrigatie' werden dikwijls door een despoot geleid. Dat was logisch, zo redeneerde hij, omdat het onderhoud van grote waterwerken een collectieve inspanning vereist, en dus de strakke hand van machthebbers, ingenieurs en opzichters om de arbeid van de massa's te mobiliseren.

Een eeuw later, in 1951, beweerde de Duitse sinoloog Karl Wittfogel dat deze `oriëntaalse productiewijze', die volgens Marx wezenlijk anders was dan de Westerse, er de oorzaak van was dat de idealen van de Russische revolutie uiteindelijk niet konden aarden. In zijn boek Oriental Despotism lokaliseert hij het ontstaan van totalitaire machtscentra daar waar samenlevingen in staat bleken grote rivieren aan te wenden voor irrigatie, zoals in het Egypte van de farao's.

Horige boertjes

Ook de oude beschaving tussen de Syr Darja (in de Fergana-vallei) en Amoe Darja (op de grens met Afghanistan) ontleende haar kracht aan collectieve waterwerken. Van oudsher laten de heersers er hun kanalen schoonmaken volgens het principe van de gozjar: corvee voor tienduizenden horige boertjes tegelijk. Een feodale methode, maar wel een die Stalin feilloos kopieerde.

Meteen al op het vliegveld van Fergana is te zien hoe hij dat deed. Op een schildering in de aankomsthal is de bouw van het Stalin Katta Ferghani Kanali verbeeld. Links staan Russische opzichters met veldkijkers en uitgerolde kaarten, rechts vult het paneel zich tot aan de einder met Oezbeekse slaven. Volgens het bijschrift is dit Groot-Fergana Stalinkanaal van 270 kilometer in 1939 door 180.000 `vrijwilligers' onder supervisie van duizend ingenieurs in 45 dagen gegraven. ,,Volgens de volksmethode gozjar'' – als om het respect van bolsjewieken voor de lokale culturele traditie te onderstrepen.

De Sovjet-planners namen het Fergana-model als uitgangspunt en pasten het toe op de rest van het land. Al in 1918 beval Lenin de aanleg van meer stuwmeren en irrigatiestelsels. Om een einde te maken aan de schande dat Sovjet-burgers en -militairen in kleren van Amerikaans katoen rondliepen, werden de Centraal-Aziatische wingewesten omgezet in één grote katoenplantage.

`Op naar de katoen-onafhankelijkheid' was een van de leuzen van Stalins eerste vijfjarenplan (van 1928 tot 1933). De keerzijde van die onafhankelijkheid op Sovjet-schaal was de katoenafhankelijkheid van Oezbekistan. Sluipenderwijs namen de bolsjewieken, zo stelt althans Wittfogel, niet alleen de landbouwtechnische, maar ook de algemeen-autoritaire kenmerken van de `hydraulische samenleving over'. Stalin gebood eenvoudig dat er op de bevloeide velden geen ander gewas verbouwd mocht worden, wat zelfs in de vruchtbare Fergana-vallei tot honger en gebrek leidde.

Om de katoenquota te kunnen halen, werden overal abrikozengaarden gerooid en moerbeibomen (onontbeerlijk voedsel voor de zijderups) gekapt. Het broodmeel kwam uit Siberië, en wie niet meehielp bij het plukken van de wattenbollen, kreeg eenvoudig niet te eten.

Het resultaat van zeventig jaar Sovjet-exploitatie is te zien aan de benedenloop van de Amoe Darja: de katoenvelden zijn door roofbouw geruïneerd. De bodem is wit uitgeslagen van het zich ophopende zout, zozeer dat het lijkt of de loslopende kamelen er door een sneeuwlandschap trekken. In de delta van de Amoe Darja staan Roestan en Sara, twee agronomen die steun bieden aan verzelfstandigde boeren, de verzilting in kaart te brengen: er zijn grote plekken waar nauwelijks nog plantengroei mogelijk is. Uitgerekend daar mogen vroegere kolchozeleden tegenwoordig voor zichzelf beginnen. ,,Maar zodra het ze lukt om hun gepachte percelen te ontzilten, pakt het centrale bestuur ze weer terug'', vertelde Sara. ,,De verhoudingen zijn hier onverminderd feodaal.''

