HOOFDDOEK 6

Het hele hoofddoekjesdebat draait om twee vragen. Zijn hoofddoekjes een religieuze uiting, of niet? En mag de overheid onder bepaalde omstandigheden een verbod uitvaardigen? Volgens mr. M. Maris en G. Grubben van het antidiscriminatiebureau Radar in Rotterdam, Spijkenisse en Schiedam moet ieder individu voor zich zelf uitmaken wat een religieuze uiting is, en heeft samenleving dat vervolgens te accepteren. Op hun redenering valt echter het nodige af te dingen.

Hoofddoekjes komen in de Koran helemaal niet voor. Het betreffende voorschrift is gebaseerd op de interpretaties van latere rechtsgeleerden. Achtergrond is vermoedelijk dat zij vonden dat het te duidelijk tonen van vrouwelijke haardracht mannen tot een onkuise levenswandel zou verleiden. Het voorschrift is sterk discriminerend: mannen hoeven hun haren niet te bedekken. Binnen de islam bestaat geen centrale autoriteit (zoals een paus) die `onfeilbaar' is, en duidelijke uitspraken over dit soort zaken kan doen. In veel gevallen is hierdoor een grote willekeur ontstaan. Zo ook hier.

Miljoenen moslimvrouwen hebben nooit een hoofddoekje gedragen, en zijn ook niet van plan dat ooit te doen. In landen met moslimmeerderheid is er een duidelijke correlatie tussen het dragen van een hoofddoekje enerzijds, en plattelandse afkomst en een (zeer) conservatieve religieuze achtergrond anderzijds. Hoofddoekjes zijn daarom eerder een cultureel dan een religieus verschijnsel.

In landen als Marokko of Turkije kan hier nog het argument bijkomen dat vrouwen met een hoofddoekje zich aan een meerderheid willen conformeren. In Nederland is daar geen sprake van. De moslimvrouw die hier een hoofddoekje draagt maakt eigenlijk een `statement': `Ik ben als vrouw inferieur aan de man'. Privé is dat natuurlijk haar goed recht, maar in openbare functies mogen andere maatstaven gelden. Op elke school gelden zekere kledingsvoorschriften, en terecht.

Helemaal bespottelijk wordt het als Mr. M.Maris en G.Grubben liberale Turkse ouders bestraffend gaan toespreken als ze hun kinderen om hen moverende redenen van school halen. De Nederlandse wetgeving, die zij eerst gebruiken voor de verdediging van leraresssen met hoofddoekjes, geldt plotseling niet meer voor de vrije keuze voor ouders om hun kinderen naar die school te sturen waarvan zij vinden dat die hun kinderen de beste opleiding biedt. Ik ben blij dat ik geen minderheid ben die door antidiscriminatiebureau Radar moet worden beschermd.