Hoe rendeert uw pensioen?

Pensioenfondsen beheren voor hun deelnemers maar liefst 1.100 miljard gulden. Van de 6,5 miljoen huishoudens hebben er 5,5 miljoen recht op een hap uit deze enorme appel voor de dorst: per gezin 200.000 gulden. Hoe wordt de boomgaard beheerd? Hoe staat het met het rendement?

Voor veel mensen is een pensioenfonds iets abstracts, een instelling die te zijner tijd het pensioen gaat uitbetalen dat bij elkaar gespaard werd door elke maand een beetje op je salaris in te houden. Dat het pensioenfonds in feite gewoon een groot beleggingsfonds is, een kist met geld dat geïnvesteerd is in obligaties, aandelen en onroerend goed, dat realiseren weinigen zich. En dat het succes van de bewaarders van die geldkist invloed heeft op je eigen portemonnee, dat zien nog minder mensen in.

Bij de hoogte van pensioenenuitkeringen wordt altijd gesproken van zoveel procent van het laatste of het gemiddeld genoten salaris. Daardoor lijkt het alsof het rendement van het `beleggingsfonds' er niet toe doet. Maar dat is een vergissing. Linksom of rechtsom komen de revenuen van een goed beleggend fonds wel degelijk bij de fondsdeelnemers terecht. Fondsen die hoge beleggingsrendementen halen, kunnen hun uitkeringen `luxer' maken (gunstig voor reeds gepensioneerden), of ze kunnen de premies verlagen en zelfs naar nul terugbrengen (de nog werkenden houden dan meer salaris over).

Over de rol van pensioenfondsen als grote, invloedrijke beleggers is de laatste jaren overigens wel veel gediscussieerd. Maar toen het ging meer over hun opstelling als financier van ondernemingen waar het slecht gaat, waar sprake is van overnamesituaties of waar ethische kwesties (milieu, steekpenningen, kinderarbeid) spelen. Dat was in het kader van de discussie rond Corporate Governance. Verschillende pensioenfondsen hebben naar aanleiding daarvan ook uitgangspunten opgesteld en hebben die in hun jaarverslagen afgedrukt.

Maar over het pure, `platte' beleggingsbeleid wordt nog altijd veel minder gezegd. In jaarverslagen kun je terugvinden voor welk deel de portefeuille van een pensioenfonds belegd is in vastrentende waarden (obligaties) aandelen en onroerend goed, en hoe meestal ook hoe die categorieën regionaal gespreid zijn. Dat is de zogenoemde strategische mix.

Maar iedereen die ook zelf belegt, weet dat de keuzes die binnen die categorieën worden gemaakt, even veelzeggend zijn over het risicoprofiel en de mogelijkheid om op korte of juist lange termijn koerswinsten te boeken. Binnen de categorie aandelen is het misschien wel het duidelijkst dat de stijl van de belegger bepalend is voor de prestaties. Legt een fondsbeheerder in zijn aandelenportefeuille het accent op groeiondernemingen, denk aan de IT-sector, gezondheidszorg (farma) of financiële diensten (verzekeraars)? Of zoekt hij het liever in minder dure sectoren, zoals het bankwezen of de kapitaalgoederenindustrie? Zulke vragen, vragen waarvan de relevantie inmiddels klip en klaar is voor iedereen die wel eens de beurspagina's leest, worden door de pensioenfondsen nog niet of nauwelijks beantwoord.

De koepelorganisatie van de bedrijfstakpensioenfondsen (VB) en die van de fondsen die aan een specifieke onderneming verbonden zijn (Opf) spannen zich er sinds enkele jaren gezamenlijk voor in dat essentiële portefeuillegegevens, zoals die strategische beleggingsmix en de beleggingsrendementen (over vijf jaar en over het laatste jaar), in een jaarlijks overzicht gepubliceerd worden. Dat geeft in elk geval een begin van houvast. Uit de hierbij afgedrukte Top-15 (qua omvang) van de Nederlandse pensioenfondsen blijkt dan bijvoorbeeld dat fondsen waar het relatieve belang van aandelen in de portefeuille groot is, het meerjarig rendement ook hoger is. Ook is interessant om te zien dat het type bedrijf of bedrijftak nog invloed heeft op de portefeuille van het pensioenfonds. Landbouw en Bouwnijverheid hebben verhoudingsgewijs grote belangen in onroerend goed, terwijl vanouds beursgenoteerde bedrijven met een Angelsaksische invloed, zoals Shell en Unilever relatief sterk in aandelen zitten. Overigens is de verplichtingenstructuur van een pensioenfonds van grote invloed is op de verhouding tussen beleggingscategorieën. Immers, naarmate fondsdeelnemers gemiddeld ouder zijn en het moment van uitbetalen meer nabij is, kan een fonds minder risico's nemen ten aanzien van koersschommelingen. Dus moet er een groter deel vastrentend worden belegd. Ook beperkende wetgeving (zoals in het geval van het ABP) of een opvallend vooruitstrevende fondsdirectie (PGGM) kunnen beperkend dan wel verruimend uitwerken in het beleggingsbeleid. Trouwens, ook op de manier van rapporteren over het beleggingsbeleid hebben die fondsdirecties invloed. Want het feit dat pensioenfondsen als regel niets schrijven over de samenstelling van hun aandelenportefeuille, weerhoudt het Philips Pensioenfondsen er niet van, om dat wel te doen.

Toch blijft de karigheid van de informatievoorzienig op dat punt vreemd. Zelfs geven de fondsen niet prijs aan welk ijkpunt (benchmark, in beleggersjargon) de rendementen van de obligatie-, de aandelen- en de onroerendgoedportefeuille worden getoetst. Als gewone commerciële beleggingsfondsen dat zouden zeggen, zouden ze voor louche versleten worden.

,,Het zal een kwestie zijn van geleidelijke verandering'' denkt Jan Knol, investment manager bij DSM Pensioenverzekeringsmaatschappij in Heerlen. ,,Natuurlijk werken we intern wel met benchmarks. Voor de Nederlandse portefeuille is dat bijvoorbeeld de CBS-index, voor Frankrijk de CAC-40 en voor Amerika de S&P-500. In ons jaarverslag vind je dat nog niet terug. Maar in een wereld waar de Angelsaksische cultuur van verantwoording afleggen steeds meer oprukt, zie ik dat er nog wel van komen.'' Knol kan zich voorstellen dat je nog veel meer zou kunnen vertellen. Over die voorkeur voor beleggen in `groei'– of `waarde'-aandelen, en over de vraag wat je criteria zijn voor zelf rechtstreeks beleggen of uitbesteden aan een externe beheerder dan wel beleggingsfonds. ,,Het zou me niet verbazen als je straks in het jaarverslag de totale portefeuille van een bepaald moment zou kunnen teruglezen. En hangt dat nou af van de bereidwilligheid van de fondsbeheerders of van de informatiebehoefte van de fondsdeelnemers? Och, dat is toch altijd een langzaam proces van duwen en trekken.''