EEN PIJLTJE BIJ BREUGHEL

Het educatieve Internetproject Demi Dubbel's Tijdmachine laat kinderen in een bonte virtuele wereld kennismaken met kunstenaars en hun werk. Vorige week is het bekroond met de Twinning Prize.

INGESPANNEN turen Roger, Ryan, Evelien, Sandra en Patricia naar het beeldscherm. Ze moeten wijs worden uit een scherm vol aanklikbare icoontjes en buttons. Dat valt niet mee. Computervaardigheden hebben de leerlingen uit groep 8 van basisschool 't Twiske in Amsterdam-Noord genoeg. Inloggen, moeilijke wachtwoorden onthouden en e-mailen doen ze zonder moeite. Maar met z'n vijven op een monitor kijken, dat is ook voor de slimste whizzkids onmogelijk.

't Twiske is een van de basisscholen die meedoen met het educatieve Internetproject Demi Dubbel's Teletijdmachine. In een bonte virtuele wereld moeten de kinderen Demi Dubbel helpen en leren ze spelenderwijs verschillende kunstenaars en hun werk kennen.

Demi Dubbel, een eigenwijs meisje dat van knalroze nagellak houdt en ervan droomt door Pieter Bruegel en andere beroemde schilders geportretteerd te worden, is verdwaald in de tijd en haar tijdmachine is kapot. Per tijdzone moeten de kinderen, die 11 en 12 jaar oud zijn, allerlei opdrachten uitvoeren die te maken hebben met de computer en kunstgeschiedenis. Als ze Demi Dubbel niet op tijd helpen, zal de kunstgeschiedenis nooit meer hetzelfde zijn.

Aan de andere kant van de stad, op de Ru Paré-school in Osdorp, doet ook een klas mee met Demi Dubbel. Voor sommige opdrachten moeten de leerlingen van de twee scholen per e-mail samenwerken. Aan het eind van de week komen ze bij elkaar in de Theaterschool om in real life, zoals dat in Internetjargon heet, kennis met elkaar te maken en samen toneelstukken op te voeren.

Van computers weten de leerlingen van 't Twiske en de Ru Paré-school al veel. De scholen zijn zogeheten voorhoedescholen, die van de gemeente Amsterdam geld hebben gekregen voor nieuwe computers en een snelle Internetverbinding. Samen met vier andere Amsterdamse basisscholen doen ze mee aan CIAO (Computers in het Amsterdamse Onderwijs), een project van de gemeente en het Rekencentrum van de Universiteit van Amsterdam. De scholen e-mailen met elkaar en met de Hollandse School in Singapore. Binnenkort sluiten nog negen Amsterdamse basisscholen zich bij CIAO aan.

Meester Ton Bax van groep 8 van 't Twiske heeft de kinderen ook al eens oude computers uit elkaar laten halen om de onderdelen te verwerken in collages. ``Er ging een wereld voor ze open toen ze zagen wat er allemaal in een computer zit'', zegt hij. Het klaslokaal hangt vol met tekeningen van hoofden met chips en kabels als hersens.

De groep van Roger komt binnen in de Hobby-Lobby, een driedimensionale ruimte met gekleurde deuren. Als de `muizer', het kind dat de eerste tien minuten de muis bedient, op de juiste deur klikt komen ze de schoonmaakrobot Annakarata tegen. Sandra, de `lezer' van het groepje, leest voor wat Annakarata zegt. ``Niet te snel'', zegt Ryan, als hij het niet meteen begrijpt. De `typer' geeft de robot antwoord. Na het invullen van de namen van de groep en de school kunnen de leerlingen verder. Om de tien minuten wisselen de kinderen van functie, zodat iedereen de kans krijgt regelmatig dicht bij het scherm te zitten en zelf door het spel te navigeren. Ton Bax neemt ondertussen foto's van de kinderen voor de homepage van de school.

``Jullie zijn vieze flikkers'', flitst het opeens over het scherm bij een groepje kinderen. De Ru Paré-school heeft de e-mailknop ontdekt. Na een klassegesprek over `netiquette', omgangsvormen op Internet, sturen een paar meisjes van de Ru Paré-school de uitgescholden kinderen van 't Twiske spontaan een excuus-mail. Opeens komen de kinderen in het atelier van Pieter Bruegel terecht, waar ze de schilder aan het werk zien aan de Toren van Babel. Ze kruipen in het schilderij om te helpen de toren af te maken. ``He he, ... daar ben ik eindelijk vanaf'', zucht de voorman, als de kinderen met de muis de stenen van hem overnemen. Vanwege de spraakverwarring die in Babel heerst, lukt het eerst niet om verder een praatje te maken met de bouwopzichter. De computer draait alle woorden om. Wie snapt in welke volgorde de letters moeten staan, wordt doorgestuurd naar het volgende schilderij.

