DE KOPZORGEN VAN EEN GESLEPEN VOS

Weer een finale, weer een prijs. Sinds oud-international Richard Charlesworth (47) in 1993 aantrad als bondscoach rijgen de Australische hockeysters de successen aaneen. In Sydney hoopt het ex-parlementslid volgend jaar de kroon op zijn werk te zetten.

Slapeloze nachten heeft Richard Charlesworth dezer dagen in Brisbane. Zo verzot op cricket is de bondscoach van de Australische hockeysters dat hij tot diep in de nacht aan het beeldscherm gekluisterd zit om geen seconde te missen van het wereldkampioenschap in Engeland. Zijn speelsters mogen gisteren dan ,,een slechte prestatie'' hebben geleverd tegen Nederland, voor Charlesworth kan de dag na het laatste groepsduel bij het toernooi om de Champions Trophy op voorhand al niet meer stuk. ,,De Australische cricketers hebben de finale bereikt! It was amazing'', jubelt Charlesworth, waarna hij uitvoerig verslag doet van de zinderende ontknoping van het halve-finaleduel tegen Zuid-Afrika.

Zelf was Charlesworth een verdienstelijk cricketer, totdat de Australische hockeybond de batsman van Sheffield Shield opeiste in de aanloop naar de Olympische Spelen in Moskou (1980). ,,Het was cricket of hockey. Omdat cricket geen olympische sport was en hockey wel, was de keuze snel gemaakt. Een van mijn grootste frustraties is nog altijd dat we destijds op het laatste moment thuis bleven vanwege de Russische inval in Afghanistan.''

Doctor Richard `Ric' Charlesworth is een levende legende in Australië. De 47-jarige arts uit Perth meet slechts 1,68 meter, maar niemand die hem over het hoofd ziet. Charlie, zoals vrienden en bekenden hem noemen, heeft een erelijst die alom bewondering wekt in zijn sportmaffe vaderland. De voormalige aanvaller speelde 227 interlands, waarvan 130 als aanvoerder. Won de wereldtitel in 1986 (Londen) en zat tien jaar (1983-'93) namens de Labour Party in het federale parlement van Australië. ,,Een interessante baan, maar een vreselijk leven. Geen moment voor jezelf.''

Onvoorspelbaar is het etiket dat naaste medewerkers hem opspelden. ,,Je weet nooit welke kant hij opgaat. Maar links of rechts, telkens blijkt hij weer de juiste richting te hebben gekozen'', vertelde de perschef van de vrouwenploeg deze week. Speelsters omschrijven hem als een geslepen vos die passie en kennis op harmonieuze wijze met elkaar combineert en die bekend staat als een meester in tactische omzettingen.

Zelf houdt Charlesworth het op een gedreven coach die zweert bij aanvallend hockey. ,,Winnen begint bij doelpunten maken. Terwijl je willen verbeteren vooral afhangt van winnen. Wie vaak verliest, verliest de drang om zich te verbeteren. Wij propageren attractief hockey. Daar ligt onze kracht en onze uitdaging. Het is boeiender doelpunten te maken dan doelpunten te voorkomen. Dat laatste is vrij eenvoudig, maar erg saai.''

Sinds hij in 1993 het roer overnam van Brian Glencross regeren de Australische hockeysters met straffe hand. Charlesworth transformeerde het ladylike team in een geoliede machine die technische vaardigheden op geraffineerde wijze aan fysieke kracht koppelt. Alle belangrijke internationale toernooien (drie Champions Trophy's, twee WK's en één Olympische Spelen) werden onder zijn leiding gewonnen door The Hockeyroos, de hockeykangoeroes, zoals de ploeg in eigen land door het leven gaat. Vandaag kan de zevende titel worden bijgeschreven wanneer de thuisploeg Nederland weet te bedwingen in de finale van het toernooi om de Champions Trophy in Brisbane.