Heel even had de val van de Sovjet-Unie uitzicht geboden op openheid. Maar precies op het juiste moment had de eerste secretaris van de communistische partij in Oezbekistan, Islam Karimov, zich tot de islam bekeerd. Hij maakte de hadzj naar Mekka, gaf het volk zijn moskeeën terug, liet zich tot staatshoofd kiezen van het onafhankelijke Oezbekistan en schafte de democratie af (,,geen goed bestel voor een jong land''). Net als na de revolutie in 1917 viel het land in 1991 terug op de vertrouwde, autoritaire staatsvorm.

Zeker, Karimov verhing de bordjes. Mohammed kwam in de plaats van Marx, en in Tasjkent verrees de verschrikkelijke Timoer de Lamme op de sokkel waar voorheen Lenin stond. En de breedste avenue in elke provinciestad heet de Rasjidov-allee. Naar de man die 24 jaar lang presideerde over de meest corrupte van alle Sovjet-republieken. Hij was misschien een meesteroplichter, zo redeneerde men in Oezbekistan, maar dan wel een die het koloniale Moskou had opgelicht, en dat was een daad van patriottisme.

Maar verder bleef alles bij het oude. Het land hangt weer vol met huichelachtige leuzen. `Als onze kolchozearbeiders rijk zijn, is iedereen rijk', staat er op billboards in de woestijn. Het leven in Oezbekistan draait nog altijd om de katoen, al gaan de balen niet meer naar Moskou maar naar de markt. Net als voorheen zijn er Byzantijns aandoende ministeries verantwoordelijk voor de waterverdeling, de arbeidsplanning, het zaaigoed, de oogst. ,,De prognose voor 1999 is vier miljoen ton'', zo citeert de krant het bureau voor de statistiek. ,,Dat is 18 procent meer dan vorig jaar''.

Rondwaren

Aan de rand van de nederzetting Goeroemserai wijst Ibrahim Aka, vanuit het Daewoo-busje, op een rij metershoge, met zeildoek overspannen bulten. Onverkochte katoen uit 1998. Een laantje met uitbottende platanen komt uit op het hoofdgebouw van de kolchoze. Een non-descript bakstenen gebouw van vier hoog. De tachtigjarige ex-dictator zullen we niet aantreffen: die schrijft in de gevangenis aan zijn memoires. Maar al gauw blijkt dat zijn geest hier nog rondwaart, want zijn onderdanen verstommen bij het horen van zijn naam. Niemand durft wat te zeggen voordat de nieuwe voorzitter is opgetrommeld, en die begint met een nerveus lachje zijn ongenode gasten uit het gebouw te dirigeren, de straat op. Kent hij Adylov?

,,Nee, nooit gezien.''

Is het waar van die ondergrondse kerkers?

,,Natuurlijk niet, het enige wat we onder de grond bewaren zijn aardappels.''

Mogen we niet even kijken?

De voorzitter denkt een paar tellen na en wijst dan met een knikje van zijn kin naar een man in een trainingspak met opschrift USA. ,,Oké, laat ze de opslag maar even zien. En dan wegwezen.''

De gids heet Rasoel Gafoerov. Hij is agronoom en werkt hier al 42 jaar. Smalle, betonnen gangen komen uit op een kaal, door betonrot aangevreten bordes met uitzicht op de glooiende katoenvelden. Volgens de Literatoernaja Gazeta zat Papa hier bij mooi weer onder een beeld van Lenin bevelen uit te delen. ,,Klopt'', zegt Gafoerov. ,,Hier had je wijnranken en in de schaduw daarvan zat hij.''

De agronoom blijkt te durven praten. Hij vertelt dat hij veel aan Adylov te danken heeft. Zijn vader werkte al voor hem, hijzelf vanaf zijn negentiende, en later zijn vrouw en negen kinderen – allemaal waren ze in dienst van Adylov.

Maar was hij niet heel erg streng? ,,Nou en of'', zegt Gafoerov. ,,Ooit heb ik een rekenfout gemaakt en toen dat uitkwam moest ik voor straf twee maanden mest scheppen in de koeienstal. Zo was hij. Streng, maar rechtvaardig.''

