Creatief met opties

Een alleenstaande, kinderloze, prille vijftiger werkt al een leven lang voor een sterk bedrijf met een uitstekende pensioenregeling, huurt zijn woning voor een geringbedrag en bezit een half miljoen aan aandelen. Toch piekert hij: doorgaan met werken, korter werken, eerder stoppen of anders beleggen. Veel lezers zullen graag met hem willen ruilen.

Het lijkt geen louter financieel probleem. Wie in de bloei van zijn leven denkt aan stoppen, werkt waarschijnlijk niet met plezier. Stel dat je nog dertig jaar voor de boeg hebt, wat moet je dan al die jaren doen? Reizen, trekken, klussen, uitgaan, lezen, tuinieren, schilderen, boetseren, internetten, beleggen enzovoort. Daar heeft een mens toch gauw genoeg van!

Misschien dat een andere baan, waarin hij zich helemaal moet geven, de zorgen verdrijft. Wanneer het om de financiën gaat, kan alleen het pensioenfonds van zijn bedrijf uitrekenen op hoeveel zijn ouderdomspensioen uitkomt bij aanvang voor de reglementaire datum. De uitkering zal zeker tegenvallen.

Zijn aanvullende inkomen moet komen uit de beleggingen. Of die voldoende zijn en juist belegt, moet blijken uit de niet vermelde doelen die hij zich stelt. Het draait vooral om het gewenste inkomen. De hoogte van dit bedrag bepaalt mede hoe de beleggingen eruit zien.

Veronderstel eens dat de obligatierente stijgt naar 7,4 procent (of meer), dan kan hij desgewenst op een gunstig moment zijn aandelen omzetten in obligaties. Daar gaat in het beoogde nieuwe belastingsysteem 1,4 procent vermogensrendementsheffing af, waarna er 6 procent (of meer) overblijft. Een half miljoen aan obligaties levert dan ieder jaar belastingvrij 30 duizend gulden rente op en blijft intact, je teert er niet op in, afgezien van de waardevermindering door inflatie.

Tot het moment van omwisseling kan het geen kwaad de beleggingsportefeuille met aandelen van degelijke Amerikaanse en Nederlandse bedrijven te beperken tot zo'n vier fondsen en het geheel met meerjarige call- en/of put-opties af te dekken, samen met een beleggingsadviseur. Immers: meneer dankt zijn voorspoed ten dele aan het hogere Wall Street en de duurdere dollar. Daar komt eens een eind aan. Korter werken lijkt voorlopig de best remedie.

Een lezer uit Wassenaar (81 jaar) bezit voor een half miljoen gulden Olies en Olie-achtige aandelen (Dordtsche Petroleum), aangevuld met obligaties, onroerend goed-aandelen en spaargeld. Voor het afdekken met opties voelt hij niets, want tijdens de krach van 1987 verloor hij daar veel geld mee. Hij geeft niet aan hoe dat kwam.

Een auto is een nuttig vervoermiddel, maar als je tijdens de spits aan de verkeerde kant van de weg rijdt, vraag je om ongelukken. Een optie is ook een nuttig middel, maar als je risico's neemt zonder voldoende dekking, vraag je om moeilijkheden. In de afgelopen maanden zijn de Olie-aandelen (gekocht op 30,68 euro) tot 57,35 euro gestegen. Een winst van 87 procent. Daar worden beleggers warm van, en koud tegelijk. Hoe bescherm je die koerswinst? De lezer wil ondanks zijn optievrees lange call-opties oktober 2002 uitoefenprijs 58,99 euro schrijven (verlenen), vanwege de hoge onbelaste opbrengst, en daarmee Olie-aandelen bijkopen. Die strategie biedt weinig bescherming.

Je kan ook meerjarige put-opties 2003 kopen, plus extra puts om de aan te houden Dordtsche aandelen (geen meerjarige opties in de notering) te beschermen, en die te betalen (quitte spelen) met een geringer aantal meerjarige Olie-calls, met een uitoefenprijs onder de huidige beurskoers. Zo bouw je, samen met een adviseur, een shock proof combinatie.

Deze lezer vindt zijn leeftijd een nadeel, want na zijn onverhoopt overlijden, scheept hij zijn erven op met opties, waarvan zij niets weten. Hoewel. Deze constructie biedt juist bescherming tegen waardedaling. Dat kan tijdens de afwikkeling van de nalatenschap een voordeel zijn, als de erven de aandelen en opties niet willen verkopen. Bovendien kunnen ze wellicht (je weet niet wat de koers straks doet) geld voor de successierechten binnenhalen door meer calls op de aandelen te schrijven. De briefschrijver stipt als alternatief aan alle aandelen te kunnen verkopen en de opbrengst op een spaarrekening te zetten. Is dat wat? Ja, eenvoudiger kan het niet.

`Onlangs erfde ik van mijn ouders 150 duizend gulden. Daarvan wil ik een gedeelte bestemmen als aanvulling op mijn toekomstige geringe ouderdomspensioen,maar van beleggen weet ik niets, ik vind het riskant. Waar kan ik informatie over beleggen krijgen?'

In zo'n geval moet je bij het eind beginnen en zelf aan het werk gaan. Hoeveel pensioen per jaar is er op welke leeftijd nodig, over hoeveel jaar moet dat ingaan? Trek daar de AOW en het thans verzekerde ouderdomspensioen en andere verzekeringen vanaf, en bepaal het tekort aan ouderdomspensioen. Houdt rekening met de lagere belasting van 65-plussers in de laagste schijven, want het gaat om de netto pensioenbehoefte en die bepaalt mede de besparing of belegging.

Een bankadviseur kan schatten hoeveel kapitaal nodig is om een pensioentekort te dekken. Een andersom: hoeveel tekort je kan dekken met 150 duizend gulden. De adviseur kan aangeven welke soort belegging geschikt is. Waarschijnlijk een aandelenbeleggingsfonds. Daar zijn veel boekjes over. Zo verscheen bijvoorbeeld onlangs Wegwijs in beleggingsfondsen (isbn 90 215 3158 5) van Pieter Bos.