Een deel van de verklaring voor de successen ligt volgens Charlesworth in de permanente concurrentiestrijd. Maar liefst 29 speelsters maken deel uit van de nationale selectie. Voor elk oefenduel of toernooi moet Charlesworth een aantal vrouwen teleurstellen. ,,Iedereen moet zich keer op keer opnieuw bewijzen. Degene die afvalt loopt de volgende keer drie keer zo hard om te voorkomen dat zij opnieuw buiten de boot valt.''

Na het olympisch goud in Atlanta werd Charlesworth benaderd om de Australische mannenploeg onder zijn hoede te nemen, als opvolger van oud-teamgenoot Frank Murray. Hij weigerde en bleef de vrouwen trouw. ,,Hoewel de verleiding groot was'', erkent hij. ,,Maar om sporters hongerig en scherp te houden op weg naar het volgende succes is een nog grotere uitdaging nodig. Opstappen na Atlanta zou te makkelijk zijn geweest. Om voor de tweede keer op rij olympisch kampioen te worden, beschouw ik als de grootst mogelijke uitdaging.'' Na de Spelen, over ruim een jaar in Sydney, neemt hij (voorlopig?) afscheid van het hockey. ,,Zo langzamerhand ben ik toe aan wat anders. I really need a break.''

Niet iedereen zal het vertrek van de markante coach betreuren. Met gemengde gevoelens volgt de concurrentie de sportieve succesreeks van de Australische vrouwen. Behalve ontzag steekt steeds vaker afgunst de kop op, constateerde vice-aanvoerster Renita Garard onlangs in een artikel onder de kop `Hated Hockeyroos'. ,,Andere landen juichen zodra wij verliezen'', klaagde Garard in The Courier-Mail. Fijntjes verwees de routinier naar het WK in Dublin (1994). ,,Tijdens onze finale tegen Argentinië waren de Nederlandse speelsters daar uitgedost in de kleuren van Argentinië.''

Charlesworth haalt demonstratief zijn schouders op als hij wordt geconfronteerd met de vermeende antipathie. ,,Ze doen hun best maar. Het zegt meer over onze concurrenten dan over ons. Kennelijk voelen landen als Nederland zich prettig in de underdog-rol. Alles en iedereen roept maar dat wij volgend jaar in Sydney het goud winnen. Niet zozeer omdat ze dat denken of hopen, maar meer om zichzelf te bevrijden van de druk.''

Telstra, een van de grootste telecommunicatiebedrijven in Australië, treedt op als hoofdsponsor van de vrouwenploeg. Het jaarbudget van Charlesworth en de zijnen bedraagt één miljoen Australische dollars, zo'n 1,3 miljoen gulden. Daar steekt het budget van de mannenploeg, 250.000 dollar op jaarbasis, schril bij af. Maar tevreden is Charlesworth allerminst. ,,Na onze gouden medaille in Atlanta heeft de hockeybond onvoldoende stappen ondernomen om de sport in Australië op de kaart te zetten. Het ontbrak zoals zo vaak aan marketing-gericht denken.''

In de roep om meer aandacht en waardering van sponsors en publiek koos spits Nikki Mott vorige week voor de aanval. Met haar borsten slechts bedekt door een arm en een stick poseerde de 22-jarige blondine voor de fotograaf. Het resultaat was een dag voor het begin van het zeslandentoernooi in Brisbane te bewonderen in The Courier-Mail, de grootste krant van de provincie Queensland dat een paginagroot artikel wijdde aan het imagoprobleem van de meest succesvolle Australische sportploeg van de jaren negentig.

Charlesworth kreeg pas lucht van de gewaagde fotosessie van Mott toen hij de krant opensloeg. ,,Maar het stoorde mij niet. Als mijn speelsters daarvoor kiezen is dat hun goed recht. Ik heb liever dat ze op die manier in het nieuws komen dan dat ik op de voorpagina moet lezen hoe ze stomdronken een of andere kroeg kort en klein hebben geslagen. Zoals die rugbyers telkens weer menen te moeten doen.''

Boze tongen beweren dat Charlesworth zijn speelsters aan een Spartaans regime onderwerpt. Als bewijs dient onder meer de voorbereiding op de Spelen in Atlanta (1996). In de zes maanden voorafgaand aan het olympisch hockeytoernooi tilden de internationals per persoon 250.000 kilogram omhoog in het krachthonk en legden zij één voor één ruim 2.000 kilometer af.

