Halsbrekende toeren en wilde sprongen

Zeker, de warming-up van het Nederlands Kampioenschap skate, op het nabijgelegen Schouwburgplein, zal heel wat publiek hebben weggezogen. Maar eigenlijk was er geen goede reden waarom de Stadsschouwburg gisteravond minder dan half vol bleef. Ook de slotavond van de 30ste aflevering van Poetry International bood halsbrekende toeren en wilde sprongen.

Bijvoorbeeld in het elk jaar met succes geprolongeerde programmaonderdeel `Doorfluisteringen'. Geïnspireerd door het bekende kringspelletje, waarbij een van oor tot oor gefluisterde zin uiteindelijk verandert in onzin, vertaalden vier buitenlandse dichters de afgelopen dagen in estafette een niet al te bekend - sonnet van Hugo Claus, dat daarna weer in het Nederlands vertaald werd.

Helaas kregen de Poetry-bezoekers gisteravond slechts een deel van het project te horen: de versies twee tot en met vier (van Kroatisch naar Engels naar Duits) werden overgeslagen, en alleen de Poolse bewerking en de vertaling van Nijhoff-prijswinnaar Gerard Rasch werden voorgelezen. Het stemmige gedicht over afscheid bleek nu te eindigen met on-Clausiaanse maar wel sterke verzen als: `Ik ben weg. Het is uit met snurken in bioscopen,/ met exhibitionisme en sputterende gulpknopen.'

Eerder op de dag waren de resultaten van een andere, serieuzere traditie van het festival gepresenteerd: het vertaalproject, dat dit keer was gewijd aan het werk van Willem Jan Otten en de Kroatische dichter Slavko Mihalic'. Ottens bedachtzame gedichten – over bewonderd worden, over de ziel, over vaderliefde – werden door verschillende dichters voorgedragen in het Engels, IJslands, Chinees, Slowaaks, Deens en Swahili. Vooral de laatste vertaling klonk intrigerend, omdat ze langer was dan het origineel en volstond met namen die Otten niet had genoemd (`Kafiri Kitaba', `Zanzibari'). Maar ook hier werd het publiek te kort gedaan; uitleg over de vertaalstrategieën van de dichter uit Zanzibar werd niet gegeven.

Slavko Mihalic', een voormalig Joegoslavische modernist met een Nobelprijs-fähig oeuvre van 700 gedichten, viel dezelfde behandeling ten deel. In de afgelopen 50 jaar wist hij in zijn gedichten een evenwicht te bewaren tussen onderkoeld gebrachte politiek en aardse gedichten over koffie en maanlicht. Maar in vertaling (van Roel Schuyt) maakte vooral `Een oud geworden dichter' indruk: `Hij loopt door de straten als een van zijn macht beroofde god (-) Zie hoe zijn wereld niet van plan is / samen met hem te sterven.'

De 71-jarige Mihalic' las 's avonds, in het Internationaal Programma, nog een tiental andere gedichten voor, waaronder `Ik kan de naam van de stad niet zeggen', dat over het neerslaan van de Praagse lente ging. Toen hem vervolgens gevraagd werd hoe hij dat in het repressieve politieke klimaat had kunnen publiceren, zei Mihalic': ,,De censuur heeft het niet begrepen, omdat politici geen gedichten lezen.''