Centraal Planbureau

In zijn bijdrage `CPB verschaft een inlogsleutel op de macht' (NRC Handelsblad, 7 juni 1999) kritiseert Hans Hillen het gebruik van het CPB bij de analyse van partijprogramma's. De argumenten die over de tafel komen zijn zeer oud, zij werden ons in de jaren '70 in de collegezalen al voorgehouden. Toen al is aan de Rijksuniversiteit Groningen een groep opgericht die een tijdlang alternatieve voorspellingen produceerde: de GRECON-groep. Het zijn niet de argumenten die mij verbazen, maar de frustratie over het verkiezingsverlies van het CDA die nog steeds klinkt.

Ik ben het met Van Hillen eens dat het CDA-programma goed in elkaar zit en daarom beter had verdiend. Aangezien men wist hoe de CPB-modellen werken had men of het programma niet moeten laten doorrekenen, of men had een schatting moeten maken van de effecten van onderdelen van het programma, die niet goed in het CPB-model opgenomen kunnen worden. Op het moment dat het CPB met de resultaten van haar exercities kwam, had het CDA-campagneteam deze cijfers gereed moeten hebben en kunnen uitleggen hoe het totale plaatje eruit zou zien als hiermee wel rekening zou zijn gehouden.Ik heb van dit alles niets gemerkt.

Integendeel, men liet zich in de verdediging dringen en kwam na een incident met een ondoordacht voorstel over de verlaging van de strafbare leeftijd van jeugdigen, waardoor in iedere geval deze CDA-er het spoor nog meer bijster raakte.

Niet het CPB moet in de beklaagdenbank, maar de politici en wel die van het CDA die hun huiswerk niet goed hebben gedaan en dat nog altijd op anderen willen afreageren.