Het verweer van Charlesworth: ,,Mijn speelsters respecteren me. Of ze me aardig vinden is vers twee. Maar ik ben geen coach om aardig gevonden te worden. Aardige coaches kunnen niet functioneren. Een coach verlangt dat zijn spelers of speelsters hun grenzen verleggen. Vaak willen ze dat niet, want de meesten houden van een comfortabel leventje. Het is mijn taak de lat hoger en hoger te leggen.''

In dat streven ziet Charlesworth zich gedwarsboomd door de spelregelwijzigingen die verruwing in de hand werken. In Brisbane zag hij overtredingen die het daglicht amper konden verdragen. ,,Hard spel wordt indirect beloond. Niet voor niets vliegt alles en iedereen er maar in. Gefloten wordt er toch niet, want de scheidsrechters staan het toe of zien het domweg niet. Al dat getackel en gehak druist in tegen de beginselen van het hockey.''

Halverwege het gesprek haalt Charlesworth zijn pocket-videorecorder tevoorschijn om zijn woorden kracht bij te zetten. Met een paar drukken op de knop verschijnen beelden van de wedstrijd van een dag eerder, toen Nederland dankzij een overdosis strijdlust Australië op 1-1 hield. ,,Kijk, Mijntje Donners. Kegelt zo een van mijn speelsters omver. En let op wat die doet. Ze staat op, klaagt niet en speelt verder. Precies zoals ik het hun heb geleerd.''

Moeiteloos sloot Charlesworth zich de afgelopen dagen aan bij het gejammer over het omstreden shoot-experiment. Al jaren is de weerbarstige Australiër een luis in de pels van de bestuurders van de internationale hockeyfederatie (FIH). Zelden neemt hij een blad voor de mond, wetende dat hij als coach van de meest succesvolle vrouwenploeg recht van spreken heeft. ,,Al heb ik niet het gevoel dat ze luisteren. De FIH doet maar wat. Alle raadgevingen slaan ze in de wind, alsof spelers en coaches onzin verkopen. Nadenken is niet aan hen besteed. In die zin ben ik trots dat ik een van de weinige hockeycoaches ben die geen FIH-badge dragen of hun autoriteit ontlenen aan een of andere cursus die ze op het hoofdkantoor in Brussel hebben verzonnen.''

Onder dwang van Juan Antonio Samaranch, de voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité, liet de FIH zich in Brisbane verleiden tot het min of meer toestaan van balcontact met voet of been. ,,Een stompzinnig idee'', foetert Charlesworth. ,,In plaats van het spel aantrekkelijker te maken bereiken ze precies het tegenovergestelde. Want verdedigers kunnen behalve hun stick nu ook hun voeten gebruiken om aanvallers af te stoppen.''

Zelf pleit Charlesworth al jaren voor het terugbrengen van het aantal spelers om het spel aantrekkelijker en vooral begrijpelijker te maken. ,,Het grootste probleem van hockey is dat het vrij eenvoudig is om te verdedigen. De cirkel is overbevolkt en niemand ziet wat er gebeurt. Met tien of negen spelers per team ben je op de goede weg. Waarbij drie spelers gedwongen zouden moeten zijn om op eigen helft te blijven. Daardoor creëer je meer ruimte voor aanvallende acties.'' Zorgen maakt Charlesworth zich over de toekomst. In India en Pakistan,is hockey allang niet meer de volkssport die het ooit was. ,,Hockey dreigt zich te vervreemden van zijn achterban. Azië is de bakermat van onze sport, maar door alle regelwijzigingen keren de Indiërs en de Pakistanen het hockey steeds meer de rug toe. Om de simpele reden dat ze niet worden beloond voor hun attractiviteit. Ga maar eens op straat kijken in Bombay of in Lahore. Daar lopen kinderen tegenwoordig met een cricketbat, niet met een hockeystick.''