Fiscus pikt een graantje mee

Wie bij de bakker werkt, hoeft geen brood te kopen. Wie bij de KLM werkt, gaat voor een schijntje de lucht in. De overheid pikt graag een graantje mee, maar dan wel graag efficiënt. Voor degenen die uitbundig van de bedrijfsvoordeeltjes profiteren pakt dat gunstig uit, maar wie alle aanbiedingen ongebruikt laat, kan ongemerkt duur uit zijn.

De fiscus wil in beginsel elk voordeeltje dat iemand door zijn werk heeft, net zo fors belasten als gewoon in geld genoten loon. Anderzijds wil de belastinginspecteur ook niet verzeild raken in discussies over details of in een uitvoerige administratie per werknemer. Door die neiging tot efficiency vallen allerhande kleine voordelen buiten de belastingheffing. Dat geldt bijvoorbeeld voor een kopje koffie op het werk of de parkeerplaats in de bedrijfsgarage. Maar er zijn grenzen. Het meest in het oog lopend is de auto van de zaak waarin de werknemer naar hartelust privé-ritten mag maken, Dat privé-gebruik waardeert de fiscus op 20 procent van de cataloguswaarde van de auto. Over dat bedrag moet de betrokkene inkomstenbelasting betalen. Die regeling kan het merkwaardige effect hebben dat rijders in een lease-auto hun auto misschien wel extra veel gebruiken om zo de extra belastingbetaling er uit te halen. Dat gedrag wil staatssecretaris Vermeend (Financiën) tegen gaan door het percentage van de inkomensbijtelling afhankelijk te maken van het aantal gereden privé-kilometers. Over de nieuwe percentages valt nog weinig te zeggen, trouwens het hele plan is nog niet verder dan een losse mededeling van de staatssecretaris aan de werkgevers. Hoewel een ter beschikking gestelde auto voor de werknemer doorgaans het meest aantrekkelijk is, bestaat er een alternatief. De werkgever kan zijn werknemers renteloos het geld lenen om zelf een eigen auto te kopen. De werknemers kunnen dan voor een vast bedrag van 60 cent per kilometer de zakelijke autokilometers belastingvrij declareren. In dergelijke gevallen wordt vaak afgesproken dat de aflossing in een beperkt aantal jaren wordt verrekend met de kilometerdeclaraties. De fiscus laat het rentevoordeel van de werknemer dan onbelast.

De werknemer merkt dat in zijn belastingaanslag. Hij is zich doorgaans veel minder bewust van de perikelen die samenhangen met personeelsuitjes en jubileumfeesten. Soms ziet de fiscus die festiviteiten helemaal of gedeeltelijk als belast loon. De werkgever neemt de loonbelasting dan maar voor zijn eigen rekening. De nagestreefde band van het personeel met het bedrijf zou wel eens een lelijke knauw kunnen krijgen als een maand na het feest de werknemer merkt dat het uitbetaalde loon lager is omdat de fiscus hem heeft belast voor de bedrijfsmanifestatie. Voor de bedrijfstak die dit soort happenings organiseert, is het overigens van levensbelang waar de fiscus de grens trekt tussen belast en onbelast. Een strengere aanpak van de fiscus is afgelopen jaar afgewend door een intensieve lobby van MKB-Nederland. Een standaard personeelsfeestje is daardoor nog steeds onbelast.

Veel werkgevers zien graag dat hun personeel aan sport doet. Om dat te bevorderen, kunnen ze komen met kortingsregelingen bij externe sportfaciliteiten dan wel eigen sportclubs met misschien zelfs een inpandige sportzaal. De fiscus gedraagt zich hier niet erg sportief. De werknemer raakt niet alleen zijn luie zweet kwijt maar verliest ook een deel van zijn inkomen aan de fiscus omdat het voordeel dat hij door het goedkopere sporten heeft door de inspecteur op geld wordt gewaardeerd en vervolgens belast. Pas als het bedrijf aan strenge voorwaarden voldoet, hoeven de werknemers geen extra loonbelasting te betalen. Om onbelast te blijven moet het gaan om een inpandige sportzaal die voor iedere werknemer open staat om in de tijd van de baas in te sporten. Voor veel bedrijven ligt wat dat betreft de lat te hoog.

Om efficiënt te blijven probeert de fiscus met het bedrijf een overeenkomst te sluiten die geldt voor alle werknemers. Degenen die veel van een faciliteit gebruik maken, zijn dan voordelig uit. Maar degenen die het aanbod van de werkgever naast zich neerleggen, betalen zonder het te weten belasting voor voordelen in natura waar ze helemaal niet van hebben geprofiteerd. Zo kan het vliegend personeel van luchtvaartmaatschappijen zogenaamde achtergestelde tickets kopen tegen vijf procent van de kosten van een gewoon ticket economy class, tenminste als er stoelen over zijn. Het vliegend personeel dat vindt dat het al genoeg in de lucht zit en er een hobby van maakt in de vrije tijd Belgische mijnschachten te exploreren, betaalt toch belasting voor niet gemaakte goedkope vliegreizen. Misschien troost het hen nog dat het hogere loon waar belasting over is betaald, straks ook de basis vormt voor een hoger pensioen. Maar daar heeft de overheid geen zin in. Hoewel de bijna gratis vliegtickets voor de belastingwetgeving wel meetellen, spelen ze voor de op dezelfde wetsbepaling gebaseerde sociale zekerheidswetgeving geen rol. Staatssecretaris Hoogervorst (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) liet dat onlangs nog eens uitdrukkelijk weten. In het toch al mistige gebied van de bedrijfsvoordeeltjes voor werknemers, zoeken Belastingdienst, bedrijfsvereniging en de onderneming soms een efficiënte oplossing die voor ieder van de partijen het gunstigst uitpakt maar die voor de bescheiden werknemer wel eens nadelig kan uitwerken zonder dat hij dit merkt.