G-7 schrapt deel schuld armste landen

De leiders van de zeven grote industrielanden (G-7) hebben 70 miljard dollar aan schuldkwijtschelding toegezegd voor de armste landen. Internationale particuliere organisaties, die al jaren campagne voeren voor kwijtschelding, spraken van een ,,kleine, maar belangrijke stap''.

De G-7-leiders deden hun toezegging gisteren op de eerste dag van hun driedaagse top in Keulen. De 70 miljard dollar kwijtschelding betekent volgens een Amerikaanse woordvoerder dat (samen met eerdere toezeggingen) 70 procent van de officiële schuld van in aanmerking komende landen wordt geschrapt. Hun totale officiële schuld werd door de G-7 op bijna 130 miljard dollar becijferd. Particuliere kredieten zijn niet in dit bedrag opgenomen. De Franse president Chirac sprak van een ,,substantiële inspanning'' van de G-7.

De leiders van de VS, Japan, Canada, Duitsland, Frankrijk en Italië steunden een opmerkelijk voorstel van de Britse premier Blair om alle grote bedrijven uit te nodigen aan schuldkwijtschelding bij te dragen door te storten in een `millennium-trustfonds'.

Van de 70 miljard dollar schuldkwijtschelding betreft 20 miljard dollar officiële ontwikkelingshulp tegen zeer lage kosten (zogenoemde ODA-hulp). De G-7 scheldt alle `ODA-schuld' kwijt.

De toezegging van de G-7-leiders betekent een forse uitbreiding van het in 1996 gelanceerde initiatief van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank, dat voorzag in 13 miljard dollar schuldkwijtschelding. De drempels om voor dit initiatief in aanmerking te komen worden verlaagd. Zo zal voortaan een schuld die 150 procent van de exportopbrengst van een land bedraagt, als `onhoudbaar' gelden en niet de eerder vastgelegde 200 à 250 procent. Het aantal landen dat zich voor het initiatief van IMF en Wereldbsnk kan kwalificeren stijgt volgens een Amerikaanse woordvoerder van 26 naar 33.

Ook het tempo van de kwalificatie moet omhoog. De G-7 heeft afgesproken dat volgend jaar driekwart van de landen zich zal hebben gekwalificeerd. De periode waarover ook daarna `goed gedrag' moet worden getoond om echt kwijtschelding te krijgen wordt verkort. De kwijtschelding moet volgens de G-7 worden verbonden aan de eis dat de landen de vrijkomende financiële ruimte besteden aan armoedebestrijding en sociale uitgaven, als onderwijs en gezondheidsszorg. De G-7 hebben daarom IMF en Wereldbank gevraagd met plannen te komen om het aspect van armoedebestrijding in hun aanpassingsprogramma's uit te breiden. Hierbij moet ook de civil society (particuliere organisaties) worden betrokken.

De leiders van de G-7 onderstreepten gisteren het belang van een eerlijke onderlinge verdeling van de kosten. Zo zullen landen die veel ODA-hulp aan arme landen hebben gegeven, en nu dus veel schuld moeten kwijtschelden, zoals Japan en Frankrijk, relatief minder hoeven bij te dragen aan het multilaterale schulden-initiatief van IMF en Wereldbank. Internationale financiële instellingen als IMF en Wereldbank moeten ook zelf bijdragen, maar de G-7 beklemtoonde dat dit hun capaciteit om geld aan arme landen te lenen niet mag aantasten. De G-7 vraagt de Club van Parijs (crediteurenlanden) en de internationale financiële instellingen op de jaarvergadering van IMF en Wereldbank in september met concrete voorstellen te komen.