Aan de hand van de schilderijen van Bruegel en andere kunstenaars als Gauguin en Andy Warhol leren de kinderen verschillende soorten naslagwerken gebruiken, digitale en papieren. En passant leren ze ook dat het heel belangrijk is dat je goed onthoudt hoe een naam wordt gespeld en dat vroeger de spelling minder eenduidig was. In de kunstboeken komen ze de namen Bruegel, Breughel en Brueghel tegen. ``He, er staat een pijltje bij Breughel'', zegt Roger. ``Nu moet ik naar een andere bladzijde.'' Daar vindt hij het lemma over de Vlaamse schilder.

De scholieren leren ook wat voor spelletjes kinderen door de eeuwen heen speelden en wat mensen vroeger aten. Aan het eind van de week hebben de leerlingen de belangrijkste schilderkundige perioden geleerd en zelf enkele tekeningen en collages gemaakt.

Om zich helemaal in te leven in het verleden moeten de kinderen in de klas een rondeel, een klinkdicht waarbij sommige regels worden herhaald als refrein, schrijven over een spel dat ze zelf bedacht hebben. Roger maakt een rondeel over het spel Tijgertjesrace, een spel waarbij je al kruipend een wereldrecord kunt halen.

Demi Dubbel is hard werken. ``Het is erg leuk, maar je moet wel veel vragen invullen'', zegt Evelien van 't Twiske. Het project, dat vijf schooldagen duurt, is gemaakt door De Waag/Maatschappij voor Oude en Nieuwe Media en KunstWeb. Het educatieve Internetproject, dat eerder dit jaar ook op de Techniekdagen in Delft werd gedemonstreerd, valt goed in de smaak bij leerlingen en leerkrachten. De informatietechnologen van De Waag en de kunsteducatiespcialisten van Kunstweb hebben voor een goed evenwicht tussen computervaardigheden, spel en leermomenten gezorgd. Michaël Veerman van KunstWeb noemt Demi Dubbel een ``laagdrempelige manier'' om kinderen met kunst in aanraking te brengen. ``De meesten hebben nooit kunstgeschiedenis gehad.''

Deze maand werd Demi Dubbel onderscheiden met de Twinning Prize, een prijs voor bijzondere initiatieven op het gebied van informatie- en communicatietechnologie. Volgend schooljaar doen 30 basisscholen in de omgeving van Amsterdam een week mee met Demi Dubbel.

Demi Dubbel is niet voor alle basisscholen geschikt. Deelnemende scholen moeten over een groot aantal zware computers beschikken. Het liefste een PC per drie leerlingen. Zelfs op de goed geoutilleerde CIAO-scholen hebben ze eigenlijk niet genoeg computers per klas om alle kinderen optimaal mee te laten doen aan Demi Dubbel.

De ontmoeting tussen de twee scholen op vrijdagmiddag valt erg tegen. Wat het hoogtepunt van de week zou moeten zijn, met de onthulling over het lot van Demi Dubbel en het bekijken van elkaars tekeningen en toneelstukken, wordt een grote anticlimax. De leerlingen van de witte Twiske en de zwarte Ru Paré blijken uit zulke verschillende sociale milieus te komen dat de kinderen elkaar weinig te zeggen hebben. De verschillen die in cyberspace onzichtbaar waren, zijn in real life niet over het hoofd te zien. Een stel vroegrijpe Turkse en Marokkaanse jongetjes van de Ru Paré-school begint de meisjes van 't Twiske uit te maken voor ``lelijke wijven'' en ``lesbisch'', waarna enkele schuine moppen volgen die de verslaggever doen blozen. De Twiske-school kijkt beleefd, maar zwijgend naar de tekeningen en toneelstukjes van de Ru Paré en vertrekt dan weer snel met meester Ton naar Amsterdam-Noord.

Op de homepage van hun school zeggen de kinderen van 't Twiske later zelf over de ontmoeting met de Ru Paré-school: ``We luisterden niet naar elkaar en er was snel ruzie. Misschien hebben we wel te weinig gechat en gemaild, waardoor we elkaar niet goed genoeg kenden.''

Scholen die belangstelling hebben voor Demi Dubbel kunnen een e-mail sturen aan De Waag: demidubbel@waag.org