`Ik acht mezelf een buitengewoon moreel minister'

Hij wil afmaken wat vier ministers vóór hem niet afkregen. Laurens-Jan Brinkhorst gaat koste wat kost de varkensstapel inkrimpen. `Het consensusbeleid heeft onder Braks, onder Bukman en onder Apotheker te weinig opgeleverd.'

Hij voelt zich bepaald `geen vreemdeling in Jeruzalem'. Nee, sterker: na ruim een week minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij te zijn, snuift hij tijdens de raad van ministers van Landbouw in Luxemburg met zichtbaar plezier weer `de stalgeur' van Europa op. Zijn collega's in het rond ziend, heeft D66'er Laurens-Jan Brinkhorst (62) het gevoel dat hij ,,in goed gezelschap is beland''. Anderhalve week van dioxinenarigheid en varkensproblematiek lijken hem er alleen maar enthousiaster op te hebben gemaakt. Een man met een lang verleden en een onzekere toekomst, zoals hij zelf zegt, ,,heeft er zin in''.

Het is al zeven jaar geleden dat Brinkhorst er niet voor schroomde zijn ambitie publiekelijk bekend te maken. Na in 1982 naar `Europa' te zijn vertrokken als ambassadeur voor de Europese Unie in Tokio, zei hij begin jaren negentig wel naar de landspolitiek te willen terugkeren – maar dan wel als minister. Zolang Van Mierlo aan de touwtjes trok zou die droom echter geen werkelijkheid worden. Want die heeft Brinkhorsts `desertie' naar Tokio in de donkerste dagen van D66 nooit vergeven.

,,Er werd geschreven dat ik met gretigheid het ministerschap aanvaardde. Onzin natuurlijk. Ik had echt leuke dingen op m'n agenda. Er lag een reis naar Canada in het verschiet, een zeiltocht naar Bretagne. Het kwam totaal onverwachts en veel sneller dan ik eigenlijk had gewild. Thom de Graaf sprak me aan en zei dat Apotheker ging opstappen. Of ik het wilde doen, want er waren nauwelijks of geen alternatieven.

,,Als D66'er van het eerste uur voel ik diepe loyaliteit met die partij. Dus als je daarvoor onder de huidige omstandigheden iets nuttigs kunt doen, moet je dat niet nalaten. Ik had natuurlijk kunnen zeggen dat ik aan m'n pensioen toe was en wilde gaan golfen in de Algarve. Maar zo zit ik niet in elkaar.''

De Nederlandse ministerskamer in het Raadsgebouw in het Luxemburgse Plateau de Kirschberg is een niemandsland. Achtereenvolgende bewindslieden strijken er enkele malen per jaar neer voor een paar uur, een dag, hooguit anderhalve. Een stemmig, smetteloos leeg bureau, een functioneel zitje en een enkel, nooit bekeken kunstwerkje aan de muur moeten de passerende bewindslieden iets vertrouwds geven. Hier worden stukken gelezen en weer snel opgeruimd. Aan de andere kant van de deur ploetert een batterij ambtenaren met loodgieterskoffers vol huiswerk. Alleen voor de ras-Europeaan hangt hier `stalgeur'.

,,Ik heb aan Kok maar één voorwaarde gesteld. Eind juli wil ik met twaalf makkers – allemaal leeftijdgenoten – de Chimboradzo beklimmen.''

De Chimboradzo?

,,Ja, dat is een berg van 6.200 meter hoog op de grens van Ecuador en Colombia. Maar ik heb beloofd dat ik heel voorzichtig zal zijn.''

Apotheker stapte op, omdat het kabinet hem niet de ruimte gaf om de varkenswet te versoepelen. Er zijn vier rechterlijke uitspraken geweest die de minister in het ongelijk stelden. Het afnemen van bezit van burgers door de overheid, zonder daar compensatie tegenover te stellen, verdraagt zich niet met het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens, zo luidt de belangrijkste aanklacht tegen de varkenswet. Verrassend genoeg maakte de Europeaan Brinkhorst begin deze week – na het vierde tegenvallende vonnis – meteen bekend cassatie in te stellen bij de Hoge Raad.

,,Hier zit geen dwingeland, maar een democraat en een buitengewoon moreel minister'', zegt Brinkhorst ietwat getergd. ,,Wat die cassatie betreft, dat heeft niets te maken met de inhoudelijke kant van de varkenswet. Die cassatie is juridisch van aard. Ik wil van de Hoge Raad weten hoe ver een kortgedingrechter kan gaan bij het blokkeren van wetgeving waartoe regering en parlement democratisch besloten hebben. Wat de inhoudelijke kant van de zaak betreft moeten we het verloop van de bodemprocedure afwachten.''

Die bodemprocedure tegen de staat is aangespannen door de Nederlandse Vakbond Varkenshouders (NVV) van Wien van den Brink. Centraal daarin staat de vraag of de overheid `bezit' van haar burgers mag afnemen zonder ze daarvoor te compenseren.