Rechtvaardig? ,,Ja, als je je werk goed deed, kreeg je een zijspan. Of een paard. Ikzelf heb een auto van hem gekregen.''

Ibrahim Aka wijst naar de plek waar volgens hem de dierentuin was. Hij wil weten of Adylov ook leeuwen hield. ,,Welnee'', zegt de agronoom. ,,Dat hebben de media ervan gemaakt. Hij had er maar een, een kleintje bovendien.''

Gafoerov daalt een betonnen trap af en opent een getralied hek. Kale, donkere vertrekken. Wat zou er waar zijn van de getuigenis van de landarbeider Dzjabbarali, die vertelde dat hij 26 dagen in een bedompte kerker had gelegen, nadat Adylov persoonlijk zijn been had verbrijzeld?

In ieder geval liggen er geen aardappels. ,,Niet het goede seizoen'', legt de agronoom uit. Bij zijn weten heeft hier nooit iemand opgesloten gezeten.

Wat verder voor Adylov pleit is dat hij nimmer door de Sovjet-autoriteiten is veroordeeld. De zaak tegen hem had veel weg van een showproces. Gafoerov herinnert zich nog goed dat de rechercheurs en openbaar aanklagers uit Moskou, gekleed in kogelvrije vesten, hun intrek namen op de kolchoze. ,,Een voor een werden we opgeroepen voor verhoor, ikzelf ben een keer of veertig ondervraagd.'' Overal op het erf werd, vergeefs, gegraven naar het roofgoud dat Adylov verstopt zou hebben.

Onderwijl in de rechtszaal ging de oude Oezbeekse basmatsji-zoon tekeer als een wild dier: ,,U zet mij nu achter de tralies'', riep hij vanuit zijn kooi tegen de rechter. ,,Maar wacht maar, over vijftien jaar zullen de rollen omgedraaid zijn. Dan zal ik u arresteren en uw kinderen verdelgen.''

Na zeven jaar, vier maanden en elf dagen voorarrest kwam Achmadzjon Adylov in december 1991 vrij. Hij had de Sovjet-Unie overleefd, en dus ook de juridische instantie die hem had aangeklaagd. Als een bejaarde man keerde hij naar zijn kolchoze terug, waar hij volgens Gafoerov door een erewacht van onderdanen op applaus werd onthaald. ,,Hij was ongebroken'', zegt de agronoom.

Adylov en de geschiedenis konden van voren af aan beginnen. Op 1 mei ging hij naar het stadion van Goeroemserai, dat hij in zijn goedheid had laten bouwen, en nam net als voorheen de parade af van de door hem gesponsorde atletiekvereniging. Papa verkondigde nu dat hij een nazaat was van Timoer de Lamme, de tiran die door president Karimov tot de nieuwe vader des vaderlands was gekroond. Maar omdat het oriëntaals despotisme geen twee kapiteins op een schip verdraagt, had het nieuwe staatshoofd hem in 1994 opnieuw laten oppakken, ditmaal op grond van nepotisme.

De afspraak was: alleen de aardappelopslag. Maar na enig aandringen laat Gafoerov nog iets zien: een diepe schacht, pal achter het bordes. Met een elegante bocht verdwijnt hier een asfaltweg in de grond, uitkomend op een afsluitbare tunnelmond. ,,Langs deze weg reed Adylov met zijn Wolga naar binnen'', vertelt hij. ,,De tunnel loopt tot onder het hoofdgebouw. Hij hoefde maar uit te stappen of hij stond in de lift, die hem naar zijn kantoor bracht.''

Dus dit was het `metrostation', het James Bond-achtige gangenstelsel waarvan in het proces tegen Adylov werd gerept. De agronoom beaamt dat Papa de tunnel en de lift had laten bouwen om ongemerkt zijn domein te kunnen betreden, zodat zijn onderdanen nooit zeker wisten of hij er was, of niet.

,,We proberen alles in de oorspronkelijke staat te bewaren'', zegt hij. ,,Voor het moment waarop de baas terugkomt.''