,,We moeten ons bij dat alles wel realiseren, dat vijftien jaar geleden al werd vastgesteld dat het met die varkensmest niet langer verder kon. Sindsdien is er niet genoeg gebeurd. Integendeel. Het mestprobleem is nog eens fors toegenomen.

,,Voorop gesteld dient te worden dat ik als vakminister niets liever wil dan een gezonde, duurzame varkenssector. Wij willen de varkenssector niet `pakken', zoals steeds wordt gesuggereerd. Nee, na vijftien jaar moet er nu écht iets gebeuren. Sinds 1985 is de varkensstapel met een kwart gegroeid, terwijl er toen al door Braks een standstill werd afgekondigd. Er is een overschot van veertien miljoen kilo fosfaat. En al sinds 1991 bestaat er een Europese nitraatrichtlijn waar wij al die tijd al niet aan voldoen omdat we te veel mest produceren. Het zal niet lang duren of de Europese Commissie zal Nederland formeel in gebreke stellen bij het Europees Hof in Luxemburg. En dan mag iedereen het van mij over eigendomsrechten hebben, maar wie heeft nu eigenlijk het recht om op die schaal het milieu te vervuilen? Ik dacht dat we hier het algemeen aanvaarde principe kenden van `de vervuiler betaalt'.

,,Wien van den Brink spreekt over een stalinistisch beleid. Sorry, maar ik dacht dat die wet door een gekozen Tweede en Eerste Kamer is aangenomen. Dan noem ik zulke uitspraken gemakkelijk populisme. En om onder verwijzing naar de rechterlijke uitspraken in voetbaltermen te gaan spreken, in de trant van 1-0, 2-0, 3-0, 4-0 vind ik ook niet hoogstaand. Nee, meneer Van den Brink zou zich eens moeten realiseren dat hij behalve varkenshouder ook Nederlands staatsburger is. Met een verantwoordelijkheid voor het milieu, voor dierenwelzijn en de kwaliteit van het voedsel.''

Blijft het feit dat varkenshouders nu door het omstreden beleid aan de lopende band failliet gaan. Dat kan niet het hoogste doel van overheidsbeleid zijn. Wat heeft u te bieden?

,,Ik ben sociaal-liberaal en ik hecht zeer aan dat `sociaal'. Het lijdt dus geen twijfel dat ik met de varkenshouders ga praten. Boeren die geen kans meer zien om door te gaan kun je niet tussen wal en schip laten vallen. Maar vraag me nu nog even niet wat ik in dat gesprek te bieden heb. Al moet men wel beseffen dat de doelstellingen van de maatregelen zeker niet minder ingrijpend zullen zijn, dan die van de varkenswet. Het consensusbeleid heeft te weinig opgeleverd onder Braks, onder Bukman en onder Apotheker. Onder Van Aartsen is de varkenswet tot stand gekomen. Ik ben de vijfde op rij. Maar goed, als het stof is neergedwarreld kunnen we zaken gaan doen.''

Hoe is die eerste week u bevallen ?

,,Nogal druk hè. Ik werd onmiddellijk geconfronteerd met de dioxine-affaire. En hoewel dat in principe een zaak is van staatssecretaris Faber, heb je daar toch je ministeriële verantwoordelijkheid bij. In een vorig bestaan was ik directeur-generaal milieuzaken bij de Europese Commissie, dus ik weet wat dioxinen en de daarbij horende politieke dimensies inhouden. Ik heb me in Brussel indertijd in die hoedanigheid met Tsjernobyl beziggehouden. Daarvan heb ik geleerd dat de consument en de sector bij zo'n affaire uiterst onzeker worden.''

,,Dan kun je twee dingen doen: omzien in wrok of zo snel mogelijk een strategie bedenken waardoor zoiets niet meer kan gebeuren. Ik kies voor het laatste. Als de voedingssector onder vuur komt te liggen, heeft dat ook repercussies voor de politiek. Mensen laten weten dat er geen draagvlak meer bestaat voor de landbouw en dat ze ook geen vertrouwen meer in de politiek hebben. Het slechtste dat je kunt doen is defensief handelen en zo'n sector afschermen. Dat slaat meteen terug op jezelf.

,,Er moet dus wel iets gebeuren. Ik begrijp van het Productschap voor Veevoeder dat het niet kan instaan voor `onbekende risicofactoren'. Dan is er een probleem. Die risico's moeten natuurlijk wel degelijk worden uitgesloten. Wat dat betreft ben ik heel blij dat Els Borst op Volksgezondheid zit. Wij zullen náádloos samenwerken. Als de maatschappij het vertrouwen gaat verliezen in de overheid – de Statenverkiezingen en de Europese verkiezingen laten dat zien – dan ligt daar een belangrijke taak.''

U bent min of meer tegelijkertijd aangetreden als uw Belgische christen-democratische collega Van Rompuy. Heeft u hem al gesproken?

,,Ik heb hem vorige week donderdag proberen te bereiken, maar dat lukte niet. Zaterdag belde hij me terug, tot zijn grote verbazing op een Brussels telefoonnummer. Trouwens, ik moet me snel in Nederland vestigen. Een Nederlandse minister moet in Nederland wonen. Maar ik heb Van Rompuy mijn medeleven toegezegd. De economische schade als gevolg van de dioxinecrisis is zowel bij de Belgen als bij ons zeer groot.''

Mevrouw Borst en u hebben een extern bureau gevraagd op korte termijn advies te geven over de vraag hoe de departementen de veiligheid in de gehele voedselketen optimaal kunnen waarborgen. Is de overheid daar niet zelf toe in staat?

,,Als een club van buiten zoiets doet geeft dat meer vertrouwen. In zo'n zaak moet je niet jezelf adviseren. Je hebt niet voor niets zoiets als een accountant, die vanuit een onafhankelijke positie werkt. Maar wij hebben natuurlijk ook wel ideeën over wat er te verbeteren valt. In de Landbouwraad [de maandelijkse bijeenkomst van de Europese ministers van Landbouw, red.] hebben we besloten dat er een Europees bureau moet komen dat die voedselveiligheid nauwgezet en continu gaat bekijken en controleren. Dat is één van de leuke dingen van zo'n raad, het is allemaal heel concreet.''

Brinkhorsts eerste Raad in Luxemburg deze week was een succes. Het in juni traditioneel even vervelende als belangrijke agendapunt, de vaststelling van de landbouwprijzen voor volgend jaar, was goeddeels een formaliteit na de akkoorden van maart over Agenda 2000. Daarin wordt een nieuw gemeenschappelijk landbouwbeleid geformuleerd om zo de toetreding van een aantal Oost-Europese landen mogelijk te maken. (Brinkhorst: ,,Nog grote dank daarvoor aan mijn voorganger.'') Voor het overige nam de raad soepel besluiten over Europees geldende normen voor de biologische landbouw en de verruiming van de leefruimte voor kippen.

,,Wat ik ook opmerkelijk vind aan die raad is dat je ziet dat de verantwoordelijke ministers tegenwoordig veel meer zijn geïntegreerd in de maatschappij. Tien jaar geleden bekreunde niemand zich daar over milieu of dierenwelzijn. Het ging over productie en nog eens productie. Nu is er de overduidelijke erkenning dat landbouw een verantwoordelijkheid heeft ten aanzien van milieu en volksgezondheid.

,,Neem die biologische landbouw. In Nederland blijft de teelt nu nog beperkt tot hooguit twee procent van het totale areaal, maar het staat overduidelijk op de agenda. Biologische landbouw is geen stiefmoederlijk randverschijnsel meer. Daar verheug ik me over, want laten we goed beseffen dat het milieu niet wordt verbeterd door milieufanaten, hoe bewonderenswaardig ze soms ook bezig zijn, maar door boeren. Het besluit over de normen waaraan biologische boeren in heel Europa zich moeten houden is bij de ministers ook duidelijk soepeler en zonder discussie genomen door de schrik van de dioxine-affaire.''

Brinkhorst beleefde ook nog een historisch moment toen de Landbouwraad na decennialang touwtrekken besloot legbatterijen te verbieden. De belangrijkste winst daarbij was dat het niet in 2017, maar in 2012 afgelopen moet zijn met de huidige legbatterij. De bewindsman kon met opgeheven hoofd in Den Haag terugkeren, waar hij door activisten was uitgeluid met 175.000 handtekeningen tegen deze vorm van bio-industrie.

Met name de mediterrane landen vonden het verbod op legbatterijen economisch onverantwoord, terwijl vooral de Scandinavische landen en Nederland de voorstellen niet ver genoeg vonden gaan. Er wordt wat geschamperd over de termijn.

,,Ja, ik begrijp enig cynisme wel. Die jaartallen klinken erg ver weg. Maar door de deadline vijf jaar naar voren te halen – 2012 in plaats van 2017, zoals de Europese Commissie had voorgesteld – hebben we voor zo'n dertig generaties kippen een beter leven zeker gesteld. Dat vind ik pure winst. Zeker omdat ik met het oog op de historische noord-zuidcontroverse niet had verwacht dat we er uit zouden komen.

,,Dit toont dat je als minister van Landbouw hele concrete dingen kunt doen. Ik ben op een leeftijd gekomen dat de kleinkinderen zich gaan aandienen. Als ik iets zou willen bereiken is het dat zij, als ze groot zijn, niet meer de straat op hoeven om tegen dit soort praktijken te betogen.''

Ik ben sociaal-liberaal en ik hecht zeer aan dat `sociaal'

Wij willen de varkenssector niet `pakken', maar na vijftien jaar dient er nu iets te gebeuren